Handleiding 9: Petrus
Thema: Het visioen van Petrus
Bij deze handleiding is een -10 en een +10 werkboekje beschikbaar. Klik op onderstaande link om deze in te zien.
Toelichting op het thema
Dit jaar behandelen we in de Kompasschetsen het thema ‘Dieren in de Bijbel’. In iedere schets heeft een dier een plaats, hoewel dit natuurlijk slechts een ‘bijrol’ is. In deze schets gaat het over de dieren uit het visioen van Petrus.
Doel van de vertelling
In deze schets gaat het over de bekering van Cornelius en het brengen van het Evangelie bij de heidenen. Deze schets laat ons zien wat Gods bedoeling is met Zijn Kerk. Door Zijn genade is niets voor Hem onrein. Door de Heere Jezus heeft God de muur tussen Jood en heiden weggenomen en geeft Hij zo ook ons de mogelijkheid om deel uit te maken van Zijn Koninkrijk. Gelijk komt tot ons de oproep om Zijn Naam verder bekend te maken.
Introductie van het thema voor de kinderen
Leg op een tafel een open Bijbel onder een doek. Bespreek de volgende vragen met de kinderen. Wat zou hier onder liggen? Kun je het zien? Zo ja, hoe dan? Hoe weet je zeker dat dit juist is?
Laat een aantal kinderen één voor één onder de doek kijken. Nu weet een deel wel wat er onder de doek ligt en een ander deel niet. Wat vinden de kinderen hiervan? Is dit oneerlijk?
Pas als de doek wordt weggehaald, kun je het zien. Dan kun je het zien met je eigen ogen. Zo is het ook in het verhaal van vandaag. Eerst was het Evangelie alleen beschikbaar voor de Joden, maar na de uitstorting van de Heilige Geest moesten de discipelen ook in Samaria en zelfs aan de heidenen vertellen wie de Heere Jezus was.
Zingen
Psalm 86:5
Psalm 66:1 en 2
Psalm 27:5
Psalm 119:1 en 3
Psalm 87:3, 4 en 5
Uit de bundel ‘Tot Zijn eer’
lied 43: Heer’, wat wilt Gij dat ik doe?
lied 114: Zegen ons, Algoede
lied 21: De kerk van alle tijden
Lezen
Handelingen 10:1-20
Kerntekst
Romeinen 10:12b: Eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen.
Vertelling
Stil ligt hij op zijn knieën. Zijn ogen zijn gericht op de hemel, de plaats waar God is. Net als elke dag heeft Cornelius tijd vrijgemaakt om te bidden. Het is nu precies het negende uur, drie uur in de middag, de tijd waarop het avondoffer wordt gebracht en er overal in Israël Joden knielen om te bidden. Hij is wel geen Jood, hij is ook niet besneden, maar hij houdt zich wel aan een aantal Joodse wetten. Hij geeft geld aan de armen en bidt op de Joodse gebedstijden. Ja, Cornelius dient de Heere God, samen met zijn hele gezin. Hij wil zo graag de Heere dienen zoals de Joden dit doen. Alleen, hij is een heiden, hij hoort niet bij het volk Israël. En toch bidt hij.
Cornelius is een Romeinse hoofdman over honderd soldaten. Zijn soldaten komen allemaal uit Italië. Het zijn de beste soldaten van het Romeinse Rijk, ongeveer zesduizend in totaal. Op dit moment zijn ze in Cesaréa gelegerd om ervoor te zorgen dat Judea en Samaria gehoorzaam zullen blijven aan de keizer.
Opeens gaat er een schok door de biddende man heen. "Cornelius!" Voor zich ziet Cornelius duidelijk een engel. Hij beeft van angst. Een bode van de God van Israël spreekt met hém? Een onreine, een heiden? Eerbiedig zegt hij: "Wat is er, Heere?" De engel antwoordt: "Uw gebeden en giften zijn door de Heere gezien. Hij heeft u verhoord. Nu, stuur mannen naar Joppe en laat Simon Petrus komen. Hij logeert bij ene Simon, een leerbewerker. Zijn huis is vlak bij de zee. Deze Petrus zal tegen u zeggen wat u moet doen." Dan gaat de engel weg.
