JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wilhelmus à Brakel, lezen in de Redelijke Godsdienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wilhelmus à Brakel, lezen in de Redelijke Godsdienst

Regionale Vergadering te Hilversum

10 minuten leestijd

Op donderdagavond 27 mei werd de laatste regioavond van dit seizoen gehouden. We werden heel hartelijk ontvangen in het kerkgebouw van Hilversum. Ouderling Van de Poel, die deze avond de leiding heeft, heet allen hartelijk welkom. In het bijzonder een woord van welkom voor de heer S. Post, de spreker van deze avond.

Hij opent de avond met het laten zingen van Psalm 49: 1. De Schriftlezing is uit de Hebreeënbrief, hoofdstuk 13: 1-14. De heer Van de Poel mediteert met ons over het zevende vers, waar staat: Gedenkt uw voorgangers, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na aanschouwende de uitkomst hunner wandel. 

 

Gedenkt uw voorgangers...

"Wij staan vanavond niet stil bij een mens, om in die mens te eindigen, maar het gaat om het Woord Gods dat zij gesproken hebben, om hun geloof, en om hun einde. Het gaat niet om de groten in de kerkgeschiedenis, zoals Brakel, Luther, Calvijn, Van der Groe, Smytegelt en Boston, maar om het Woord wat ze spraken. Wij hebben hetzelfde geloof nodig. We moeten onszelf afvragen of we ook zo'n geloof mogen hebben als we zien op degenen die in Hebreeën 11 genoemd worden: Noach, Mozes, Jakob, Simeon, Paulus. Er staat: En volgt hun geloof na. Nee, er staat niet: doe hun geloof na, maar volg hun geloof na. We mogen ons wel afvragen of we ook zo'n geloof mogen hebben. Het gaat niet om de voorgangers, want zij gaan weer. Want die zulke dingen zeggen, betonen klaarlijk dat zij een vaderland zoeken (Hebreeën 11: 14). Wij hebben hier geen blijvende stad. We mogen zien op de grote Voorganger, Jezus Christus, Die nu zit aan de Rechterhand om te bidden voor Zijn volk. Let op den vrome en zie naar den oprechte, want het einde van dien man zal vrede zijn staat er in Psalm 37: 37. Wat zou het een zegen zijn als ons samenzijn vanavond in dat teken zou mogen staan. Dat het Woord van God die vrucht zou mogen afwerpen, dat ons einde vrede zou mogen zijn."

Hierna zingen we Psalm 37: 19, en krijgt de heer Post het woord.

 

De Redelijke Godsdienst

Hij wil deze avond met ons nadenken over 'Wilhelmus à Brakel, Lezen in de Redelijke Godsdienst'.

"Ik vraag u mee te gaan 350 jaar geleden naar 1654. Iedere maandagmorgen zien we in het kleine Friese dorpje Beerts twee mannen door de Dorpsstraat gaan. Vader Theodoor en zoon Wilhelmus gaan richting Leeuwarden. Als ze een paar kilometer weg zijn, neemt vader afscheid en ziet zijn 19-jarige zoon naar Leeuwarden gaan. Willem gaat naar de Latijnse school. Als de vader de zoon weg ziet gaan, is er een stil gebed in zijn hart of de Heere zijn zoon wil geleiden en wil zegenen. Hellenbroek vertelde deze geschiedenis bij de rouwpreek van Brakel.

Vader Theodorus was eerst schoolmeester en toen predikant. De moeder van Wilhelmus à Brakel was Magretha Homma. Brakel had goede herinneringen aan zijn moeder. Vaak ging zij in gebed om zijn zielenheil en toekomst.

Later ging hij studeren in Franeker, omdat hij wilde luisteren naar Voetius en Lodestein. Na zijn studie ontving hij de bul voor predikant, waarna hij een beroep aannam naar Exmorra, waar hij enige zegen mocht ervaren op zijn prediking. Hij woonde daar alleen in de pastorie. Er is door zijn vader een vrouw voor hem gezocht. Sara Nevius werd zijn vrouw. Zij had Duitse ouders. Haar vader was predikant in Venlo. Hij overleed tijdens een pestepidemié. Haar moeder ging met haar kinderen naar Kampen. Sara werd door haar moeder naar een meisjespensionaat in Amsterdam gestuurd. Ze was een begaafde leerling.Ze was zeer vroom en godvrezend. In 1647 deed ze belijdenis op 14-jarige leeftijd. Op 17-jarige leeftijd trouwde ze met dominee Benth. Daarmee is ze enkele jaren getrouwd geweest.

