Handleiding 2: Naomi
Thema: Vrouwen in de Bijbel
Bij deze handleiding is een -10 en een +10 werkboekje beschikbaar. Klik op onderstaande link om deze in te zien.
Toelichting op het thema
Dit jaar gaan de Kompasschetsen over vrouwen in de Bijbel. Deze schets gaat over Naomi. Een vrouw die vaak terugkomt in het verhaal samen met Ruth. In deze Kompas staat Naomi zelf centraal.
Doel van de vertelling
In deze schets willen we de kinderen laten zien dat de Heere altijd zijn plan uitvoert. Ook als het moeilijk is en als wij er niets van begrijpen. Dit kan rust geven, bij de Heere loopt niets uit de hand.
Introductie van het thema voor de kinderen
Wie is er wel eens verhuisd? Waarom zijn jullie toen verhuisd?
Waar letten jij en je ouders op als jullie gaan verhuizen?
Zingen
Psalm 32:5
Psalm 33:9
Psalm 48:6
Psalm 87:3
Psalm 146:3
Bundel Tot Zijn eer: Lied 12: Beveel gerust uw wegen
Lezen
Ruth 1
Kerntekst
Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. (Ruth 1:20)
Vertelling
Daar in de verte... Met een schok blijft Naomi stokstijf staan. Daar tussen de akkers met de wuivende korenhalmen ligt het stadje Bethlehem. Daar ligt het stadje waar ze jaren gewoond heeft. Het stadje waar ze vertrokken is. Ze voelt zich zo verdrietig. Langzaam rolt er een traan over haar wang. O, wat voelt ze een pijn. Jaren geleden ging ze weg uit Bethlehem, samen met haar man Elimelech en haar zoons Machlon en Chiljon. Er was een grote hongersnood. Ze wilden niet langer meer in Bethlehem blijven. Ze hadden zoveel honger.
Ze weet het nog goed dat haar man Elimelech op een dag thuis kwam. ‘Naomi’, zei hij, ‘Het gaat zo niet langer. We gaan hier weg. We gaan op reis naar het land Moab. Daar is meer dan genoeg te eten. Pak alle spullen die je nodig hebt maar bij elkaar.’ Niet veel later gingen ze op pad. Ze lieten hun huis in Bethlehem achter en liepen tussen de lege akkers rondom de stad. Steeds verder bij Bethlehem vandaan op weg naar een onbekend land.
En nu… nu is ze terug. Ze is terug bij Bethlehem. En wat een verschil met toen. Nu staan de akkers vol met koren. Binnenkort zal de oogst beginnen. Dan zal al het koren van het land gehaald worden. Dan zal er weer eten zijn. De hongersnood is voorbij. Wat fijn! Er is meer dan genoeg te eten. Maar Naomi voelt zich niet vrolijk. Ze is helemaal niet blij. Heel verdrietig buigt ze haar hoofd. De tranen lopen over haar wangen. Ineens voelt ze een hand op haar arm. Ze schrikt er een beetje van. Ze was zo in haar eigen gedachten. Maar naast haar staat haar schoondochter, Ruth. Ze is meegekomen uit Moab.
Wat ging het goed in Moab. Wat waren ze blij dat ze weer te eten hadden. De jongens werd groter en groter. Het werden stoere kerels. En op een dag werden ze verliefd op een meisje. Ze trouwden. Alles leek goed te gaan, alles ging voor de wind. Maar toen… en als Naomi terugdenkt aan die dag, krimpt ze in elkaar. Haar man, haar Elimelech stierf. Wat kwam er groot verdriet in haar huis in Moab. Ze moest alleen verder, zonder haar man. Maar daar bleef het niet bij. Haar lieve kinderen, haar jongens, Machlon en Chiljon stierven ook. Zonder man, zonder haar jongens bleef ze helemaal alleen achter in Moab. Alleen haar twee schoondochters had ze nu nog over.
