Weet-je
Alle korenschoven werden op de dorsvloer gelegd, die een harde ondergrond had. Dan konden de ossen met de dorsslede er overheen lopen. De dorsslede was een plank met scherpe punten aan de onderkant. De slede werd door de ossen over een laag graan van ongeveer vijftig centimeter heengetrokken. De bek van de ossen mocht daarbij van de Heere niet dichtgebonden zijn ('muilbanden', zie Deuteronomium 25: 4), zodat de ossen van het graan konden eten. Het graan viel door de scherpe punten uit de aren en zakte door het stro heen op de harde bodem. Het stro werd door de scherpe punten ook gelijk fijngehakt. Verschillende profeten gebruiken het beeld van de dorsvloer in hun profetieën (zie bijvoorbeeld Jeremia 51: 33 en Micha 4: 12).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 2004
Daniel | 36 Pagina's