Weet-je
Tegenover de gouden kandelaar stond de tafel met de toonbroden. Deze tafel was van hout en met goud overtrokken (zie Exodus 25: 23-30). Op de tafel lagen twee stapels met allebei zes broden. De Heere had gezegd hoe die koeken of broden gebakken moesten worden (Leviticus 24: 5). Op elke stapel moest een schaaltje wierook gezet worden. Naast deze broden stonden er ook gouden borden en bekers. Deze twaalf broden (voor elke stam van Israël één) werden zo aan de Heere getoond (laten zien). Hiermee zeiden de priesters eigenlijk: "Heere, U bent het Die ons alles geeft wat we nodig hebben. Daar danken en eren wij U voor." Elke sabbat werden de broden verwisseld. De oude broden mochten door de priesters bij de tabernakel opgegeten worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 november 2004
Daniel | 40 Pagina's