Verwonderd blijft Cornelius achter. Wat wonderlijk! De God van Israël heeft zijn gebeden verhoord. Hij heeft naar zijn gebeden geluisterd, al is hij een heiden. De Heere keurt het goed dat hij Hem dient!
De Heere wil dat iedereen in Hem gelooft en Hem dient. Geloof jij in Hem? Wil je graag bij Hem horen en van Hem houden? Als je hierom bidt, zal de Heere dit gebed zeker verhoren. Cornelius' gebed werd verhoord. Zo zal de Heere ook jouw gebed verhoren, als je oprecht tot Hem bidt.
Snel roept Cornelius een paar mannen. Twee van zijn bedienden en één soldaat waarvan hij weet dat hij ook de God van de Joden dient. Hij vertelt hen alles wat hij heeft gezien en wat de engel heeft gezegd en stuurt hen naar Joppe om Petrus te gaan halen.
Het is de volgende dag als Petrus de trap naar het platte dak van het huis van Simon, de leerlooier, beklimt. Het is ongeveer twaalf uur in de middag. Op het koele dak, uitkijkend op de zee, heft Petrus zijn handen naar de hemel en bidt.
Na een poosje merkt hij dat hij honger krijgt en vraagt of ze beneden wat eten voor hem klaar kunnen maken. Als de bedienden aan het werk gaan, gebeurt er iets wonderlijks. Petrus' blik wordt omhooggetrokken naar de hemel. Voor zijn ogen gaat de hemel open en er komt iets naar beneden. Langzaam wordt er een voorwerp dat lijkt op een groot linnen laken naar beneden gelaten. Het laken wordt aan de vier punten vastgehouden. Langzaam zakt het steeds verder. Als het ver genoeg gezakt is en Petrus in het laken kan kijken, stijgt zijn verbazing. In het laken ziet hij tientallen dieren! Allerlei soorten. Landdieren, roofdieren, kruipende dieren, vogels. Koeien, leeuwen, schapen, slangen, klipdassen, herten, varkens. Reine en onreine dieren, allemaal door elkaar.
"Sta op, Petrus!" klinkt er een stem. "Slacht en eet!" Verbaasd luistert Petrus. Wat? Eén van deze dieren slachten en opeten? Dat heeft God verboden in de wetten van Mozes! Alle dieren die onrein zijn en alles wat iets onreins aangeraakt heeft, dat mag niet gegeten worden. Hij heft zijn handen op en maakt een afwerend gebaar. "Beslist niet, Heere, want ik heb nog nooit iets onreins gegeten!" Nog nooit heeft hij iets gegeten wat onrein was en nu moet hij zomaar een onrein dier slachten en eten? Nooit! Weer hoort hij de stem: "Wat God gereinigd heeft, dat mag u niet onrein noemen!"
Voor de tweede keer klinkt de stem: "Sta op, Petrus, slacht en eet!" Weer weigert Petrus en ook nu klinkt het: "Wat God gereinigd heeft, mag u niet onrein noemen." Zelfs voor een derde keer krijgt Petrus de opdracht om te eten, maar weer weigert Petrus. Dan wordt het laken weer opgetrokken. De hemel sluit zich.
Verwonderd merkt Petrus dat hij nog steeds op het dak van Simon, de leerbewerker is. Wat heeft dit te betekenen? Hij begrijpt dat het een boodschap van God is, maar wat deze boodschap betekent? Het is vast een belangrijke en dringende boodschap. De Heere heeft het wel drie keer herhaald. In de wetten van Mozes staat dat het onreine niet gegeten mag worden, maar nu zegt de Heere dat hij dit wel moet doen. Zou dit betekenen dat de wetten van Mozes niet meer gelden? Petrus kan het zich bijna niet voorstellen. En als de Heere dit wel bedoelt? Waarom dan? En waarom krijgt hij dit nu te zien? Misschien gebeurt er bij jou ook wel eens iets wat je niet begrijpt. Wat doe je dan? Ga je je eigen gang en denk je er maar niet te veel over na of vertel je dit aan de Heere?