Na zijn overlijden ging ze terug naar Kampen. Daar woonde ze enkele jaren, maar toen wilde ze naar Utrecht, het centrum van de Nadere Reformatie. Veel bekende predikanten preekten daar, onder andere Voetius. Zij kwam daar in contact met mevrouw Anna Maria van Schuurman. Met haar voerde ze veel gesprekken. Ook leerde ze van haar de fijne kneepjes van de dichtkunst. Anna Maria van Schuurman had contact met de vader van Wilhelmus à Brakel. Vader besloot dat zijn zoon met Sara Nevius moest trouwen. Ze kregen vijf kinderen, waarvan alleen Sulammith bleef leven. Sara Nevius organiseerde in die tijd bijeenkomsten voor vrouwen, waarin ze onderwijs gaf en de Catechismus uitlegde. Ze schreef ook meditaties.

In het kort nog iets over de loopbaan van Wilhelmus. De gemeente werd steeds groter. Hij nam steeds beroepen aan naar grotere gemeenten. Van Stavoren ging hij naar Harlingen. 'In Harlingen hebben vrouwen duidelijk een taak in de gemeente', zo schreef hij in de Redelijke Godsdienst, 'zij onderwijzen zondaren, bemoedigen zwakken, ze zijn als profetessen.' Ze waren tot grote zegen voor zijn gemeente. Daarna ging hij naar Leeuwarden en van daar ging hij - na herhaald beroep - naar Rotterdam. Hij had daar collega's, zoals Hellenbroek, Jac. Fruytier en Eversdijk.

In aansluiting op de openingsmeditatie iets over het einde van Wilhelmus à Brakel. Een week voor zijn sterven gaf hij een boodschap voor zijn gemeente mee: 'Zeg de gemeente uit mijn naam, dat ik haar de waarheid heb gepreekt. Die waarheid heb ik gekend, heb ik gesmaakt, op die waarheid kan men vast gaan en daardoor kan men de zaligheid verkrijgen en op die waarheid sterf ik.' Tegen zijn schoonzoon, ds. Van der Kluit, mocht hij getuigen: 'Ik rust in mijn Jezus, en ik wacht maar tot Hij komt.'

Nu over zijn boek Redelijke Godsdienst. In de eerste plaats is het geschreven voor de gemeente Gods. Brakel adviseerde zijn gemeenteleden om het in kleine groepjes met elkaar te lezen en te bespreken. 'Met veel nachtwake en ernstige gebeden' heeft hij dit boek geschreven. Het is een soort dogmatiek, heel praktisch en pastoraal.

We willen eerst kijken naar het hoofdstuk over bekering en wedergeboorte. Wat als eerste bij Brakel opvalt is dat hij heel veel Bijbelkennis had. Het geeft zijn betoog veel gezag. Het hoofdstuk begint ermee dat de wedergeboorte zo noodzakelijk is voor de mens, dat zonder dezelve geen zaligheid te verwachten is. Met welk een bekommernis moet een mens dan aangedaan zijn om wedergeboren te worden. Want van nature is hij onherboren en gaat naar het verderf. Hoe bezorgd moet ieder dan zijn om te weten in welke staat hij is.

Brakel wijst op drie soorten mensen. Sommige mensen houden niet van deze vraag. Werpen de vraag onbeantwoord weg. Anderen slaan aan de goede kant over, maar maken verbeelding dat ze wedergeboren zijn. Zij willen geen kwade gedachten daarover nemen, dat ze van zichzelf onbekeerd zijn. Er zijn er ook die meer tot zichzelf komen, dat zijn de bekommerden, maar omdat ze de natuur van de wedergeboorte niet wel kennen.

Er zijn verschillende manieren om wedergeboren te worden. Sommigen in heel korte tijd, anderen met verschrikkelijke ontsteltenis en vreselijke verschrikkingen van de dood en de hel, maar sommigen brengt de Heere ook over op een zeer evangelische wijze met veel bedaardheid, heel rustig zien zij hun zonden. 'Dit zijn', zo zegt Brakel, 'de standvastigste christenen. Maar vaak gaat het zo dat mensen met veel strijd en overwinning, vallen en opstaan, droefheid en blijdschap, geloof en ongeloof, tot bekering komen. Zie niet op andere bekeringen. De wegen Gods zijn wonderbaar.'

Over de tijd van wedergeboorte is Brakel mild, nuchter en wijs. Het is maar zelden dat men het weet, zegt hij. Het moment van wedergeboorte valt samen met de eerste daad van het geloof. Velen weten dat niet. Het is ook niet nodig; het is genoeg als men op goede gronden uit het Woord besluiten kan, dat men gelooft dat men wedergeboren is.

