Handleiding 7 : Noach
Thema: Noach, de raaf en de duif
Bij deze handleiding is een -10 en een +10 werkboekje beschikbaar. Klik op onderstaande link om deze in te zien.
Toelichting op het thema
Dit jaar gaan de vertellingen over dieren in de Bijbel. Deze vertelschets gaat over de raaf en de duif bij de ark van Noach.
Doel van de vertelling
In deze vertelling horen we over het geloof van Noach. Hij geloofde dat de Heere zou doen wat Hij zei. Er zou een watervloed komen. Daarom bouwde Noach in opdracht van God de ark. Noach was gehoorzaam aan de Heere. Ook zien we in deze vertelling dat de Heere de zonde straft, maar ook dat er voor ons nog genadetijd is.
Introductie van het thema voor de kinderen
Stel de kinderen een aantal vragen over de regenboog:
Wanneer zien we in de natuur een regenboog? Dat is als het regent en tegelijkertijd de zon schijnt.
Hoeveel kleuren heeft een regenboog? Dat zijn er zeven: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet.
Waar mogen wij aan denken als wij de regenboog zien?
Dat de Heere aan Noach heeft beloofd dat nooit meer de hele aarde door water zal overstromen. En dat de Heere niet meer zal denken aan de zonden van Zijn kinderen. De Heere geeft ons nog genadetijd.
Zingen
Psalm 1:1 en 4
Psalm 25:6
Psalm 33:4, 10
Psalm 66:1, 3, 10
Psalm 73:1, 14
Psalm 93:1, 2, 3, 4
Psalm 105:3 en 5
Uit de bundel ‘Tot Zijn eer’: lied 51, lied 75, lied 172
Het water steeg wel hoog (uit een bundel van Hanna Lam en Wim ten Burg)
Lezen
Genesis 8:1-14
Kerntekst
Genesis 8:1 En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte en aan al het vee dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan en de wateren werden stil.
Vertelling
Nog een paar planken en dan is het klaar. Noach kijkt van een afstandje naar het schip dat hij aan het bouwen is. Een eindje verderop staan wat mensen te kijken. Ze hebben het over hem, dat weet hij. De afgelopen jaren heeft hij heel wat mensen gesproken. De mensen vroegen aan hem wat hij aan het doen was. En dan vertelde hij, dat hij in opdracht van de Heere een schip aan het bouwen is, een ark, omdat er een watervloed zal komen. De Heere zal de zonde straffen. Noach heeft de mensen gewaarschuwd: “Bekeer je tot de Heere, voordat de watervloed komt, voordat het te laat is.”
Er waren mensen die hem uitlachten, mensen die hem bespotten. Maar Noach ging verder met bouwen, want hij geloofde wat de Heere zei.
Wat heeft de Heere bij de schepping alles mooi geschapen. En toen Hij alles gemaakt had, zag Hij dat het goed was. Maar daarna is de zonde in de wereld gekomen. De mensen gingen verkeerde dingen doen en deden de Heere verdriet. Het was zo erg, dat we in de Bijbel kunnen lezen dat de Heere er verdriet van had dat Hij de mens gemaakt had en dat het pijn deed in Zijn hart om de mensen zo te zien zondigen. Dat is erg. De mensen leefden alsof er geen God bestond. Ze waren elke dag druk met allerlei dingen zonder God. Ze hielden geen rekening met de Heere.
Toch leefde er tussen al die mensen iemand die anders leefde, Noach. Hij deed ook zijn dagelijkse bezigheden, maar wel met de Heere. Hij kende de Heere en had Hem lief. Hij diende Hem en wilde Hem gehoorzamen. Noach wandelde met God. Dat betekent dat hij heel dichtbij de Heere leefde. Ja, dat Hij mét Hem leefde. Noach had de Heere nodig bij alles wat hij deed. Heb jij de Heere ook bij alles nodig?
Noach kreeg een opdracht van de Heere. Hij moest een ark gaan bouwen, want de Heere zou een watervloed laten komen over de aarde. En daarbij beloofde de Heere aan Noach dat hij samen met zijn vrouw en hun drie zonen met hun vrouwen in de ark mochten gaan. En van alle soorten dieren zouden er ook in de ark gaan. En die in de ark gingen, zouden niet verdrinken. De Heere zou een watervloed laten komen, zodat alles wat op aarde leeft, zou verdrinken in het water.
