JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Handleiding 2: Lessen van kleine dieren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Handleiding 2: Lessen van kleine dieren

Thema: Dieren in de Bijbel

29 minuten leestijd

Bij deze handleiding is een -10 en een +10 werkboekje beschikbaar. Klik op onderstaande link om deze in te zien.

Toelichting op het thema
De Heere laat in dit gedeelte zien dat wij iets kunnen leren van vier kleine dieren. Hij gebruikt hierbij de mier, het konijn, de sprinkhaan en de spinnenkop als voorbeeld. In deze Bijbelstudie kijken we met de kinderen naar de lessen die wij kunnen leren van deze dieren. Daarnaast is het een schets waarin bewustwording rondom Bijbellezen centraal staat.

Doel van de Bijbelstudie

  • Kennisverwerving rondom de thema’s: wijsheid, ijverigheid, liefde en volhouden/volharden.
  • Leren Bijbellezen;
  • Kinderen laagdrempelig kennis laten maken met het doen van Bijbelstudie.

Introductie van het thema voor de kinderen
Deze introductie is gericht op het doel ‘leren Bijbellezen’. Door middel van onderstaande introductie worden kinderen bewust gemaakt van de verschillende manieren van Bijbellezen en omgaan met Gods Woord. In deze introductie worden verschillende manieren van luisteren heel praktisch uitgebeeld. Het doel van deze introductie is dat kinderen leren dat luisteren als een ‘spons’ uiteindelijk is hoe wij moeten luisteren naar Gods Woord. Alles in ons opnemen.

Wat heb je nodig:

  • een fles water
  • een emmer
  • een vergiet
  • een trechter
  • een grote spons

Wat je doet:

Doe: Laat de kinderen een Bijbel zien.
Vertel: Leg uit dat christenen geloven dat de Bijbel Gods Woord is, waardoor God ook vandaag de dag nog steeds tot ons wil spreken.
Als de Heere ook nu nog door de Bijbel tot ons wil spreken, is het dus erg belangrijk hoe wij luisteren.
Vraag:

  • Als jij het woord 'luisteren' hoort, waar denk je dan aan?
  • Hoe kan je luisteren naar een boek
  • een boek maakt toch geen lawaai?
  • Hoe zou de Heere nu nog tot ons willen spreken?

Doe: Laat de kinderen een trechter zien.
Vraag:

  • Wat gebeurt er als je water door deze trechter giet?
  • Wat heeft dit met luisteren naar Gods woord te maken?

Doe: Giet water door de trechter.
Vertel: Sommige mensen zijn als deze trechter. De woorden van de Bijbel gaan wel naar binnen, maar gaan daarna gelijk ook weer naar buiten. Het gaat dwars door hen heen, maar uiteindelijk vangen ze niks op.
Doe: Laat de kinderen een vergiet zien.
Vraag:

  • Wat gebeurt er als je water door dit vergiet giet?
  • Wat heeft dit met luisteren naar Gods Woord te maken?

Doe: Giet water door het vergiet.
Vertel: Sommige mensen zijn als dit vergiet. De woorden van de Bijbel gaan wel naar binnen, maar gaan daarna gelijk ook weer naar buiten. Het gaat dwars door hen heen. Kijk, er blijven wel allerlei druppeltjes onder aan het vergiet hangen. Zullen ze er dan toch iets van opsteken? Nee, want als je even schudt, vallen ze er allemaal van af en blijft er niks over.
Doe: Schud het vergiet even goed zodat alle druppels eraf vallen.
Doe: Laat de kinderen een spons zien.
Vraag:

  • Wat gebeurt er als je water op deze spons giet?
  • Wat heeft dit met luisteren naar Gods woord te maken?

Doe: Giet water op de spons.
Vertel: Een spons wil maar één ding: zoveel mogelijk water in zich opnemen. Op deze manier kunnen wij ook naar Gods Woord luisteren, als een spons die alles in zich op wilt nemen.
Vraag:

  • De Heere Jezus vertelde ooit een gelijkenis die een beetje op deze drie voorbeelden leek. Wie weet welke gelijkenis ik bedoel?
  • Hoe lijkt dit voorbeeld van de trechter, het vergiet en de spons op de gelijkenis van de zaaier?
  • Waarin is het ook verschillend?
  • Waarom is het zo belangrijk dat wij Gods woord in ons opnemen?

Aanwijzingen voor gebruik
Hieronder volgen twee methoden die gebruikt kunnen worden bij het doen van Bijbelstudie 
Bijbelstudie doen met kinderen vraagt een goede voorbereiding. In tegenstelling tot één leidinggevende die een Bijbelverhaal voorbereidt, is het hierbij belangrijk dat alle leidinggevenden zich voorbereiden op de Bijbelstudie. Belangrijk om te onthouden bij het doen van Bijbelstudie: Het gaat niet om het geven van goede antwoorden op de vragen, maar om het in gesprek zijn met kinderen rondom een Bijbelgedeelte. Bereid je daarom goed voor als leidinggevende en geef leiding aan het Bijbelstudiegroepje. In de handleiding worden wel wat antwoordsuggesties genoemd.

