JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Handleiding 7: De Samaritaanse vrouw

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Handleiding 7: De Samaritaanse vrouw

Thema: Vrouwen in de Bijbel

11 minuten leestijd

Bij deze handleiding is een -10 en een +10 werkboekje beschikbaar. Klik op onderstaande link om deze in te zien.

Toelichting op het thema
Het thema van de vertellingen in dit jaar is ‘vrouwen in de Bijbel’. Deze vertelling gaat over de Heere Jezus, die de Samaritaanse vrouw ontmoet. Hij laat deze vrouw zien dat ze een zondig leven leidt, maar dat er voor zo’n zondig leven ook vergeving bij Hem mogelijk is.

Doel van de vertelling
In deze schets laten we de kinderen zien hoe de Heere Jezus met de Samaritaanse vrouw spreekt. De Joden bleven ver uit de buurt van de Samaritanen, maar Jezus zoekt hen juist op, want het Evangelie is niet alleen voor Joden bestemd, maar het is een woord voor de wereld. Verder laten we de kinderen zien hoe de Heere Jezus deze vrouw haar zonden laat zien, en ze wil vergeven.

Introductie van het thema voor de kinderen
Neem twee doorzichtige flessen mee. Vul één fles met bronwater en één fles met slootwater. Laat de flessen zien. Vraag aan de kinderen uit welke fles ze wel zouden willen drinken. Bespreek dat het bronwater drinkbaar is. Dat water is levend, komt uit een bron. Het lest je dorst en het is gezond. Het slootwater is vuil, ongezond en je zou er ziek van worden. Leven zonder God is als slootwater drinken: het is vuil, ongezond en gevaarlijk. Jezus wil ons levend water geven: Hij is dat Zelf.

Zingen
Psalm 17:7 en 8
Psalm 25:4 en 6
Psalm 32:3
Psalm 65:7
Psalm 81:12
Psalm 147:10
Lied: De Bron van Siloam (TZE, lied 18)
Lied: Heugelijke tijding (TZE, lied 49)

Lezen
Johannes 4:1–14

Kerntekst
Jezus antwoordde, en zei tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal wederom dorsten; maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. (Johannes 4:13 en 14)