En wat deed Noach? Zei hij: “Maar Heere dat kan toch helemaal niet, zomaar midden op het land een boot maken terwijl er geen water is?” Nee, er staat in de Bijbel dat Noach deed, alles wat de Heere hem geboden had. Noach geloofde wat de Heere zei en hij was gehoorzaam aan de Heere.
Nu de ark bijna klaar is gaat Noach eten verzamelen. Voor zichzelf, voor zijn kinderen, maar ook voor de dieren. Want de Heere heeft gezegd dat er ook dieren mee moeten in de ark. En eindelijk, na honderdtwintig jaar bouwen, is de ark klaar. Wat is hij groot: wel 140 meter lang, 23 meter breed en 14 meter hoog.
Daar staat Noach bij de ark. En kijk eens, er komen allemaal dieren naar de ark. Grote dieren, kleine dieren, kruipende dieren. Ook vogels komen naar de ark. Veel dieren zijn samen, met z’n tweeën. Dat zijn de onreine dieren. Maar er zijn ook dieren, daar zijn er wel zeven van. Dat zijn de reine dieren. En al die dieren krijgen een plaatsje in de ark.
Dan zegt de Heere tegen Noach: “Ga in de ark.” Noach gehoorzaamt. Samen met zijn vrouw en zijn drie zonen Sem, Cham en Jafeth en hun vrouwen gaat hij de ark binnen.
Op de drempel blijft hij staan en draait zich om. Hij kijkt de mensen die daarbuiten staan aan. Honderdtwintig jaar heeft hij gebouwd en ze gewaarschuwd dat er een grote watervloed zou komen. Maar er was niemand die hem geloofde. Hij waarschuwt ze nog één keer: “Het zal nu niet lang meer duren, voordat de watervloed komt. Nu kun je nog in de ark komen. Daar ben je veilig voor de straf die komt. Wat straks zal er op de aarde nergens meer een veilig plekje zijn.”
En wat zeggen al die mensen? Vragen ze of ze ook nog binnen mogen komen? Nee, ze lachen Noach uit, zoals ze dat al die jaren hebben gedaan. Ze geloven het niet.
Hoe is dat bij jou? De Heere zegt ook tegen ons dat we alleen veilig zijn als we in de Heere Jezus geloven. We mogen aan de Heere vragen of Hij onze zonden wil vergeven. Of we de Heere Jezus mogen leren kennen. Of we, net als Noach, dicht bij de Heere mogen leven en Hem lief mogen hebben. Want bij Hem alleen ben je veilig.
Dan gaat Noach naar binnen. De Heere Zelf doet de deur op slot, Hij zorgt voor degenen die in de ark zijn. Niemand kan er meer uit, niemand kan er meer in.
Na zeven dagen begint het heel hard te regenen. Er komt zelfs water uit de aarde omhoog. Het water stijgt steeds hoger. Wel veertig dagen blijft het zo hard regenen. Het water komt zelfs boven de hoogste berg uit.
En de ark? Die stijgt mee. In de ark ben je veilig. Maar de mensen en dieren die niet in de ark zijn, verdrinken. Vanwege de zonde. Zie je hoe erg de Heere de zonde vindt? Dat is ook een waarschuwing voor ons. Wij doen ook zonden. Daarmee doen we de Heere verdriet. Maar wat een groot wonder: voor ons is er nog genadetijd. Onze zonden kunnen nog vergeven worden. Voor ons is er nog een Ark, dat is de Heere Jezus.
Kijk, daar drijf de ark. Buiten is allemaal water. Maar binnen is het veilig. De Heere zorgt voor de mensen en dieren die in de ark zijn.
Dan, na veertig dagen en nachten, stopt het met regenen. Als Noach en zijn zonen naar buiten kijken, zien ze alleen maar water. Er is niet één bergtop te zien. Ook die zijn onder water. Zo drijft de ark wel 150 dagen, bijna een half jaar, bovenop het water. Op een dag voelen de mensen in de ark een schok. De ark is op een berg terecht gekomen. Daar blijft hij liggen. Nu weet Noach dat het water al wat gezakt is. Maar hoeveel, dat weet hij niet. Als hij naar buiten kijkt ziet hij nog steeds alleen maar water.