OIA methode
Dit wil zeggen dat een Bijbelgedeelte eerst geobserveerd wordt, vervolgens geïnterpreteerd en uiteindelijk geappliceerd, toegepast.
Voorbereiding thuis:
Lees het gedeelte thuis zelf door. Bedenk een voorbeeld om bij de uitleg aan de kinderen mee te geven.
Op de avond zelf: Zorg dat het gedeelte van tevoren gelezen wordt. Vorm groepjes van 6 tot 8 personen.
Uitvoering: Lees met de kinderen het stukje uit de Bijbel wat bij het onderwerp hoor. Daarna kun je kort met elkaar het Bijbelgedeelte overdenken. Dit overdenken gaat aan de hand van drie basisvragen.

  1. Kijken: Wat staat er in de tekst? - Observatie
  2. Begrijpen: Wat is de betekenis van dit gedeelte? - Interpretatie
  3. Toepassen: Hoe kun je een brug slaan vandaag? - Applicatie

Deze manier is makkelijk te onthouden aan de drie letters van de laatste woorden: OIA (spreek uit: ‘o-jaa’).

Eerste indruk
Voorbereiding thuis:- Lees het gedeelte thuis zelf door.
Op de avond zelf:

  • Zorg dat het gedeelte van tevoren gelezen wordt.
  • Vorm groepjes van 6 tot 8 kinderen.

Uitvoering:

  • Het idee achter deze werkvorm is dat over een tekst meer te zeggen is dan op het eerste gezicht lijkt. Dit kan een verrassend licht werpen op de tekst.
  • De leidinggevende leest de tekst (bijvoorbeeld een Bijbelgedeelte) langzaam voor. Vooraf vraagt hij de kinderen goed en geconcentreerd te luisteren.
  • Aan de kinderen wordt gevraagd te luisteren alsof ze de tekst voor het eerst horen en daarbij één gedachte/associatie vast te houden; waaraan moest je denken bij het horen van deze tekst?
  • Na het voorlezen maakt de groepsleider een rondje en laat ieder één gedachte geven. Reacties worden op een flap opgeschreven
  • Nu wordt het gedeelte nogmaals gelezen, terwijl de kinderen meelezen.
  • Zijn er nog nieuwe dingen ontdekt, die niet genoteerd staan? Deze worden op de flap bijgeschreven.
  • De ‘oogst’ wordt besproken en samengevat door de groepsleider. Je kunt bijvoorbeeld concluderen dat de tekst ons eigen leven op een verrassende manier kan ‘raken’.

Zingen
Psalm 86:6 
Psalm 77:8 
Psalm 119:3 
Psalm 68:11
Uw Woord is een lamp voor mijn voet

Lezen
Spreuken 30:24-28

Bijbelstudie

Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte
Hieronder volgt een preek van ds. J. IJsselstein over Spreuken 30:24-28.
Tip: lees na het bespreken van de vragen per dier het stukje uit de preek voor of vertel het na aan de kinderen. Die gedeelten zijn schuingedrukt.

De les van de dieren ds. J. IJsselstein – Spreuken 30:24-28
Jongens en meisjes, het is zomer, het is warm. En het is vakantietijd. Misschien ben je thuis, misschien kijk of luister je mee vanaf je vakantieadres. En dan duurt een preek lang. Want er zijn ook zoveel andere leuke dingen te doen, gezellig met papa of mama, met je broertjes en zusjes of met je vriendjes of vriendinnetjes. Daarom zal ik proberen om vanmorgen de preek niet zo moeilijk te laten zijn. Laten we dan afspreken dat jullie je best doen, om heel erg goed te luisteren.
De preek gaat over Spreuken 30, vanaf vers 24 tot en met vers 28. Luister goed, dit is de tekst voor de preek, dit is het Woord van de Heere God: Deze vier (deze vier dieren) zijn van de kleinste der aarde; doch dezelve zijn wijs, met wijsheid wel voorzien. De mieren zijn een onsterk volk; evenwel bereiden zij in de zomer haar spijs. De konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen. De sprinkhanen hebben geen koning; nochtans gaan zij allen uit, zich verdelende in hopen. De spinnenkop grijpt met de handen, en is in de paleizen der koningen.

