Weet-je
Een dikke stok met een stalen punt die door de aarde gaat aan de ene kant en een handvat voor de boer aan de andere kant (onderaan het plaatje - zie PDF), met een dwarspaal om als juk aan de trekdieren te bevestigen (middenin op het plaatje): daar moest de boer mee ploegen. De dieren moesten twee ossen of twee ezels zijn, één os en één ezel had de Heere verboden (Deut. 22: 10). De boer liep achter de trekdieren. Wanneer de dieren naar achteren schopten, gebruikte hij de prikkel (bovenaan op het plaatje). Dat was een stok met een punt die hij tegen de verzenen (poten) van de dieren hield als ze schopten. Ze lieten het schoppen dan wel! Je kunt nu misschien ook begrijpen wat Handelingen 9: 5 betekent.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 2003
Daniel | 32 Pagina's