Hoe zal Noach te weten kunnen komen of het water al verder gezakt is? Weet je wat? Hij zal een vogel loslaten. Als die eten kan vinden, zal het water gezakt zijn. Noach kiest een raaf uit en laat die uit het raam vliegen. De raaf vliegt eerst een tijdje heen en weer, rond de ark. Maar dan ineens vliegt hij weg. Noach wacht. Maar de raaf komt niet meer terug. Zo weet Noach dat de toppen van de bergen al boven het water uitsteken. De raaf, die graag vlees eet, heeft op die toppen eten gevonden.
Zeven dagen wacht Noach. Dan neemt hij weer een vogel. Weer een raaf? Nee, nu kiest Noach een duif. Een duif eet graag zaadjes en blaadjes. De duif vliegt heen en weer. Maar ze komt al snel weer terug. Er is nergens een plekje waar ze kan gaan zitten. Zo weet Noach dat er nog geen bomen boven het water uitsteken.
Nog eens wacht Noach zeven dagen. Dan laat hij de duif weer wegvliegen. De duif vliegt even heen en weer. En dan vliegt ze weg. Vol spanning wacht Noach. Zou de duif nog terugkomen? Of zou ze een plekje voor de nacht kunnen vinden waar ze kan rusten en slapen?
Dan, als het al bijna avond is, komt de duif terug. Noach doet het venster open en neemt de duif in zijn hand. O, kijk eens, wat heeft ze daar in haar snavel? Een olijfblad! Zo laat de Heere aan Noach weten dat de toppen van de bomen al boven het water uitsteken. Hij vergeet Noach ook nu niet. Zeven dagen later laat Noach de duif nog een keer uitvliegen. Maar deze keer komt de duif niet terug. Nu weet Noach dat de aarde droog is. Wat is hij blij, samen met zijn vrouw en kinderen.
Dan zegt de Heere: Ga uit de ark… Nu mogen Noach, zijn vrouw, zijn zonen en de vrouwen van zijn zonen weer uit de ark. En ook de dieren mogen er weer uit. Kijk, daar gaan ze. Eerst Noach en zijn vrouw en kinderen met hun vrouwen. En dan komen daar ook alle dieren, één voor één uit de ark. Ze zijn ongeveer een jaar en tien dagen in de ark geweest. Wat een blijdschap. Maar ook wat een verwondering! Want wat is er veel veranderd. En wat is het stil. Alle mensen die niet in de ark gingen, zijn gestorven. En ook de dieren die niet in de ark waren.
En zij? Zij zijn door de Heere gespaard. Nee, niet omdat ze beter waren, maar omdat de Heere genadig was.
Het eerste wat Noach doet is stenen zoeken. Daarmee bouwt hij een altaar voor de Heere. Daarop gaat hij dieren offeren, reine dieren. Daarom zijn er van de reine dieren zeven naar de ark gekomen. Zodat er daarvan geofferd kunnen worden en er ook nog kunnen blijven leven. De Heere heeft er dus ook voor gezorgd dat er offerdieren zijn. Noach weet het, die dieren sterven in mijn plaats. Want ik heb verdiend dat de Heere mij straft voor al mijn zonden. Maar Noach weet ook dat er Eén zal komen, de Heere Jezus, Die voor de zonden zal sterven. De Heere zal Zelf voor een offer zorgen.
Noach mag samen met zijn vrouw, zonen en hun vrouwen danken dat ze door de Heere bewaard zijn gebleven. Dat Hij hun leven wilde sparen, dat Hij voor hen zorgde, ook toen ze in de ark waren.
En dan belooft de Heere Noach iets. Hij belooft dat aan alle mensen en kinderen. Hij weet dat de mensen een zondig hart hebben en ook weer veel zonden zullen gaan doen. Maar de Heere belooft dat er nooit meer zo’n watervloed zal komen. Nooit zal Hij de hele aarde weer met water laten bedekken, zodat alle mensen en dieren zullen verdrinken.