Daar zat ze helemaal alleen in haar huisje. Ze kreeg heimwee. Wat verlangde ze naar haar huis in Bethlehem, naar de mensen die ze kende. Wat zou ze graag teruggaan! En toen kwam het bericht dat de hongersnood voorbij was in Israël. Nee, Naomi heeft geen moment meer geaarzeld. Ze heeft haar spullen gepakt. ‘Lieve dochters, ik ga terug naar mijn eigen land,’ zei ze tegen haar schoondochters, Orpa en Ruth. ‘Ik laat jullie hier achter. Ik heb zoveel heimwee.’ Ja, Naomi hoort nog de stem van haar schoondochters: ‘Maar we laten u niet alleen gaan. We gaan met u mee.’ Ze kon zeggen wat ze wilde, maar Orpa en Ruth wilden persé met haar mee op reis. Ze wilden niet dat ze alleen ging. Terwijl ze naar de grens met Israël liepen, heeft ze het nog een keer geprobeerd: ‘Ga toch terug naar huis. Zoek een nieuwe man en krijg kinderen. Wat heb ik jullie nu te bieden.’ Maar ze bleven volhouden: ‘Wij gaan met u mee.’ Tot de grens. Daar was Naomi even gestopt. Heel ernstig had ze het gezegd: ‘Ga nu terug naar huis. Ik heb geen man, ik heb geen zonen meer.’ Wat waren ze verdrietig. Dikke tranen rolden over de wangen van hen alle drie.
En toen nam Orpa ineens een besluit. Ze omhelsde Naomi, gaf haar een zoen en draaide zich om. Terug naar Moab. ‘Kijk Ruth, Orpa gaat ook terug naar Moab. Terug naar haar familie, terug naar haar goden. Ga jij nu ook maar. Ik ga alleen verder.’ Maar in de ogen van Ruth was een vastberaden blik. ‘Nee, blijf niet aanhouden dat ik terug moet gaan. Ik ga niet terug. Waar u heengaat, ga ik ook heen. Waar u zult overnachten, zal ik ook overnachten. Uw volk is ook mijn volk en uw God is mijn God. Ik blijf bij u tot het moment dat een van ons zal sterven.’ Nee, Naomi zag wel dat het besluit van Ruth vaststond. En daarom hield ze verder haar mond. Nog een keer keek ze terug naar Moab en toen draaide ze zich om. Ze gaat terug naar Bethlehem, terug naar haar eigen land.
En nu staat ze hier. Ze ging weg met haar man en haar zoons, ze komt terug met Ruth, haar schoondochter. ‘Kom, Ruth, we gaan verder.’ Met lood in haar schoenen loopt Naomi tussen de akkers door. Haar rug een beetje gebogen. In haar gezicht staan diepe groeven van verdriet. Ze is oud geworden van het verdriet. Haar hart huilt. Elke stap dichter bij Bethlehem herinnert haar aan haar lieve man en haar lieve jongens. Vanuit de stad komt iemand hen tegemoet. Hij loopt zo langs haar heen. Hij herkent haar niet eens. Ze lopen door. De stadspoort komt steeds dichterbij. Het wordt drukker om hen heen. Ineens blijft iemand staan. Naomi voelt dat ze van top tot teen bekeken wordt. Er wordt ineens druk gefluisterd om haan heen. Steeds meer mensen kijken naar haar. Het lijkt wel of het als een lopend vuurtje door de stad gaat. Het gonst van de geruchten in de stad. ‘Nee maar… is het echt waar? Is dit Naomi? Is dit die vrouw die jaren geleden de stad verlaten heeft? Kijk eens hoe oud ze geworden is. Is dit echt dezelfde Naomi?’
Ja, ze hoort wel wat er allemaal gezegd wordt. Ze kijkt de vrouwen in Bethlehem aan. Als vanzelf lopen de tranen weer over haar wangen: ‘Ja, ik ben het. Ik ben Naomi! Maar jullie moeten mij geen Naomi meer noemen. Noem mij maar voortaan Mara. Dat betekent bitterheid. De Heere heeft mij zoveel bitterheid aangedaan. Mijn man en twee kinderen zijn door de dood weggenomen. Ik ben hier rijk weggegaan, maar ik kom helemaal leeg en arm terug.’
Wat moet het moeilijk voor Naomi geweest zijn. Wat een verdriet en tegenspoed heeft ze gehad. Naomi snapt er helemaal niks van. Ze begrijpt niet waarom de Heere dit heeft gedaan.
Misschien herken je dat wel in je eigen leven. Dat je niet begrijpt, waarom er zoveel moeilijke, zoveel verdrietige dingen gebeuren in je leven. Toch vergist de Heere Zich niet. Hij heeft met alles wat Hij doet in je leven een bedoeling. Hij bestuurt je leven. Hij bestuurt het leven van Naomi.