Op datzelfde ogenblik, als Petrus niet weet wat hij nu moet doen, zegt de Heilige Geest in zijn hart: "Zie, drie mannen zoeken u. Sta op, reis met hen mee en twijfel niet, want Ik heb hen gestuurd." In gedachten verzonken loopt Petrus de trap af. Hij begrijpt het nog steeds niet. Beneden gekomen ziet hij inderdaad drie mannen staan. Heidenen, dat ziet hij gelijk. "Ik ben degene die jullie zoeken. Waarom zijn jullie hier?"
"Cornelius, een hoofdman over honderd uit Cesaréa, een rechtvaardige man, heeft ons gestuurd." De mannen vertellen alles wat Cornelius heeft meegemaakt en waarom zij gestuurd zijn. Petrus nodigt hen uit om binnen te komen. Wat is dit allemaal vreemd. Maar één ding is voor Petrus duidelijk: de Heere wil dat hij met hen mee zal gaan.
In Cesaréa wacht Cornelius in spanning af. Zou Petrus inderdaad komen? Wat zou deze dienaar van God hem gaan vertellen? Het zal vast een boodschap zijn, die iedereen moet horen. Cornelius bedenkt zich niet langer en stuurt boden naar zijn familie en vrienden. Iedereen moet de boodschap van God horen. Iedereen is welkom om te komen luisteren naar Petrus. Vertel jij ook graag over de Heere Jezus? Durf jij kinderen uit te nodigen om mee te gaan naar de club? De Heere Jezus wil dat iedereen hoort dat Hij gestorven is en is opgestaan. Mensen ver weg, maar juist ook mensen bij jou uit de straat moeten weten dat de Heere God is!
De volgende dag komt de kleine groep reizigers aan in Cesaréa. Behalve de twee knechten, de soldaat en Petrus zijn er nog zes mannen uit de kerk van Joppe meegekomen. Aangekomen bij het huis van Cornelius brengen de knechten hen naar binnen. Cornelius komt er al aan. Op zijn gezicht is verwondering en blijdschap te zien. Vol ontzag valt hij op zijn knieën en aanbidt hij Petrus. "Sta op!" Streng klinkt de stem van Petrus. "Ik ben ook maar een mens!" Petrus hoeft geen eer te krijgen, het gaat om de Heere Jezus.
Terwijl Petrus spreekt met Cornelius lopen ze verder naar binnen. Daar zijn tientallen mensen samengekomen. Familie, vrienden, soldaten en bedienden, rijke en armen. En als Petrus deze mensen ziet, begrijpt hij het gezicht. Dit is wat het laken met de dieren daarin betekende. God maakt geen verschil meer tussen Joden en heidenen. De heidenen zijn niet meer onrein. Jezus heeft voor de hemelvaart tegen hen gezegd: "Ga naar alle volken en verkondig hen het Evangelie." De Heere wil dat iedereen weet dat Hij God is en wil genade geven aan iedereen die tot Hem bidt.
"U weet," begint Petrus, "dat het voor een Jood verboden is om bij een niet-Jood naar binnen te gaan. Maar God heeft mij laten zien dat ik niet één mens onrein mag noemen of buiten mag sluiten. Daarom ben ik gekomen. Ik heb nog wel een vraag: waarom heeft u mij laten komen?"
