Weet-je
Mensen in de woestijn leefden vaak in tenten. Om een tent te maken zetten ze eerst palen in de grond. Aan de bovenkant van die palen werden touwen vastgemaakt. Over die touwen heen legden ze dan een langwerpig doek van geitenhaar (vaak zwart, Hooglied 1: 5). De twee zijkanten werden met pinnen in de grond vastgemaakt. Aan de achterkant en de voorkant werden dan kleden aan het doek vastgemaakt, zodat de tent dicht werd. Aan de voorkant van de tent werd vaak een soort afdak gemaakt. Hieronder kon het bezoek zitten, want mannelijke bezoekers mochten nooit in de tent komen. Mensen die in de tent zelf waren, konden wel horen waar de mensen onder het afdak over praatten (zoals Sara in Genesis 18: 9-15), maar ze konden ze niet zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 2004
Daniel | 32 Pagina's