De preek van vanmorgen gaat over vier soorten kleine dieren: over de mieren, de konijnen, de sprinkhanen en de spin. Je zegt: ‘Dat is raar, want een preek hoort te gaan over de Heere God.’ Dat klopt. Je hebt gelijk. Maar de preek gaat ook over de Heere God. Want zo zegt onze belijdenis (de Nederlandse Geloofsbelijdenis): de natuur, de dieren (allemaal met elkaar), zijn voor onze ogen als een prachtig boek (daar gaan we in lezen, daar gaan we naar kijken), waarin de dieren, groot en klein als letters zijn (om te lezen). En wat lezen we dan? Als we kijken naar de mieren, de konijnen, de sprinkhanen en de spin? Dan lezen we: de eeuwige, de altijd durende kracht van God, de Schepper van al die dieren.
Als je naar die vier dieren kijkt, zegt de Spreukendichter, zegt meneer Agur die dit schrijft, dan zie je dat die dieren wijs zijn. Heel wijs zelfs. Heel verstandig. Je zegt: ‘Nou en, maar wat heb je daaraan?’ Nou, de bedoeling is natuurlijk niet dat je zegt: ‘Dat is mooi, dat is heel mooi, maar… verder niets.’ De bedoeling is dat jij en ik net zo wijs worden als die kleine dieren. Zoals de Spreukendichter eerder ook al zei: Ga naar de mieren, luiaard! Kijk goed naar ze en word wijs (Spreuken 6:6).
Dat is de bedoeling van de Heere vanmorgen in de preek: dat je wijs en verstandig wordt. Ik bedoel niet, dat je je schoolwerk beter kan doen, dat je betere cijfers en een mooi diploma haalt. Maar ik bedoel dat je leert luisteren en doen wat de Heere zegt. Dat je de Heere Jezus leert kennen en liefhebben. Als Zaligmaker om het weer goed te maken tussen de Heere God en je zondige hart. Want zo zegt de Spreukendichter: de vreze des HEEREN (dat wil zeggen: het dienen en liefhebben van de Heere), dat is het beginsel, dat is het begin van de wijsheid (Spreuken 9:10). Sterker nog: de Heere Jezus Zelf is de Wijsheid. Als je Hem kent, dan word je pas echt wijs.

Zou jij graag wijs willen worden? Zou jij graag de Heere willen dienen en liefhebben? Dat is veel belangrijker dan alle andere dingen. Mooie kleren zijn leuk, maar over een paar maanden passen ze niet meer. Geld is fijn, maar als je het uitgeeft, dan ben je het kwijt. Speelgoed is leuk, maar over een poosje is het versleten of jij bent erop uitgekeken. Hobby’s dan, dat is ook leuk! Ja, totdat je er geen zin meer in hebt, of er geen tijd meer voor hebt. En echt gelukkig word je van al die dingen niet. Wel van het dienen van de Heere, van de wijsheid waar het hier over gaat. Daar word je wel echt gelukkig van. Want dat verdwijnt niet, dat gaat nooit vervelen en dat wordt steeds mooier.

Hoe je zo wijs wordt? Hoe je dit krijgt, waar je altijd gelukkig van wordt?
a. Door te bidden. Door te vragen of de Heere het aan je zal geven, of Hij je hart wijs wil maken tot zaligheid door Zijn Heilige Geest. En de Heere heeft beloofd, dat Hij naar dat bidden zal luisteren. Als je een wijs hart aan de Heere vraagt, wil Hij het je geven. Hij heeft het al beloofd toen Hij tegelijkertijd Zijn Naam en jouw naam noemde bij je doop, toen het water van de Heilige Doop op je voorhoofdje drupte. Toen zei de Heere: ‘Ook jij bent van Mij’ (zie Genesis 17:7). Bid dan en zeg: ‘Heere, wees ook mijn God? En maak mij tot Uw kind?’
b. Hoe word je wijs en altijd gelukkig? Door te bidden, wijzend naar het water van je doop. En in de tweede plaats ook door te luisteren naar de Bijbel en door zelf in de Bijbel te lezen. En door al lezend en luisterend te wijzen naar de woorden van de Heere Zelf. Je leest in de Bijbel dat de Heere Jezus zegt: Laat de kinderen tot Mij komen. En je bidt en zegt, wijzend met je vinger: ‘U hebt het toch gezegd Heere, hier staat het: Laat de kinderen tot Mij komen. U hebt het toch gezegd Heere, hier staat het: als je Mij vroeg zoekt, dan zal je Mij vinden. Als je klopt, dan zal Ik opendoen en als je bidt, dan zal je ontvangen.’
c. Hoe word je wijs en altijd gelukkig? Door te bidden, door te luisteren naar de Bijbel en zelf in de Bijbel te lezen en (als derde) door naar de kerk te gaan of (als dat niet kan) door thuis goed te luisteren.
d. En (als vierde), door nu samen met mij te kijken naar de vier dieren, waar het nu verder over zal gaan.