Cornelius vertelt precies wat er gebeurd is. Verwonderd luisteren de aanwezigen. Als hij stil wordt, dan roept Petrus het uit: "Nu weet ik zeker dat er bij God geen aanzien is van persoon. Iedereen die Hem vreest en recht doet is aangenaam voor Hem. God vertelt de Israëlieten dat er vrede is, door Jezus Christus. Hij is een Heere van iedereen, uit welk volk iemand ook komt!" Ja, na het sterven van de Heere Jezus maakt God geen verschil meer tussen Joden en heidenen. Hij wil dat alle mensen Hem dienen. Of ze nu oud zijn of jong, rijk of arm, christen of niet. Alle mensen moeten geloven in de Heere Jezus. Dan begint Petrus te vertellen over de Heere Jezus. Over Zijn leven en sterven. Over Zijn opstanding en de verschijningen. "Van Hem vertellen de profeten, dat iedereen die in Hem gelooft, vergeving van zonden zal ontvangen in Zijn Naam!'
En dan gebeurt het wonder. Terwijl Petrus nog spreekt, daalt de Heilige Geest op deze heidenen. De mannen van de gemeente uit Joppe kijken elkaar verwonderd aan. De Heilige Geest wordt uitgestort op de heidenen. Luister maar, ze spreken in andere talen! Ze loven en prijzen de Heere God!
Ook Petrus ziet alles vol verwondering aan. Wat is de Heere groot! Zijn Koninkrijk is niet alleen voor de Joden, maar ook voor de heidenen. Dan mogen deze mensen ook gedoopt worden, denkt Petrus. "Wie zou het doopwater kunnen weren?" Zouden deze mensen niet gedoopt mogen worden, nu ze net als wij de Heilige Geest hebben ontvangen? Hij vraagt hen om mee te gaan. De vreugde straalt af van hun gezichten als ze zich laten onderdompelen in het water en gedoopt worden in de Naam van de Heere Jezus. Ken je die blijdschap? Ben je ook zo blij als er verteld wordt over de Heere Jezus? Wat een wonder dat de Heere God ook wil dat heidenen, mensen die net als wij eigenlijk onrein zijn, bij Zijn Koninkrijk horen.
Nog een paar dagen blijft Petrus bij hen. Cornelius en de anderen willen nog meer weten over de Heere Jezus, de Zoon van God Die gekomen is om mensen zalig te maken. Dan vertrekt Petrus naar Jeruzalem, maar de Heilige Geest blijft bij Cornelius. Hij blijft voor altijd!
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte
Cornelius, de hoofdman
Cornelius was een hoofdman over honderd, een centurio en maakte deel uit van de Italiaanse afdeling. De Italiaanse afdeling werd beschouwd als de betrouwbaarste van het Romeinse leger. Een afdeling of cohort bestond uit zeshonderd soldaten, onder leiding van zes centurio’s. In afgelegen gebieden, zoals Cesaréa, kon een cohort wel aangevuld worden met hulptroepen tot duizend man. Een hoofdman werd goed betaald, wel vijf tot tien keer zoveel als een gewoon soldaat. Het is aannemelijk dat Cornelius rijk en van aanzien geweest is.
Cesaréa en Joppe
Het Cesaréa uit de Handelingen moet niet verward worden met Cesaréa Filippi, dat aan de voet van de Hermon ligt. Het eerste deel van Cesaréa is waarschijnlijk al gebouwd voor de tijd van Alexander de Grote, door een koning genaamd Straton. Vandaar dat een oudere benaming ‘toren van Strato’ is. Augustus heeft de stad aan Herodes de Grote geschonken. Hij heeft deze stad geheel opnieuw laten opbouwen en spaarde kosten noch moeite om er een belangrijke havenstad van te maken. Bij opgravingen zijn hier de Heroduspoort, een amfitheater, een paleis en een hoog aquaduct gevonden.
In de tijd van Cornelius zetelde in Cesaréa het Romeinse bestuur over Judea. Van 6-41 n. Chr. onder Romeinse procuratoren en van 41-44 n. Chr. onder Agrippa I, de vriend van keizer Claudius. Mede hierdoor bestond deze stad vooral uit (Griekssprekende) heidenen.