Vertelling

Fel brandt de zon op hun hoofden. Er is bijna niemand meer buiten. De meeste mensen hebben de koelte van hun huizen al opgezocht. De komende uren laten ze zich niet meer buiten zien. Het is veel te warm! Over een paar uur staat de zon wat lager aan de hemel, dán zullen ze verder werken. Maar nu niet! Nu is het tijd om wat te rusten en te eten. Het is veel te heet om buiten te zijn.
Net buiten het stadje Sichar in het land van de Samaritanen zien we een groepje mannen. Het zijn Jezus en Zijn discipelen. Ze komen aan bij de bron vlakbij het stadje. Ze zijn vermoeid van de reis. Bij de bron wil Jezus uitrusten. Ook Hij is moe van de lange reis.
Vanuit Judea zijn ze op weg naar Galilea. Maar wat vreemd dat ze dwars door het land van de Samaritanen reizen! Vaak gaan Joodse mensen langs een heel andere weg. Meestal trekken ze om het land van de Samaritanen heen. Ze hebben een hekel aan de Samaritanen! Dat zijn mensen met een ánder geloof! Hun geloof is een beetje half-joods en half-heidens. Ja, ze geloven wel dat de 5 boeken van Mozes het woord van God zijn: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Maar de rest van het Oude Testament lezen ze niet. Ze geloven wel dat er eens een Verlosser zal komen, een Messias. En ze offeren op de berg Gerizim, maar niet in Jeruzalem. Vroeger hadden ze wel eens een tempel op de Gerizim gehad, maar die was verwoest.
Nee, de Joden komen niet graag daar in Samaria. Ze verachten de Samaritanen. Dat zijn van die slechte mensen! Daar moet je maar liever vér bij vandaan blijven.
Maar Jezus móet door Samaria reizen. Hij wil dwars door dit half-heidense, verachte land reizen. Hij moet daar juist zijn. Want in dit zondige land, wil Hij een zondige vrouw opzoeken. Hij is immers gekomen om zondaars tot bekering te roepen?
Kijk, Jezus gaat daar zitten, bij de bron. Hij zal wel een plekje hebben gezocht in de schaduw van enkele bomen. De discipelen lopen nog even verder. Zij zullen naar het stadje gaan om eten te kopen.
Zie je dat? Er komt een vrouw aanlopen. Ze komt uit de stad Sichar en ze draagt een lege kruik bij zich. Ze komt water halen uit de put. Wat doet ze dat op een vreemd moment! Waarom komt ze nu? Het is nu toch veel te heet om water te halen? Kan ze dat niet beter doen als het wat koeler is? Nee, dat wil ze niet. Want dan komen ook de andere mensen uit de stad om water. En die andere mensen doen altijd zo lelijk tegen haar!
Ze kijkt verbaasd op, want ze ziet iemand bij de put zitten. Maar wat is dat vreemd! Het is een Joodse Man, dat ziet ze zo aan Zijn kleding. Hij kijkt haar aan. Hoort ze dat goed? De Man vraagt haar iets. “Geef Mij te drinken,” zo zegt Hij. “Wat vreemd,” zegt ze, “U bent toch een Jood? Vraagt U water van míj? Ik ben toch een Samaritaanse vrouw? En Joden willen toch niets te maken hebben met Samaritanen?”
Jezus geeft haar antwoord. “Als u zou weten wie Ik ben, dan zou u water aan Míj hebben gevraagd. En dan zou Ik u levend water hebben gegeven!”
Levend water? Dat begrijpt de vrouw wel. Daar bedoelt de Man natuurlijk dat stromende water mee, dat diep onderin de put opborrelt. Maar toch is er iets vreemds. Die Vreemdeling vroeg daarnet háár toch om water? En Hij heeft niet eens iets bij zich om water uit de put te kunnen halen! Ze zal het Hem eens vragen. Ze zegt: “Ja maar, U hebt niets om water mee te putten. U kunt toch geen water scheppen uit die diepe put? Bent U dan soms beter of belangrijker dat onze vader Jacob die lang geleden deze put gegraven heeft?”
Jezus kijkt haar aan. “Mensen die van dít water drinken, krijgen weer dorst. Maar als je drinkt van het water dat Ík zal geven, dan zal je nooit meer dorst krijgen! Dat water zal als een fontein worden, stromend tot in het eeuwige leven!”
Je begrijpt het vast al! De Heere Jezus bedoelt natuurlijk geen écht water. Hij bedoelt Zijn genade. Die wil Hij geven aan iedereen die in Hem gelooft! Ook aan jou wil Hij zijn vergeving geven, en die genade gaat nooit meer over! Daarmee ben je voor altijd gelukkig.
De vrouw begrijpt het niet helemaal. Kan die Man water geven, waarna je nooit meer dorst krijgt? Dat wil ze ook wel! Dan hoeft ze niet meer steeds naar de put op het heetst van de dag. Ze hoeft er niet lang over na te denken. “Heere, geef mij dat water, opdat ik niet dorste, en ik hier niet moet komen om te putten!”
Maar dan klinkt weer Jezus’ stem. “Gaat u maar naar de stad, roep uw man en kom weer hier!” Daar schrikt de vrouw van. Haar man roepen? Maar hoe moet dat dan? Ze weet heus wel dat ze een slecht leven leidt. Dat ze al bij veel mannen heeft gewoond. Snel antwoordt ze: “Ik heb geen man”. Even is het stil. Dan spreekt Jezus weer. “Dat klopt. U hebt vijf mannen gehad, en de man met wie u nu samenleeft, is uw man niet!” Daar schrikt de vrouw van. Het is net of die Vreemdeling alles van haar weet! Het lijkt wel of Hij heel precies weet hoe ze leeft! Ze voelt zich in het nauw gedreven. Zou Hij haar straks nog gaan bestraffen om hoe ze leeft? Zou Hij net als die mensen in de stad het haar kwalijk gaan nemen hoe ze leeft?
Snel praat ze er overheen. “Ik zie dat U een profeet bent. Hoe zit het nu eigenlijk? Jullie Joden zeggen dat je in Jeruzalem God moet dienen, wij geloven dat we hier in Samaria op de berg Gerizim tot God moeten bidden. Kunt U mij dat uitleggen?”
Dan legt Jezus het uit. “Geloof Me maar, vrouw, er komt een tijd dat jullie niet op deze berg en ook niet in Jeruzalem tot God zullen bidden. Mensen die God écht nodig hebben, zullen tot Hem bidden. En dan maakt het niet uit waar ze bidden. En de Heere zoekt juist mensen die Hem echt nodig hebben.”
Dat is mooi wat de Heere Jezus hier belooft! Als je bidt, dan zal je gegeven worden. Als je hem zoekt, dan zal je Hem vinden. Als je klopt, dan zal je opengedaan worden. Het maakt niet uit, waar je bidt, áls je maar bidt! Dat doe je toch wel?
Eén ding vraagt de vrouw zich nog af. “Ik weet dat er eens een Messias, een Verlosser komt. En als Hij komt, dan zal Hij ons alles uitleggen.”
En dan spreekt Jezus weer. “Ik ben de Messias, Ik ben die Verlosser!” Wat een vreugde voor deze vrouw! Op het moment dat Jezus dit tegen haar zegt, weet ze het: Deze Vreemdeling is de Christus, de beloofde Messias! En al is haar leven zó zondig, zó verkeerd, toch wil de Verlosser, Jezus, tot haar komen, tóch wil Hij met haar spreken! Wat een blijdschap stroomt er door haar heen! Dan weet ze ook wat Hij met dat levende water bedoeld heeft! Wat een wonder! Hij wil al haar zonden vergeven!