We gaan het als eerste hebben over de mieren. Lees maar mee in je Bijbeltje, als je lezen kan, in vers 25. Daar staat: de mieren zijn een onsterk volk; evenwel bereiden zij in de zomer haar spijs. Juist in de zomer, juist in de vakantietijd zie je ze. In de tuin, langs het huis of op het terras. Soms zitten ze ineens te kriebelen op je been of op je hand. Ze zijn niet alleen zoals de lieveheersbeestjes en de vlinders. Ze zijn vaak met heel veel. De Bijbel zegt: ze zijn een onsterk, een slap volk. Ze zijn een volk, ze zijn met heel veel. Meestal kijken wij niet naar de mieren. We vinden ze maar lastig en vervelend. Als er teveel zijn, dan strooien of spuiten we er gif op, en even later zijn ze allemaal weg. Maar, jongen ze meisjes, uit de kerk moet je ze maar even opzoeken in de tuin. Ga er maar even bij zitten en ga maar eens kijken. Je zult zien, ze zijn er met tientallen, soms met honderden tegelijk. Luieren ze in de zon? Nee dat doen ze niet. Hebben ze vakantie? Nee, ook niet. Ze zijn druk. Ze lopen heen en weer, ze sjouwen met van alles en nog wat. Juist nu in de zomer zijn ze druk. Want straks in de winter kan het niet meer. De winter met vorst, sneeuw, ijs en kou is niet geschikt. Om? Om eten te vinden. En dus doen ze dat nu. Ze zijn niet sterk. Je kan ze zo dood trappen met je voet. Maar ze zijn wel wijs. Ze maken in de zomer hun eten klaar voor de winter. Dat deden in Israël vooral (zo heetten ze) de oogstmieren. In de tijd van de oogst verzamelden ze graankorrels en zaden van planten. Ze sleepten die mee naar hun nest om die te bewaren voor de winter.
Niet alle dieren zijn zo slim, niet alle dieren zijn zo ijverig. Je ziet in de vakantie ook hele mooie vlinders, die lekker nectar zuigen uit felgekleurde bloemen. Maar vlinders, die fladderen gewoon maar een beetje rond. Muggen, die zoemen irritant aan je oren als je probeert te slapen. En andere muggen dansen ‘s avonds in de ondergaande avondzon. Vliegen, die zijn vervelend, die gaan op je eten zitten. Wespen, die vallen je aan en steken. Al die dieren leven zomaar, zonder zorgen, totdat ze dood gaan. Maar de mieren zijn anders: ze zijn druk met hun eten voor later.
Jongens en meisjes, word zo verstandig en doe zo wijs als de mieren. Want jij zult niet als een mug, als een vlieg of een vlindertje verdwijnen. Jazeker, je hebt een lichaam dat vroeg of laat sterven zal. Maar je hebt ook iets in je (ik kan niet zo goed aanwijzen waar het zit, maar het zit er wel), je hebt ook iets in je, dat nooit zal sterven. Een ziel, een hart. Een ziel vol zonde. Een hart vol schuld. En nu, nu je jong en gezond bent, moet je je net als de mieren voorbereiden op later. Fladder niet als een vlindertje en dans niet als een mugje dat verdwijnt. Maar zoek ijverig en druk als de mieren zijn, de genade van de Heere voor je hart. Zoek ijverig als de mieren een nieuw hart, zoek het kennen van de Heere Jezus als je Zaligmaker.
De zomer van je leven (dat is deze tijd, nu je nog jong bent), de zomer van je leven is daar de beste tijd voor. Je bent gezond, in ieder geval de meesten van jullie. En zeker als je vakantie hebt, dan heb je heel veel tijd. Straks is die tijd weer voorbij. Later word je ziek, krijg je zorgen en moet je sterven. Word wijs! Zoek de Heere vroeg. Zoek Hem nu. Als je Hem zoekt, dan zal je Hem vinden. Zoek Hem door te bidden. Op een stille plaats alleen. Niemand hoeft je te zien. Zoek een stil plekje (op je kamer, in de badkamer, in een schuur of buiten), een stil plekje waar je stilletjes je zonden tegen de Heere vertelt en vraagt om vergeving. Waar je biddend vraagt om liefde voor de Heere. En waar je ook stilletjes tegen de Heere vertelt, hoeveel je van Hem houdt en hoe graag je Hem wil dienen. Bid en je zal gegeven worden. En lees ijverig als de mieren in je Bijbeltje. En denk er over na. En luister goed naar papa of mama, of naar opa of oma, zeker als ze vertellen uit de Bijbel of over hoe goed de Heere voor hen is. En luister (als straks de school weer begint) goed naar de meester of de juf, als ze uit de Bijbel vertellen. Spot er niet mee en lach er niet om. En stop met het doen van verkeerde dingen, met ongehoorzaam zijn, met liegen, stelen en plagen.