Joppe was een havenstad op ongeveer 50 kilometer afstand van Cesaréa. Het was de stad die Petrus, na Lydda, aandeed op zijn eerste zendingsreis. In Lydda had Petrus in de Naam van Jezus Christus Enéas genezen (Hand. 9:32-35). In Joppe heeft Petrus Tabitha, een discipelin, uit de dood opgewekt (Hand. 9:36-43). Tijdens zijn verdere verblijf in Joppe logeert Petrus bij Simon, een leerlooier. Dit is opmerkelijk, aangezien dit volgens de Joden een onreine omgeving was. Het is mogelijk een voorbereiding op de ontmoeting met Cornelius.
Sympathisanten van het Jodendom
Het Jodendom neemt in de eerste eeuw een belangrijke plaats in. In veel plaatsen bevindt zich een synagoge. Deze synagogen worden niet alleen bezocht door Joden, maar ook door meelevende heidenen. Een groot deel van deze meelevenden is vrouw. Dit omdat voor hen niet de belemmering van de besnijdenis geldt. In de Handelingen wordt op verschillende manieren verwezen naar een persoon die de joodse godsdienst aanhangt. Soms schrijft Lukas over iemand die ‘godsdienstig’ of ‘godvrezend’ is (bijv. Hand 10:2 of Hand. 13:16). Hiermee verwijst hij naar een persoon die in de God van Israël gelooft, de noachitische geboden houdt (Gen. 9: 4-6) en contacten heeft binnen de synagoge. Als er gesproken wordt over een ‘jodengenoot’ of ‘proseliet’, dan gaat het om iemand die ook besneden is (Bijv. Hand 2:10).
Over Cornelius wordt gezegd dat hij ‘godzalig’ is en dat hij God vreesde. Daarbij houdt hij zich (volgens Hand. 10: 2) aan twee van de belangrijkste aspecten van de Joodse godsvrucht: het gebed en de liefdegaven aan de armen.
Gezichten en geestvervoeringen
In Handelingen 10 wordt er tweemaal gesproken over een visioen, maar beide keren wordt er een andere benaming gebruikt. In het geval van Cornelius wordt er gesproken over een ‘gezicht’, terwijl er bij Petrus wordt gesproken over een ‘vertrekking van zinnen’.
Wat betreft het gezicht van Cornelius is van belang om op te merken dat hij de engel helder zag, met zijn lichamelijke ogen. Deze werd voorgesteld aan zijn verbeelding, niet zoals in een droom, maar als een visioen.
Petrus overviel een vertrekking van zinnen, een geestvervoering. Dit wordt gezien als een staat van overpeinzing waarin hij geen aandacht meer had, maar ook niet gevoelig meer was, voor uitwendige dingen. Zo was zijn geest vrij om zicht met Goddelijke zaken bezig te houden.
De tussenmuur, die scheiding maakte
In Efeze 2 wordt gesproken over de ‘middelmuur des afscheidsels’. God scheidde Israël af van de andere volkeren om te voorkomen dat anderen hen van Hem af zouden trekken. Hij deed dit door hen naar Egypte te laten trekken (Hebr. 11:9), Hij stelde de besnijdenis in (Gen. 17:10-11), verbood huwelijken met vreemdelingen (Deut. 7:1-6) en gaf strenge voorschriften wat betreft het voedsel (Lev. 11, Deut. 14). In het Oude Testament zien wij dat veel Joden zich hier meermalen tegen verzetten, in het Nieuwe Testament zien we eerder een trotse houding.
Met het binnengaan van Petrus bij Cornelius is deze muur verbroken. Niet door Petrus, maar door God zelf. Hij maakte dit duidelijk door het gezicht en het uitstorten van de Geest zoals Petrus vertelt aan de broeders in Jeruzalem (Hand. 11:1-18). Deze muur is afgebroken door Christus, door Zijn dood aan het kruis (Ef. 2). Jood en heiden zijn beiden schuldig aan Zijn dood, Jezus stierf voor beiden (Rom. 3).