 

Oefeningen in het geloof

Mensen van de Nadere Reformatie drongen erop aan om het geestelijke leven dagelijks te oefenen. Anders gaat de geestelijke conditie achteruit. Paulus zegt: Ik jaag ernaar... De eerste oefening is bidden. Men moet aandringen en worstelen in het gebed. Argumenten erbij gebruiken. Je kunt beter hardop bidden, dan worden je gedachten niet afgeleid. Brakel legt er de nadruk op dat het gebed in Christus' Naam gebeden moet worden. De bidder heeft als enige pleitgrond Christus. Zij nemen met het oog op Christus de Toevlucht tot God. De bidder ziet uit of de Heere het gebed wil vervullen.

Er zijn ook bijzondere oefeningen die Brakel noemt; bijvoorbeeld het vasten om de verootmoediging van de ziel gelijkmatig te laten opgaan met het lichaam, om elkaar te versterken. Ook wekt Brakel de lezer op om de eenzaamheid te zoeken - zeker in deze tijd niet onbelangrijk - om je af te schermen van deze wereld, om te mediteren over geestelijke zaken. Ook zingen is een oefening die elke dag moet gebeuen, het is heel belangrijk. Het versterkt de innerlijke omgang met de Heere. Zou je hier niet zingen, als dat straks in de hemel je doel is om de Heere zo eeuwig groot te maken?"

Aan het eind gekomen van zijn lezing wijst de heer Post ons er op, dat dit boek ook vandaag een bron van geestelijke aadgevingen is. Nog een opmerking, ook naar aanleiding van de tekst uit Hebreeën 7. Brakel merkte naar aanleiding van de uitvinding van de boekdrukkunst op: "Nu kan een leraar een hele natie, ja, de hele wereld over preken, en dat zelfs eeuwenng na zijn dood."

 

Na de pauze leest mevrouw. N. van Rijssel-van Nieuwkoop voor ons het indringende gedicht: Klacht tot God, van Maria van der Deliën, waarvan u hier enkele verzen kunt lezen:

O, wat een grote smarte is mij dat, o mijn God!

Dat steeds mijn zondig harte zo wijkt van Uw gebod.

Jezus, al mijn Vreugd, geef mij toch maar die deugd,

dat ik U dienen mag. Dat bidd' ik nacht en dag.

Zou ik hierom niet treuren en droevig zijn altijd,

mijn harte zich niet scheuren, daar Gij 't zo waardig zijt

door mij te zijn gediend? O! Gij, mijn beste Vriend.

Mijn Troost en Toeverlaat, waar al mijn hoop op staat!

 

Er zijn wel duizend reden, die mij verbinden, Heer':

al Uw barmhartigheden, die trekken mij zozeer,

tot Uw gehoorzaamheid, o hoogste Majesteit,

en 't overvloedig goed, dat Gij mij dagelijks doet.

Ach, hoeveel ben ik schuldig en nooit ik iets betaal.

Mijn Heer' wees toch geduldig, 'k zal 't geven altemaal.

Want Christus' dierbaar bloed, dat voor de zond' voldoet'

heeft ook voor mij voldaan, als ik het neme aan.

 

Dat ik u niet kan geven, van 't geen ik schuldig ben,

o Hoeder van mijn leven. Met droefheid ik 't beken!

dat ik met recht ben weerd, zo Gij het maar begeert,

dat Gij mij gans verstoot en van Uw gunst ontbloot.

Maar, o barmhartig Vader, ontferm U over mij.

O alle heils Springader, sta mij toch altoos bij.

Geef mij toch nieuwe kracht, daar ik om zucht, op wacht.

Dan zal ik naar mijn wens, haast zijn een ander mens.

 

Gij weet het, o mijn Heere, waarom ik altijd bid

En wat ik meest begere. Dit is mijn enig wit;

Dat ik met heel mijn hert, U maar gehoorzaam werd.

Dat is mijn hoogste loon. Ja, meerder dan een kroon.

 

Er zijn verschillende vragen naar aanleiding van het referaat, welke door de heer Post beantwoord worden.

 Tot slot bedankt mevrouw Teerds ieder hartelijk voor zijn of haar bijdrage aan deze fijne avond en zij noemt het een voorrecht om zo met elkaar te mogen samenkomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 2004

Daniel | 31 Pagina's

Wilhelmus à Brakel, lezen in de Redelijke Godsdienst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 2004

Daniel | 31 Pagina's