Samuël bij Mizpa
Thema: Profeten uit het Oude Testament
Psalm 18 (voorzang)
Nu zal mijn ziel, nu zullen al mijn zinnen,
O God, mijn sterkt', U hartelijk beminnen.
Mijn steenrots, burcht en helper is de HEER,
Mijn God, mijn rots, mijn zaligheid, mijn eer.
Een huis met een naam
Sem en Twan zijn op weg naar huis. “Hé, kijk daar eens, dat huis heet Eben-Haëzer!”, roept Sem opeens. “Daar had onze dominee het toch zondag ook over?” Twan ziet het nu ook. “Ja, dat had iets te maken met Samuël”, weet Twan. Maar waarom je je huis zo noemt, dat begrijpen ze allebei niet. “Kom, we gaan het aan mama vragen”.
“Mam! Wat betekent Eben-Haëzer ook alweer?” Verbaasd kijkt mama hen aan. “Het stond op een huis.” Mama begrijpt de vraag en legt het uit. “Het betekent; tot hiertoe heeft de Heere ons geholpen”, zegt ze. Twan en Sem kijken elkaar even aan. “O, nou snap ik het. Die mensen zijn christelijk! “Juist”, zegt mama, “en ze willen dat we bij het lezen van die naam nooit vergeten dat God voor ons zorgt en ons wil helpen in moeilijke tijden. Hij is het waard om gediend te worden!”
Weet je het nog?
Lees de zin en onderstreep het goede antwoord.
1. Het volk van Israël diende de Baäl en de Moloch (m) / de Astaroth (e).
2. Na twintig (b) / veertig (r) jaar riepen ze weer tot de Heere.
3. De profeet Samuël riep ze bij elkaar in Rama (o) / Mizpa (e).
4. Daar ging het volk bidden (k) / bidden en water uitgieten voor de Heere (n).
5. Ook gingen ze vasten en hun zonden belijden (h) / zingen en bidden (p).
6. Plotseling kwamen de Amalekieten (e) / Filistijnen (a).
7. Het volk riep tot de Heere (m) / vroeg aan Samuël of hij voor hen wilde bidden (ë).
8. Samuël slachtte eerst een bokje (n) / een lammetje (z) en ging toen bidden.
9. De Heere verhoorde zijn gebed en de Filistijnen werden verjaagd door onweer (e)/ hagel (f).
10. Samuël dankte God en bouwde weer een altaar (e) / zette een steen overeind (r).
God dienen
Nodig: Een bijbel en een pen of potlood.
Zoek in de bijbel het bijbelboek ‘Psalmen’ op.
Vul het ontbrekende woord in uit de Psalmen hieronder.
Zet als je klaar bent al die ontbrekende woorden op een rij. Wat staat er dan?
1. Psalm 29:2 Geef . . . . . . . . Heere de eer Zijns Naams.
2. Psalm 28:6 Geloofd zij de . . . . . . . . . , want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.
3. Psalm 27:14 Wacht op den HEERE, zijt sterk, en Hij zal . . . . hart versterken.
4. Psalm 115:3 Onze . . . . . . is toch in de hemel, Hij doet al wat Hem behaagt.
5. Psalm 119:82 Wanneer . . . . . . Gij mij vertroosten?
6. Psalm 9:11 Omdat . . . . . . . . . , HEERE, niet hebt verlaten degenen die U zoeken.
7. Psalm 95:6 Komt, laat ons . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . en nederbukken, laat ons knielen voor
de HEERE.
8. Psalm 103:8 Barmhartig . . . . . . . . . . . genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van
goedertierenheid.
9. Psalm 130:7 Israël hope op den HEERE, want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij
. . . . . . . . is veel verlossing.
10. Psalm 51:6 Tegen U, U . . . . . . . . . . . . . . . . . . heb ik gezondigd.
11. Psalm 102:23 Wanneer de volken tezamen zullen vergaderd worden, ook de koninkrijken,
om den HEERE te . . . . . . . . . . . . . . .
Antwoord:
........................................................................................................................................................................
........................................................................................................................................................................
........................................................................................................................................................................
a. Bespreek waarom deze tekst bij dit bijbelverhaal van Samuël past.
..........................................................................................................................................................................
b. Omcirkel de plaatjes die horen bij het dienen van de HEERE.
Hoe kunnen we de Heere dienen?
c. Wat kunnen voor ons afgoden zijn?
(Welke dingen kunnen ons afhouden om juist de Heere te dienen?).
...........................................................................................................................................................................
d. Wanneer noemen we iets een afgod?
..........................................................................................................................................................................
e. Hoe kun je ervoor zorgen dat aardse dingen je niet te veel in beslag nemen?
Hoe kun je ervoor zorgen dat je meer tijd voor de Heere hebt/maakt? Wat doe je dan?
..........................................................................................................................................................................
Vergeving
In veel psalmversjes gaat het over vergeving krijgen van onze zonden.
Vul het juiste woord in de psalmregel in. Je weet het misschien wel uit je hoofd. Anders kun je het
opzoeken. De psalm staat erachter.
a. ............................................................................ mij al mijn zonden. (Psalm 6:2)
b. Maar neen, daar is ............................................................................ . (Psalm 130:2)
c. Delg uit mijn schuld, ............................................................................ mijn overtreden. (Psalm 51:1)
d. Welzalig hij, wiens zonden zijn ............................................................................ . (Psalm 32:1)
e. Hoeveel het zij, genadig wil ............................................................................ . (Psalm 103:2)
Het zijn allemaal gebeden om vergeving.
f. Waarom moeten wij om vergeving vragen?
..........................................................................................................................................................................
g. Zeg het “Onze Vader” samen op. Welk gedeelte gaat over vergeven?
..........................................................................................................................................................................
h. Wat betekent dat voor ons? Waarom moeten we dat bidden?
..........................................................................................................................................................................
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 2025
Kompas groep 5 en 6 | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 2025
Kompas groep 5 en 6 | 8 Pagina's