Rein en onrein
De eerste keer dat we lezen over reine en onreine dieren is in de geschiedenis van de zondvloed. Noach kreeg de opdracht om zeven paar te nemen van alle rein vee en slechts twee van het onreine vee. We weten niet hoe Noach rein en onrein vee onderscheidde, maar het toont aan dat al in de vroege dagen een onderscheid gemaakt werd tussen het reine en het onreine. Reine dieren waren ongetwijfeld geschikt om te offeren. Toen Noach uit de ark was gekomen, bracht hij brandoffers van al het reine vee en al het rein gevogelte.
Met Israël was het anders. Welke dieren mochten en moesten worden geofferd wordt duidelijk aangegeven. En wat voor dieren rein waren en konden worden gegeten en wat voor dieren onrein waren en niet gegeten konden worden, maakte God in bijzonderheden bekend. God maakte duidelijk welk vlees onrein was in Zijn ogen. We weten uit andere geschriften, dat de onrein genoemde dieren niet werkelijk op zichzelf onrein zijn, want God schiep geen dieren die onrein waren. Toch wees hij dieren met bepaalde kenmerken als onrein en afschuwelijk voor de Israëliet aan. Het doel van deze wetgeving aangaande reine en onreine dieren was heiligheid, in overeenstemming met de heilige God.
De Israëliet mocht alleen reine landdieren tot voedsel nemen. Reine landdieren zijn die welke zowel herkauwen als gespleten hoeven hebben (Lev. 11:2-3). Dit zijn bijvoorbeeld, volgens Deut. 14:4-6, het rund, het schaap, de geit, het hert, de gazelle, de reebok, de steenbok, de spiesbok, de antilope en de gems.
Wanneer een landdier geen hoeven had die in tweeën gespleten was, of niet herkauwde had de Israëliet het voor onrein te houden en mocht hij het niet eten. De hoeven moesten geheel gespleten zijn (Lev. 11:26). Tot de onreine dieren behoren vleeseters, zoals katachtigen, en ook, volgens Lev. 11: 4-8, de kameel (herkauwt, geen gespleten hoeven), de klipdas (idem dito), de haas (idem dito), het varken (zwijn, herkauwt niet, wel gespleten hoeven).
Al wie ze aanraakte, was onrein (Lev. 11:26). “Van hun vlees mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken; ze zijn voor u onrein.” (Lev. 11:8; vgl. Deut. 14:3,7-8). Petrus kiest ervoor om ook de reine dieren uit het vat niet te eten. Dit is met het zicht op bovenstaande een logische keuze, aangezien het reine wordt verontreinigd door het onreine. Dus alles in het vat was onrein.
Uitstorting van de Geest
In Lukas 22 spreekt Jezus over een nieuw verbond. In dit verbond komen alle vroegere verbonden tot vervulling. Onder het oude verbond werden profeten, priesters en koningen gezalfd. Deze zalving symboliseerde toewijding aan God en vervulling met Gods Geest. In het nieuwe verbond wordt de zalving met de Heilige Geest beloofd aan alle gelovigen, zelf aan hen die binnen de wereld niet in tel zijn (Joël 2:28-29). God vervult alle soorten mensen met zijn Geest: Joden, Samaritanen en heidenen. Alle tellen als volwaardige leden van de gemeente (Petr. 2:9-10). De gave van de Geest gaat in de jonge kerk gepaard met buitengewone werkingen en tekenen. Deze zijn het bewijs van de vervulling en dienen tot opbouw van de gemeente (Mark. 16:17-20 en Ef. 4:11-12).
Belijdenisgeschriften
HC. Zondag 20 'Van de Heilige Geest'
HC. Zondag 48 ‘Uw Koninkrijk kome’
NGB-artikel 25 'Het afdoen van de ceremoniële wet' en 27 'Van de algemene christelijke kerk´
Antwoorden bij de werkboekjes
Antwoorden bij werkboekje -10
Antwoorden bij werkboekje -10 en +10
Weet je de antwoorden? Zet de letters uit de gekleurde vakjes in de juiste volgorde. Wat is de uitkomst?