De Heere geeft hierbij een teken van wat Hij belooft. Een boog in de wolken: de regenboog. Hij zegt: Mijn boog heb Ik gegeven in de wolken. Die zal zijn tot een teken tussen Mij en tussen u. Hij geeft die boog voor de mensen. Maar Hij zegt ook: Als Ik die boog zie, dan zal Ik aan Mijn verbond gedenken. Dan zal Ik denken aan wat Ik beloofd heb. Dat Ik nooit meer een watervloed over de hele aarde zal laten komen. Is dat geen wonder?
Als je de regenboog ziet mag je denken aan wat de Heere heeft beloofd: dat Hij nooit meer een watervloed over de hele aarde zal laten komen. Als het hard regent, zal het toch altijd weer een keer droog worden. Maar de regenboog betekent ook dat de Heere niet meer zal denken aan de zonden van Zijn kinderen. Omdat de Heere Jezus voor hun zonden betaald heeft. Wat is de Heere goed. Wat is Hij het waard om ook door jou gediend te worden, denk daar maar aan, elke keer als je de regenboog ziet.
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte
God straft de mensen
De Heere zag de goddeloosheid van de mensen. Het berouwde de Heere dat Hij de mens op de aarde gemaakt had. Dit berouw van de Heere is niet te vergelijken met menselijk berouw. Het heeft te maken met diep verdriet. De Heere daalt af naar het menselijk begripsvermogen om te laten zien hoe erg Hij de zonde vindt. God zal de mensen straffen vanwege hun zonden. Ook de dieren delen in deze straf. Alle mensen op de aarde sterven. Ook de dieren zullen doodgaan, behalve de vissen en de dieren die in de ark zijn.
De zonde van die tijd
Als de Heere Jezus deze geschiedenis noemt en die vergelijkt met de dagen van de Zoon des mensen, is het heel opmerkelijk dat Hij dan zegt: Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk, zij werden ten huwelijk gegeven… Hij noemt daar niet één ding wat wij zonden noemen… Maar als we goed lezen, missen we iets wat er niet gedaan werd. De mensen in de dagen van Noach – en ook nu – gingen op in al die ‘gewone’ dingen. Dat was het enige. Voor iets anders was geen plaats. Geen plaats om de Heere te dienen. Al die dagelijkse dingen deden ze, maar… Zonder God. Hij had geen plaats in hun leven. En dát was hun grote zonde. In dit gedeelte wordt ook een vergelijking gemaakt met de dagen van Lot en onze tijd. Deze drie tijden worden met elkaar vergeleken. Toch was er ook toen redding mogelijk, zoals ook vandaag. Bij Noach was er de ark, bij Lot was er Zoar. Vandaag is er redding in het offer/ bloed van de Heere Jezus. In Hem is de enige Schuilplaats tegen alle gevaren.
Noach
Noach vindt genade in Gods ogen. Dit betekent dat, hoewel hij schuldig is, toch niet gestraft wordt. Noach is een rechtvaardig man. Hij wil uit dankbaarheid leven volgens Gods geboden. Hij leeft anders dan zijn tijdgenoten. Noach wandelde met God. Dit betekent dat er sprake is van een bijzondere geestelijke omgang en vriendschap met God. Noach wordt gespaard in de ark, omdat de Heere Jezus geboren moet worden, zoals de Heere in het paradijs beloofd had.
Noach gehoorzaamde de Heere. In Hebr. 11:7 lezen we dat Noach door het geloof de ark uit vrees heeft toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin. De kanttekening zegt daarbij: met een eerbied en kinderlijke vrees voor Gods dreigementen tegen de wereld, en voor Gods beloften voor hem. Noach geloofde wat de Heere zei. Hij geloofde dat Heere een zondvloed zou geven. Maar hij geloofde ook dat hij in de ark veilig zou zijn en behouden zou worden. Door de ark te bouwen, door gehoorzaam te zijn aan Gods opdracht en bevel, was hij een voorbeeld, waardoor heeft hij de wereld heeft veroordeeld.