We gaan verder naar de tweede soort dieren: de konijnen. Kijk maar even in je Bijbeltje in vers 26: de konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in de rotssteen. Je denkt aan je eigen konijn, schattig, lief Nijntje. Heel goed, dan weet je al een beetje wat voor beest hier bedoeld wordt. Het gaat hier in de Bijbel niet om konijnen in een hok bij de mensen thuis, maar om konijnen die in het wild leven. Tegenwoordig noemen we die beesten klipdassen. Misschien lijken ze nog wel het meest op onze marmotten of cavia’s. Ze leven in Israël in de rotsige bergen, op en tussen kleine en grote rotsen. En met hun lenige pootjes en zachte voetjes (met kussentjes van eelt daaronder), kunnen ze beter dan wie dan ook klimmen langs die steile rotsen. Zelfs al gaat het bijna recht omhoog. Het zijn ook geweldige springers. Ze springen gerust vier meter ver, over een diep ravijn.
Het zijn kleine, schattige bergmarmotten, een soort cavia’s, klipdassen of (zo worden ze hier genoemd) konijnen. Ze zijn in de rotsige bergen voor ons moeilijk te zien. Maar wie ze wel zien dat zijn de roofdieren op de grond en de roofvogels in de lucht. En dus dreigt voor die lieve beestjes altijd gevaar. Meestal zijn ze met een groepje bij elkaar. Ze kunnen zo heerlijk liggen zonnen op de rotsen. Maar hoe fijn dat ook is, er zijn er altijd een paar die de wacht houden. En één schel fluitje is genoeg om ze allemaal razendsnel weg te laten rennen en in hun hol te laten kruipen. Hun hol is hun schuilplek. Daar zijn ze veilig.
Jongens en meisjes, word verstandig en doe zo wijs als die konijntjes. Want jullie hebben ook zo’n plek nodig om veilig te zijn. Want niet alleen die konijntjes zijn in gevaar, maar jullie ook. De zonde wil je kwaad doen. Die wil als een grote roofvogel op je vallen en je meenemen. En de duivel, zo staat in de Bijbel, loopt rond als een roofdier, als een brullende leeuw om je te grijpen en mee te sleuren. En dan is er ook nog de wereld, die je ongemerkt en vriendelijk glimlachend wil mee lokken om de dingen van deze wereld, om de dingen van nu leuker, belangrijker en mooier te vinden dan het dienen van de Heere. Maar de gevaarlijkste vijand, dat is altijd zo, is die vijand die het dichtstbij op de loer ligt. Het is je zondige hart. En daarbij, jongens en meisjes, is het gevaar dat je sterven moet. Dat je voor God moet verschijnen. En je hebt zoveel kwaad gedaan tegen de Heere. De Heere houdt van kinderen. Maar wij hebben door onze zonden Zijn liefde boos gemaakt.
Dus, jongens en meisjes, heb je een schuilplaats, een veilige plek nodig om naartoe te vluchten. Zoals je nu soms ook, als er gevaar of narigheid is, naar papa of mama toe rent en bij hen wegkruipt. Wie is de Schuilplaats, Die je nodig hebt? Voor nu en straks? Voor de tijd dat je leeft en voor als je sterven moet? Dat is de Heere Jezus. Hij is de Zoon van God, Die als mens naar deze wereld kwam en aan het kruis stierf voor zondige en slechte mensen. Je mag, jongens en meisjes, als een klein konijntje vluchten naar de grote, sterke en lieve Heere Jezus. Zoals een klein kuikentje schuilt onder de vleugels van de moederkip, zo mag je biddend naar de Heere Jezus toe gaan en zeggen: ‘Heere, ik ben in gevaar. Ik ben in gevaar van de zonde, van mezelf en van het oordeel als ik sterven moet. Bewaar me, verlos me en red me toch.’ Als je zo naar de Heere toevlucht, zal de Heere je nooit wegsturen.
Bij Hem ben je veilig, bij Hem alleen. Want Hij wil je zonden vergeven. Hij wil je redden van het gevaar van het komende oordeel. Niets en niemand kan je kwaad doen, als je met je zondige hart naar de Heere Jezus vlucht.
Dus, jongens en meisjes, word zo verstandig als de konijnen, om een huis bij de Heere God te vinden. Je bent altijd welkom bij de Heere. De Heere Jezus heeft gezegd: wie tot Mij komt, zal Ik niet weigeren. Je bent welkom zoals je bent: slecht, zondig en verloren. Je hoeft niets mee te nemen. En je zult alles krijgen, als je naar Hem toe gaat.

Voordat we verder gaan kijken naar de derde soort van dieren, gaan wij nu samen eerst zingen uit Psalm 81 het 12e vers, je kent het wel: Opent uwen mond; Eist van Mij vrijmoedig, Op mijn trouwverbond; Al wat u ontbreekt, Schenk Ik, zo gij 't smeekt, Mild en overvloedig.