1. Cornelius was een hoofdman over honderd. 2. Petrus logeerde in Joppe. 3. In het visioen zag hij een linnen laken dat uit de hemel kwam. 4. Het laken was gevuld met heel veel soorten dieren. 5. De stem zei: “Sta op, slacht en eet!” 6. Petrus weigert dit bevel. 7. Twee bedienden en een vrome soldaat vragen of Petrus mee wil komen. 8. Cornelius heeft zijn familie en beste vrienden uitgenodigd. 9. Na de preek van Petrus wordt de Heilige Geest uitgestort. 10. Cornelius en zijn gezin worden gedoopt.
Puzzel
Wat heeft de uitkomst met het verhaal te maken? Cesaréa was de plaats waar Cornelius en zijn familie woonden. Dit was een plaats waar veel heidenen woonden. Het was een groot wonder dat de Heilige Geest ook op de heidenen werd uitgestort. as een groot wonder dat de Heilige Geest ook op de heidenen werd uitgestort.
Om over te praten…
Petrus kreeg van de Heere God een visioen te zien. Hij zag een voorwerp dat leek op een linnen laken. Dit laken zat vol met dieren, rein en onrein. 1. Wat betekende dit visioen? De Heere God wilde Petrus leren dat hij en de andere apostelen ook het Evangelie moesten brengen bij de heidenen. Daarnaast geeft God door middel van dit visioen ook aan dat de ceremoniële wetten niet meer nodig zijn. Dit alles door het sterven van Christus aan het kruis. 2. Hoe kwam Petrus achter deze betekenis? De Heilige Geest sprak in zijn hart en vertelde hem dat hij met de mannen mee moest gaan en niet hoefde te twijfelen. 3. Wat betekent dit visioen voor ons? Voor ons lijken twee zaken van belang. In de eerste plaats is dit visioen een bevestiging van de zendingsopdracht, zoals Jezus deze gegeven heeft in Mattheüs 28. Daarnaast laat het ons zien dat de wetten, zoals de Joden deze hielden en houden, voor ons niet dezelfde betekenis hebben. Dit omdat Christus alles aan het kruis heeft volbracht.
De Heilige Geest sprak in het hart van Petrus. Hij zei dat Petrus met de drie mannen mee moest gaan en niet hoefde te twijfelen. 1. Spreek de Heilige Geest ook tot ons? De Heilige Geest wil zeker tot ons spreken. Van groot belang is dat wij luisteren naar wat Hij te zeggen heeft en bijv. de rust en de tijd nemen om in de Bijbel te lezen. 2. Hoe doet Hij dit? In de eerste plaats door het Woord van God. Daarnaast kan de Geest ook spreken als er uit dat Woord wordt verteld in een preek, een Bijbelverhaal, of …
Twee vragen en antwoorden bij werkboekje +10
In het huis van Cornelius hield Petrus een preek. (Hand. 10:34-43). 1. Zou je in je eigen woorden kunnen vertellen wat Petrus hier vertelt? Petrus vertelt dat hij ervan overtuigd is dat God geeft voorkeur heeft voor een bepaald soort mensen. Hij is iedereen welgezind die Hem gehoorzaamt. God verkondigt de Israëlieten vrede door de Heere Jezus. Petrus vertelt over de wonderen van de Heere Jezus, Zijn sterven en opstanding. De discipelen hebben de opdracht gekregen om over Hem te vertellen aan de andere volken. Petrus laat zien dat de profeten al hebben gezegd dat iedereen die in Jezus gelooft vergeving van zonden zal ontvangen. 2. Waarom moet het Evangelie aan iedereen worden verteld? Doe jij dit ook? God heeft de hele wereld en alle mensen geschapen en heeft er daarom recht op dat zij Hem dienen. Om God bekend te maken aan de wereld, stuurt hij mensen die vertellen over Hem. Dit zodat er uiteindelijk een grote menigte van mensen uit alle volken Hem zullen dienen (Openb. 7:9).