De ark
De ark was circa 140 m. lang, 23 m. breed en 14 m. hoog, in drie verdiepingen verdeeld. Volmaken tot een el van boven betekent dat er ongeveer 50 cm. onder het overstekende dak moest worden uitgespaard, zodat er lucht en licht naar binnen kon. Het was een houten ‘boot’, die onbestuurbaar was.
Materiaal
De ark werd gemaakt van goferhout. Dit is een voor ons onbekende soort hout. Wellicht is het geschikt hout geweest om een ark van te maken, die waterdicht moest zijn. Verder werd er pek gebruikt. Pek is een taaie, lijmachtige stof. Hiermee werd de ark waterdicht gemaakt.
Naar zijn aard
In Genesis wordt over planten en dieren gezegd dat ze zijn geschapen ‘naar zijn aard’. Dit betekent: overeenkomstig zijn basissoort. Zaden van planten en bomen brengen weer dezelfde soort voort. Een zaadje van een paardenbloem geeft een nieuwe paardenbloem. Een zaadje van een appel of een peer geeft een nieuwe appel- of perenboom. Dat geldt ook voor de zee- en landdieren. Er is een aantal basissoorten, zoals bijvoorbeeld de hondachtigen, katachtigen, enz. God heeft de basissoorten van alle dieren geschapen. Uit de basissoorten hebben andere soorten zich ontwikkeld. Dus binnen de soort hondachtigen hebben zich alle honden ontwikkeld. In de geschiedenis van de zondvloed is dit van groot belang. Noach moet alle basissoorten van de vogels en landdieren meenemen in de ark.
Rein en onrein
Van alle reine dieren gingen er zeven en zeven in de ark. Dit kan betekenen zeven paar, dus veertien. Of dat het drie paartjes zijn en één dier extra dat later geofferd kan worden. Reine dieren: hebben een gespleten hoef en herkauwen. Onreine dieren: hebben een gespleten hoef, maar herkauwen niet. Of ze herkauwen, maar hebben geen gespleten hoef.
Zondvloed
De zondvloed vond ongeveer in het jaar 2350 voor Christus plaats. Het regent 40 dagen en 40 nachten. Ook komt er water omhoog uit de fonteinen van de aarde. De hele aarde wordt door water bedekt. De hoogste bergtoppen komen ongeveer 7 meter onder water te staan. Het woord zondvloed komt in het Oude Testament niet voor, daar wordt het vloed genoemd. In het Nieuwe Testament wordt deze gebeurtenis wel als zondvloed aangeduid (Mattheüs 24:38-39, Lukas 17:27 en 2 Petrus 2:5 en 3:6). Het woord ‘zondvloed’ betekent letterlijk ‘grote vloed’, het openbreken van de fonteinen.
Regenboog
In de natuur zien we de regenboog als het regent en tegelijkertijd de zon schijnt. De HEERE geeft een bijzondere betekenis aan dit natuurteken. Hij stelt hier de regenboog als teken dat de wereld door regen en een wereldwijde vloed niet meer zal vergaan. Dit wil niet zeggen dat er geen overstromingen zullen zijn (zoals we regelmatig kunnen merken in de wereld), maar dat God niet weer zo’n watervloed geeft als hier, waardoor heel de aarde met water bedekt wordt en alle mensen en dieren sterven.
De regenboog is een teken van Gods trouw. We komen hem ook tegen in Openbaring 5:3, En een regenboog was rondom de troon. Het is wel opmerkelijk dat de boog daar één kleur heeft, smaragd, dat is een groen kleur, de kleur van de trouw. De kanttekenaren wijzen erop dat deze boog hier wijst op het genadeverbond van God over Zijn Gemeente.
Ook in Jesaja 54:9 wordt over dit verbond met Noach gesproken en wat de Heere beloofde. Ook daar gaat het over het verbond der genade. De HEERE zegt daar over wat Hij gesproken en beloofd heeft: Want dat (d.i. wat Ik nu gesproken heb) zal Mij zijn als de wateren Noachs, toen Ik zwoer dat de wateren Noachs niet meer over de aarde zouden gaan; alzo heb Ik gezworen dat Ik niet meer op u toornen, noch schelden zal. Gods kinderen mogen dus als de Heere in de natuur de regenboog toont, ook zien op de trouw van de Heere in hun geestelijke leven en dat Hij een Waarmaker is van Zijn Woord; ook dat woord dat Hij tot hen gesproken heeft.
