Weet-je
Het brandofferaltaar stond ook in het voorhof van de tabernakel (zie Exodus 27: 1-8). De Heere had aan Mozes geboden welke offers er wanneer gebracht moesten worden op dit altaar. Soms was dit koren of wijn, soms waren dit koeien, lammetjes of duiven. Voordat deze dieren werden geslacht, moest de man die wilde offeren zijn hand op het dier leggen. Dat betekende, dat het dier eigenlijk de plaats innam van die man. Die man hoefde niet te sterven voor zijn zonden, maar dat dier wel in plaats van hem. Deze offers wezen heen naar de Heere Jezus, Die als het Lam Hods Zichzelf offerde in de plaats van Zijn kinderen. Hij stierf, en droeg zo de straf op de zonden, zodat Zijn kinderen eeuwig konden leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 2004
Daniel | 32 Pagina's