Jongens en meisjes, de mieren ken je, de konijnen daar heb je een beeld van. Nu het derde dier dat je wil leren om wijs te worden, om de Heere te dienen en lief te hebben: de sprinkhanen. Lees maar mee in vers 27: de sprinkhanen hebben geen koning; nochtans gaan zij allen uit, zich verdelende in hopen. De sprinkhanen, je weet wel, die springende insecten met die lange dunne pootjes. Je kan ze proberen te pakken, maar meestal zijn ze je te snel af. Zij hebben geen koning, zegt de Bijbel. Zij hebben geen baas. Sommige andere dieren wel. De bijen hebben een koningin. Maar de sprinkhanen, die hebben niets. Maar ze zijn in het land van de Bijbel wel met elkaar. En met heel erg veel. Er staat in de Bijbel: met hopen, met hele grote groepen. Want, alleen zijn ze niet sterk. Eén sprinkhaan kan niets. Misschien heb je het ook wel eens gedaan, een sprinkhaan gevangen. Het was moeilijk, maar ineens had je hem. Je keek voorzichtig in je hand, je trok voorzichtig een beetje aan die dunne pootjes. En toen merkte je het direct: die sprinkhaan, die kan in zijn eentje niets terugdoen.
In zijn eentje kan een sprinkhaan niets. Maar met elkaar zijn ze sterk als een leger. Als ze met miljoenen tegelijk ergens neerstrijken, op een grasveld of in een boom, dan vreten ze met elkaar alles op. Met elkaar zijn ze zo sterk, dat de Heere in het boek Joël zegt dat ze zelfs een oorlog kunnen voeren (Joël 2:25). Maar alleen zijn ze zwak. Zoals ook wij, in ons eentje niet sterk zijn.
De sprinkhanen willen ons leren van elkaar te houden, elkaar lief te hebben, geen ruzie te maken, niet egoïstisch te zijn en anderen niet plagen of minder te vinden. Ook niet als iemand anders bijvoorbeeld een andere kleur huid of haar heeft. Misschien wel even mooi of zelfs mooier dan jouw velletje of haar. Alle sprinkhanen zijn door God gemaakt. Alle kinderen ook. En zij, de sprinkhanen, doen in vrede en zonder ruzie te maken alles samen.
Wat je ervan leren moet? Hoe je wijs kan worden, als je naar ze kijkt? Denk maar aan het bekende psalmversje: Waar liefde woont, daar gebiedt de Heere Zijn zegen. De Heere God Zelf is liefde. En Hij wil dat wij elkaar ook liefhebben: thuis, in de klas, onderweg, in de kerk, in de kerkenraadskamer, op de catechisatie, op de vereniging, overal.
Dat voorkomt heel veel problemen. Maar dat zorgt er vooral ook voor, dat je in alle rust samen de Heere kan zoeken, liefhebben en dienen. Dan zeg je niet: ‘Hij of zij heeft verkeerd gedaan’, maar dan steek je die wijzende vinger in je broekzak. Dan zeg je: ‘Wij samen hebben gezondigd.’ Dan zeg je niet alleen: ‘Wees mij genadig, Heere’, maar dan zeg je: ‘Heere, wees ons samen genadig.’ Dan zeg je niet: ‘Ik ga alleen naar de Heere Jezus’, maar dan zeg je net als de Samaritaanse vrouw: ‘Hij, de Heere Jezus, heeft mij gezegd alles wat ik verkeerd gedaan heb, kom ga met me mee. Kom ga met ons. Dan gaan we samen naar de Heere Jezus toe.’ En dan zeg je niet: ‘Ik alleen wil de Heere groot maken, kijk mij nou!’, maar dan zeg je: ‘Kom, laten we samen de Heere lof toezingen.’