De regenboog in de natuur, zoals de Heere hem heeft gegeven, telt zeven kleuren. De zogenaamde regenboogvlag die we tegenwoordig wel tegenkomen telt zes kleuren. Hierin zien we een symboliek: zeven is het getal van God, zes is het getal van de mens.
Berg Ararát
Na 150 dagen is het water zover gedaald dat de ark op een vlak gedeelte in de bergen vastloopt. Voor Noach was dit een teken dat het water daalde. Het gebergte van Ararát ligt ergens in het zuiden van Armenië, in het grensgebied van Turkije, Rusland en Iran. Het gebergte is 2700 m. hoog, met twee toppen van zo’n 4000 en 5000 m.
Chronologie van de zondvloed (BMU)
In de Bijbel met uitleg is bij Genesis 7 een overzicht gevoegd met daarin de chronologie van de zondvloed. In totaal verblijft Noach een jaar en tien dagen in de ark. De maanden en dagen in de dateringen vallen in het 600e en 601e jaar van Noachs leven (zie Gen. 7:11 en Gen. 8:13). Een maand duurde dertig dagen.
Raaf
Noach laat een raaf uit de ark. Dit dier is een aaseter. De raaf vindt uiteindelijk voedsel. De mogelijkheid bestaat dat het dode dieren heeft gegeten die bij het stijgen van het water de bergen in zijn gevlucht. De raaf lijkt op een kraai, hij is ook zwart. Een raaf is wel een stukje groter dan een kraai.
Duif
Een duif is een zaadeter. Hierdoor kan Noach te weten komen of het water helemaal weg is van het aardoppervlak. De duif zal niet terugkomen als het aardoppervlak droog is. Dit gebeurt echter wel. Noach wacht een week en laat de duif dan nog een keer los. De duif brengt een olijfblad mee. Daaraan kan Noach zien dat de bomen boven het wateroppervlak uitsteken.
Na nog een week wachten laat Noach de duif nog een keer vliegen. Dan keert de duif niet terug. Hierdoor weet Noach dat al het water verdwenen is.
Het offer van Noach
Als Noach uit de ark komt, bouwt hij een altaar. We zien daarin iets van de vroomheid van Noach. God kreeg als Eerste de eer. Zijn gezin en werk kwamen op de tweede plaats. Op dit altaar offert hij reine dieren. In Gen. 8:20 staat: En Noach bouwde de HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee en van al het rein gevogelte en offerde brandoffers op dat altaar.
Een brandoffer is een offer dat helemaal verbrand wordt. Het wijst op de toorn van God over de zonden. Noach had verzoening nodig voor zijn zonden. Het offer dat hij bracht wijst heen naar de Heere Jezus, Die Zichzelf heeft geofferd op Golgotha. Alleen door Hem en Zijn offer kan de Heere weer bij zondige mensen wonen en kunnen zondige mensen weer wonen bij de Heere. Ook na de zondvloed.
Daarom staat er ook dat de Heere die liefelijke reuk rook. Dat was niet de geur van de dieren die daar geofferd werden, maar dat was omdat de Heere zag op het offer dat Zijn Zoon, de Heere Jezus, zou brengen. Daarom ook kan de Heere beloven, dat Hij de aarde nooit meer door water zal laten vergaan, ook al zouden de mensen weer erge zonden gaan doen. Zo maakt de Heere met de mensen en de dieren het Noachitisch verbond, het natuurverbond.
In dit altaar en het offer wordt ook iets zichtbaar van de ware dankbaarheid. Noach dankte de Heere dat hij en zijn gezin gespaard waren in de ark. Offers waren tekenen. Ze wezen heen naar Christus, Die komen zou. Noach mocht hier ver zien. Hij mocht in het bloed van het offerdier zien op de komende Messias.
Belijdenisgeschriften
HC vr. 10, 11, 12, 13
NGB art. 13
DL hfst. 2 art. 5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 2022
Kompas Handleiding | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 2022
Kompas Handleiding | 16 Pagina's