De mannen uit de gemeente van Joppe waren verbaasd dat de Heilige Geest ook op de heidenen werd uitgestort. 1. Hoe zagen de mannen uit Joppe dat de Heilige Geest werd uitgestort? De aanwezige mensen begonnen te spreken in andere talen. 2. Waarom waren de mannen uit Joppe hier zo verbaasd over? Op de Pinksterdag ontvingen de discipelen andere aanwezigen de Heilige Geest (Hand. 2). Deze uitstorting ging gepaard met de bekende tekenen en buitengewone werkingen. Als Petrus en Johannes Samaria bezoeken om notie te nemen van het werk dat Filippus heeft verricht, ontvangen ook de mensen daar (na gebed) de Heilige Geest (Hand. 8). De uitstorting in het huis van Cornelius is de eerste keer dat de Geest wordt uitgestort over de heidenen. Dit ging in tegen alles wat de Joden (door de afzondering van andere volken) gewend waren. 3. De Heere Jezus leerde Zijn discipelen bidden: ‘Uw Koninkrijk kome’. Wat heeft die bede met deze geschiedenis te maken? De Heere Jezus leerde zo zijn discipelen te vragen of God de kerk wilde vermeerderen en wilde bewaren voor de aanvallen van de duivel. In dit verhaal zien we heel duidelijk dat de Heere wil dat Zijn kerk bestaat uit allerlei volken, talen en natiën.
Welke dieren mochten de Joden offeren en waren dus reine dieren? Zet een kruisje bij de juiste plaatjes.
Antwoord: schaap, rund, duif
Puzzel
Wat staat er? Begin bij de eerste letter en sla telkens een letter over.
GWAVASTADEAFNQHRETEUNYOENWDZEARSWWIEJCSFTAAHLGDREWVJOILUKZEKN
Gaat dan heen onderwijst al de volken
Streep de woorden door. Je vindt deze horizontaal, verticaal en diagonaal. Wat is de oplossing?
Oplossing: Uw Koninkrijk kome
Antwoorden bij werkboekje +10
Lees Leviticus 11 : 1-12. Welke dieren zijn voor de Joden rein en welke onrein? Zet een R in het vakje als het dier rein is en een O als het dier onrein is.
Antwoord: Kameel, aal, haas en zwijn = O; rund, vis en bok = R.
Los het raadsel op. Bijvoorbeeld K = 13, R = 34
Streep de woorden door. Je vindt deze horizontaal, verticaal, diagonaal en achterstevoren. Wat is de oplossing? Uw Koninkrijk kome
Stellingen
1. Zending is iets voor zendelingen of evangelisten, daar heb ik niets mee te maken. Dit kan soms zo lijken, maar elke christen is geroepen tot het ambt aller gelovigen. Het is aan elke christen om te getuigen van de Heere Jezus, waar je ook bent. 2. Ik ben, net als de Joden, ook door de Heere God apart gezet. Misschien niet letterlijk door het moeten houden van de ceremoniële wetten of het ondergaan van de besnijdenis. Wel zijn wij bij de doop apart gezet en zondert de Heere ons af voor zijn dienst. 3. De Heilige Geest is met Pinksteren uitgestort, dat gebeurt nu niet meer. De Heilige Geest is op het Pinksterfeest overvloedig uitgestort, maar Pinksteren is nog niet voorbij. De Heilige Geest blijft werken tot de Heere Jezus terugkomt. Veel gaven van de Geest (zoals het spreken in vreemde talen) zien we in onze dagen minder terug, maar dit betekent niet dat de Heilige Geest niet meer werk. Het tegengestelde is waar!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 2023
Kompas Handleiding | 19 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 2023
Kompas Handleiding | 19 Pagina's