De hele dag is Ruth al weg. Ze is op een van de akkers van Bethlehem waar de tarwe wordt geoogst. Daar zal ze korenaren gaan rapen, zodat ze te eten zullen hebben. Naomi is alleen achtergebleven. Hoe zal het gaan met haar schoondochter? O, kijk, daar komt ze aan. Met een heleboel tarwe! “Op welke akker ben je toch geweest? Kijk toch eens hoeveel je hebt meegebracht! Gezegend zij de man, bij wie je gewerkt hebt!"
Dan vertelt Ruth over wat er die dag is gebeurd. Dat ze op de akker van Boaz is geweest en hoe vriendelijk hij was. Stil luistert Naomi. Wat zorgt de Heere zo onverdiend goed voor haar. Want Boaz is nog familie. Hij zou hen verder kunnen helpen, nu ze zo arm zijn. Zou de Heere dan toch nog weer voor haar en voor Ruth willen zorgen? Ja, dat doet de Heere. En Hoe! Naomi ziet het gebeuren! Boaz wil trouwen met Ruth! Dat is een wonder! Boaz zal de akkers terugkopen die van haar lieve Elimelech zijn geweest. Mara? Dat was zo, maar nu is ze weer blij! Wat is de Heere goed voor haar.
Kijk, daar komen de vrouwen van Bethlehem. Ze gaan naar Naomi. Nu fluisteren ze niet. Juist niet! Ze roepen het uit: Geloofd zij de Heere! Dankbaar kijkt Naomi op. Ze heeft een kindje op haar schoot, een jongetje. Het is de baby van Ruth en Boaz. Daarom zingen de vrouwen van Bethlehem. Geloofd zij de Heere! Hij heeft aan Naomi een kleinkind gegeven, een zoon! Obed is zijn naam. Hoe wonderlijk heeft de Heere voor alles gezorgd.
Ruth was met haar schoonmoeder meegegaan naar Bethlehem. Dat heeft Hij bestuurd. Weet je ook waarom? Omdat de Heere Jezus geboren moest worden. Want toen Obed oud genoeg was, trouwde hij ook en kreeg ook weer een kind: Isaï. En de zoon van Isaï was David, de koning van Israël. En honderden jaren later zou juist uit de familie van David de Heere Jezus geboren worden. Zie je wat een wonder! Toch geen Mara, bitterheid, maar Naomi!
Soms kan het zo moeilijk zijn in je leven. Soms snap je niet wat de Heere doet. Soms zijn er zoveel tegenslagen. Een ding moet je onthouden. De Heere heeft alles in de hand. Hij bestuurt alles en… Hij weet precies wat Hij doet! Daarom mag je altijd op Hem vertrouwen!
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte
Moabieten
De Moabieten stammen af van Lot en zijn oudste dochter. Zij zijn uit bloedschande geboren. Het is een bastaardvolk, dat verwant is met Israël.
Efratha
Erfathers zijn afkomstig uit Efratha, dat ‘vruchtbaarheid’ betekent. Zo wordt de landstreek rondom Bethlehem, die zeer vruchtbaar is, ook wel genoemd.
Velden van Moab
De velden van Moab vormen de vlakte ten oosten van de Dode Zee onder de rivier Arnon
Bitterheid van Naomi
Uit de woorden van Naomi blijkt geen opstand tegen de Heere. Zij beseft dat zijn een eigen weg naar Moab is gegaan. Het bittere van haar verdriet is echter zo groot, dat zij Mara, de bittere, genoemd wil worden en niet Naomi, de liefelijke. Nee, ze is niet boos op de Heere, ze erkent haar schuld, maar haar ogen zijn verduisterd door het verdriet, zozeer dat zij Gods zegeningen niet meer ziet. De moeiten en het verdriet kunnen onze blik zo verduisteren, dat we niet zien hoe goed de Heere nog is. We komen dat ook tegen bij de Bijbelheiligen, zoals Jakob en David en Job. Het blijft Gods kinderen niet vreemd.
Belijdenisgeschriften
Zondag 10: over de voorzienigheid Gods.
NGB artikel 13: Van de voorzienigheid Gods en regering aller dingen.
NGB artikel 14: Van de schepping en val van de mens en zijn onvermogen tot het ware goed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 augustus 2021
Kompas Handleiding | 19 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 augustus 2021
Kompas Handleiding | 19 Pagina's