Nog één dier is er over. Eerst ging het over: wees ijverig als de mieren in het zoeken van de Heere. Toen ging het over: zoek een schuilplaats bij de Heere, bij de Heere Jezus, net zoals de konijnen schuilen in de rotsen voor gevaar. Daarna ging het over: heb elkaar lief zoals de sprinkhanen.
En nu gaat het als vierde, als laatste over de spin. Lees maar mee in vers 28: De spinnekop grijpt met de handen, en is in de paleizen der koningen. Misschien vind je spinnen wel eng. Misschien ga je er wel van gillen. Misschien vind je ze mooi om naar te kijken. Om te zien hoe mooi ze gemaakt zijn door de Heere, de Schepper, ook van de spin. Want als je heel goed kijkt naar zo’n spin, dan zie je hoe groot God is. Hij heeft ook de spin gemaakt. Zoals Hij ook jou gemaakt heeft. En, de Heere wil dat jij net zo wijs zal worden als de spin.
Wat hij doet? Hij doet zijn uiterste best om op de plek te komen waar hij wil zijn. Dat kan natuurlijk zijn in een oude, stoffige schuur, maar ook in jullie mooie huiskamer. Of in jouw gezellige slaapkamer, of zelfs in de kamers van het paleis van een koning. Je kunt hem wegjagen, maar hij is zo weer terug. Urenlang werkt hij om een prachtig web te maken. Je moet maar eens kijken, hoe mooi zo’n spinnenweb er van dichtbij uitziet. Maar mensen zoals jij en ik, wij halen dat web weg. We zeggen: ‘Bah, en het plakt ook al aan mijn vingers en het zit ook al in mijn haar…’ En in één veeg maken we zijn hele mooie kunstwerk helemaal kapot.
Maar, die spin gaat door. Hij gaat niet zitten huilen of zitten wachten, hij begint direct weer aan een nieuw web. En morgen weer. De spin, het is een kleine kunstenaar die nooit ophoudt.
Het kan, zijn jongens en meisjes, dat de Bijbel een spin bedoelt zoals wij die kennen. Maar het kan ook zijn dat de Bijbel hier een hagedisje bedoelt. Dat komt omdat het Oude Testament eigenlijk geschreven is in een heel moeilijke taal. In het Hebreeuws. En die Hebreeuwse letters zijn heel moeilijk om te lezen en te vertalen in onze taal. Misschien bedoelt Agur hier een hagedisje, een soort gekko, een soort Lizzard. Als je niet weet wat dat is, zoek het dan thuis met papa en mama maar even op.
Die gekko’s hebben een soort kleverige pootjes, waarmee ze zo tegen een muur kunnen oplopen, en waarmee ze zelfs op het plafond kunnen lopen, zonder naar beneden te vallen. En die beestjes doen de hele dag niets anders dan achter vliegjes en muggen aanrennen om die te vangen. Het zijn dus heel handige beestjes. Als je snel bent, dan kan je zo’n hagedisje misschien wel grijpen, maar ze zijn vliegensvlug. En ze komen overal. Geen kamer is zo netjes, in Afrika, in Indonesië, in Cambodja of in Israël, of de gekko’s, de Lizzards komen binnen.
Wat het ook is, een spin of een hagedis, ze zijn een voorbeeld van ijver, van niet stoppen. Van niet bij de pakken neer gaan zitten, van niet gaan zitten huilen, maar van doorgaan en van volhouden.
Word, jongens en meisjes, wijs als de spin. Ga door! Hou vol! Waarmee? Met bidden, Bijbellezen, met naar de kerk komen (of met - als dat niet kan - thuis te luisteren). En dan niet alleen voor dat moment, niet alleen voor de zondag, maar ook voor de dagen daarna. Als je de Heere iedere dag zoekt, door te bidden, door Bijbel te lezen, dan zal je Hem vinden. Ook al vegen de mensen, ook al veegt de duivel of je slechte hart alles stuk. Ga toch maar weer verder. Begin net als die spin maar weer overnieuw. Want nooit is er iemand die de Heere zocht en bleef zoeken verloren gegaan. Wie zoekt, in de Bijbel, in de kerk, die zal vinden. Wie klopt, door te bidden, die zal de Heere opendoen. Blijft maar vragen bij de Heere. Mensen raken het zat als je steeds weer hetzelfde vraagt. Op een gegeven moment zegt mama: ‘Hou nu maar even op, je hebt dit al tien keer gevraagd.’ Maar de Heere is er blij mee, als je dat doet. En je wordt er zo gelukkig van!
Het kan zijn dat je na een poosje zoeken denkt: ik zal toch wel nooit vinden. Of dat je na een poosje Bijbellezen denkt: ik zal het toch wel nooit echt begrijpen. Je zou bijna gaan denken, en misschien denk je het wel: ik krijg toch nooit een nieuw hart. Ik stop maar met vragen…
Zoals ook zoveel oudere mensen gestopt zijn met bidden, met zoeken en vragen. Meestal willen ze dat niet eerlijk zeggen. Meestal geven ze de Heere de schuld, als ze zeggen: ‘De Heere moet mij bekeren. De Heere moet het doen.’ Dat lijkt wel heel netjes en vroom, maar dat is het niet. Het is goddeloos. Want het is niet eerlijk. Want zij zoeken, bidden en vragen niet meer. Zij wachten gewoon af, met hun armen over elkaar. Zij zitten als oude vlinders rustig op een blaadje te wachten, totdat het te laat is. Terwijl de Heere zo duidelijk gezegd heeft: ‘Zoek Mij, dan zal je Mij vinden.’ Het is beloofd. En de Heere doet het. Niet stoppen dus! Nooit stoppen dus! En zeg maar tegen die oudere mensen, dat zij ook door moeten gaan met zoeken. En dat ze dan ook de Heere zullen vinden. Zeg maar tegen ze, dat ze moeten denken aan de mieren, die altijd doorwerken. Of aan de spinnen, die steeds weer opnieuw beginnen. Nooit is een bidder, dat is iemand die bidt, door de Heere afgewezen. Nooit is een zoeker, dat is iemand die zoekt, door de Heere teleurgesteld. De Bijbel zegt zelfs: die de Heere zoeken, hebben geen gebrek (Psalm 34:11). Eigenlijk zegt de Heere dus: de mensen die de Heere zoeken, die hebben eigenlijk alles al. Want voor de Heere betekent zoeken, letterlijk: vinden. En trouwens, dat zoeken alleen al, maakt je zo gelukkig. Dan helemaal als je vinden mag.
Wat vind je dan? Of beter gezegd: Wie vind je dan? De Heere. De Heere Jezus. En wie Hem vindt, die vindt het leven. Leven voor je hart, vol van zonde en schuld. De Heere maakt er een nieuw hart van. Leven uit genade. Omdat de Heere Jezus aan het kruis leed om zonde en schuld te betalen en nieuw leven te verdienen. Jongens en meisjes, de preek is bijna klaar. Je hebt heel goed geluisterd, daar ben ik blij mee. Luister nog even heel goed naar het laatste wat ik ga zeggen. Je kan, jongens en meisjes, in dit leven heel veel dingen zoeken. Je kan gewone wijsheid zoeken, je kan slim willen worden en hoge cijfers willen halen. Maar als je sterft en voor de Heere God staat, hoef je niet je diploma’s te laten zien. Je kan ook allerlei andere dingen zoeken, die je ziet en waar je van kan genieten: spullen, speelgoed, geld, mooie dingen of mooie kleren. Maar als je sterft en voor de Heere God staat, moet je al die dingen achterlaten op de aarde. Je kan en mag ze niet meenemen. En dus heb je er niets aan. Zoek die dingen allemaal niet. Maar zoek het Koninkrijk van God, de dichterbij gekomen Koning van het Koninkrijk, de Heere Jezus. Want als je Hem vindt, dan vind je alles. En als je dan sterven moet, dan sta je wel met lege handen, maar dan ben je niet alleen. Dan sta je niet alleen voor God. Dan zal de Heere Jezus naast je staan en zeggen: ‘Ik heb aan het kruis voor al zijn of haar zonden betaald.’