Op dat moment komen de discipelen weer terug uit de stad. Verbaasd zien ze hoe Jezus met een vrouw spreekt. Toch zeggen ze niets. En de vrouw? Ze loopt weg, terug naar de stad Sichar. Haar kruik om water mee te putten, vergeet ze. Nu wil ze naar de stad. Ze wil iedereen vertellen dat de Messias, de Christus bij de put is. Ze wil het aan iedereen zeggen: “Die Man heeft mij alles gezegd wat ik gedaan heb, Hij is de Christus!"
Die dag wordt het druk bij de bron. Veel van de Samaritanen komen naar de put. Die Vreemdeling willen ze ook wel eens zien. En daar bij de put, gebeuren wonderen. Veel Samaritanen geloven dat Jezus de lang verwachte Christus is. Daarom moest Jezus door Samaria gaan. Opdat velen geloven. Daarom moet Jezus door ons dorp of onze stad gaan. Opdat velen zullen geloven. Jij ook?

Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte

Samaria en de Samaritanen
Samaria is het gebied rond de stad Samaria. De Samaritanen zijn ontstaan uit een vermenging van de Israëlieten die na de wegvoering van het Tienstammenrijk Israël in 722 v. C. zijn achtergebleven, met de naar dit gebied gedeporteerde volken uit Assyrië.
De moeilijkheden met de Joden ontstaan na de terugkeer van de Israëlieten uit de ballingschap in Babel in 536 v. C. Zij weigeren gezamenlijk met de hulp van de Samaritanen de verwoeste tempel in Jeruzalem te herbouwen. De Joden beschouwen de Samaritanen dan niet meer als Joden.
De Samaritanen bouwen tijdens de regering van Darius, de Pers, in 500 v. C. een eigen tempel op de berg Gerizim. De Joden verwoesten deze tempel in 129 v. C., wat zeer veel kwaad bloed zet. Vanaf die tijd leven deze twee volken op zeer gespannen voet en komt het herhaaldelijk tot gewelddadige confrontaties. De Joden mijden Samaria. De Samaritanen aanvaarden alleen de vijf boeken van Mozes: Genesis t/m Deuteronomium, als Gods Woord. Op grond hiervan verwachten zij de beloofde Messias. Hun godsdienst is een vermenging van de dienst van God en van afgoden. (bron: Leren en Leven, deel 3; informatie bij Johannes 4)
De Samaritaanse vrouw
De Samaritaanse vrouw lijkt een beetje mensenschuw te zijn. Normaal gesproken gaat iedereen in de vroege ochtend water putten. Meestal moet men een stuk lopen, en als je dan ook nog eens één of meer kruiken water moet meedragen, is dat erg zwaar. Dat wil je dus niet midden op de dag doen, als de zon op het felst is. Toch gaat de Samaritaanse vrouw midden op de dag water putten. Blijkbaar wil ze niet naar de put als al haar dorpsgenoten daar ook zijn. Dat is niet zo vreemd, want deze vrouw zal min of meer zijn uitgestoten door haar stadsgenoten. Ze heeft immers al vijf mannen gehad. Op iemand die zo veel mannen heeft gehad, moest wel een vloek liggen, dacht men. Mensen met een vloek op zich, kun je beter mijden. Des te wonderlijker is het dat Jezus precies met déze vrouw een gesprek begint, over levend water. (Bron: Bijbel met uitleg)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 2021

Kompas Handleiding | 15 Pagina's

Handleiding 7: De Samaritaanse vrouw

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 2021

Kompas Handleiding | 15 Pagina's