Weet je...
Gewone priesters zagen er eenvoudiger uit dan de hogepriester. Zij deden ook het dagelijkse werk in de tempel. Ze staken het reukwerk aan in het heilige, ze zorgden voor de lampen en de toonbroden, ze zorgden dat het vuur op het brandofferaltaar altijd bleef branden en ze offerden daarop. Wanneer men dacht dat iemand melaats was, moest de priester onderzoeken of dat echt zo was. De Heere had daar hele duidelijke voorschriften voor gegeven. Ook traden de priesters weleens als rechters op. De priesters leefden van heilige gaven, bijvoorbeeld van wat de mensen offerden (niet het hele dier of al het koren hoefde geofferd te worden, een gedeelte daarvan was voor de priesters). De eerstelingen van de oogst waren ook voor de priesters.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 2005
Daniel | 32 Pagina's