Zoek daarom nu, vandaag en vanaf nu en voor altijd de Heere, ijverig als een mier. En vlucht naar de Heere Jezus. Vlucht als een bang konijntje, naar de veilige Schuilplaats en naar de Rots van behoud. En zoek de Heere, net als de sprinkhanen, samen, met goede vrienden en vriendinnen. En blijf zoeken. Hou vol, net als de spinnen en de gekko’s. Dan ben je wijs. Dan ben je niet wijs van jezelf, maar wijs gemaakt door de Heere, door de Heilige Geest. Door de Heere Jezus, die gegeven is tot wijsheid. Jongens en meisjes, wees wijs, en zoek de Heere. Dan zal je Hem vinden

Uitleg uit de Studiebijbel
De zesde getalsspreuk noemt enige kleine dieren die zich goed weten aan te passen aan de natuurlijke orde (vs. 24-28). Het gedeelte begint met de vermelding van vier dieren die kleine schepselen van de aarde zijn. Ondanks hun kleinheid zijn deze dieren echter uitermate wijs (vs. 24). De mieren zijn geen sterk volk, maar ze bereiden in de zomer hun voedsel (vs. 25). Deze dieren zijn wijs omdat ze in een tijd van overvloed voedsel verzamelen voor de winter, wanneer er een tekort kan zijn. Daarna worden de klipdassen genoemd. Zij zijn evenmin een machtig volk, zij bouwen hun huis op de rots (vs. 26). Door hun woonplaats op die ontoegankelijke plek beschermen ze zich tegen roofdieren.
Over de sprinkhanen merkt Agur op dat ze geen koning boven zich hebben, maar toch in geordende scharen optrekken (vs. 27). Deze dieren zijn blijkbaar in staat tot een hoge mate van organisatie, terwijl ze geen leider hebben. Tenslotte wordt de hagedis genoemd een dier dat men met de handen kan oppakken (vs. 28). Het beestje, waarmee vermoedelijk de gevlekte gekko is bedoeld, is klein en in oosterse huizen te vinden, waar het vaak tegen muren en plafonds opklimt. Het is ook in het paleis van een koning te vinden, terwijl heel wat mensen daar niet in doordringen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 augustus 2022

Kompas Handleiding | 21 Pagina's

Handleiding 2: Lessen van kleine dieren

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 augustus 2022

Kompas Handleiding | 21 Pagina's