"Zwaar? Wat nou zwaar?"
Vijf jongeren over Gergem-zijn
Donkerblauwe rokken en geen tv in huis: dat is het clichébeeld dat veel anders-kerkelijken hebben van de Gereformeerde Gemeenten. Vooral jongeren hebben te kampen met dat stereotype beeld, waarop zij door andere jongeren worden aangesproken. Stafleden van een zomerkamp constateerden dit probleem. Reden genoeg om een gesprek te hebben met vijf Gergem-jongeren: "Voor de Gereformeerde Gemeenten hoef ik mij niet te schamen. Wel voor mezelf."
Nogal wat jongeren uit de Gereformeerde Gemeenten lijken rond te lopen met het gevoel dat zij zich moeten verontschuldigen voor hun Gergem-zijn: "Sorry, ik ben ook maar Gergem. Ik kan er ook niets aan doen dat vrouwen geen broek mogen, dat tv slecht is voor het gezin. Ik kan er ook niets aan doen dat de kerk vindt dat de uitverkiezing gepreekt wordt en ellendekennis een belangrijke rol speelt in de bekering. En ik kan er ook niets aan doen dat wij zo weinig predikanten hebben."
Vooral +16-jongeren, mbo-ers, hbo-ers en studenten lijken last te hebben van dit probleem. Het zijn vooral deze jongeren die in contact komen met mensen uit andere kerken. En juist in een omgeving met wat hoger opgeleiden wordt gediscussieerd over de vraag waarom iemand juist lid is van die kerk. Zo worden sommige leden van de studentenvereniging CSFR regelmatig aangesproken op hun Gergem-zijn. De Gereformeerde Gemeenten lijkt daar soms 'not done': een Hervormde of Christelijk-gereformeerde kerkdienst bezoeken tijdens een weekeind is geen probleem, maar een Gergem-dienst lijkt niet de voorkeur te hebben.
Uit Gorinchem komt Joost van Drongelen (22), student communicatie aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Zijn thuisgemeente is een kleine, maar fijne en actieve gemeente, waar veel aandacht is voor jongeren. "Een echte stadsgemeente" tekent hij er bij aan. "Wat nuchterder dan een dorpsgemeente."
Ook Annegreet Roos (18), afkomstig uit Apeldoorn en leerling op het Hoornbeeck-college in Amersfoort, vindt 's zondags haar plaats in de banken van een stadsgemeente. "Een grote gemeente met veel verenigingen." Nadelen heeft zo'n grote gemeente ook: "Van sommige mensen weet ik niet eens wie zij zijn."
Leonie Kalkman (19) uit Capelle aan den IJssel-Middelwatering is juf-in-opleiding aan De Driestar in Gouda. "Juist fijn, zo'n grote gemeente: veel mensen, veel jongeren en veel contacten. Ik zit op JeV, maar jammer genoeg komen veel jongeren daar niet."
Huy Nguyen (26), afkomstig uit Kampen, is sinds kort als interieurarchitect werkzaam op een architectenbureau. Voor hij aan zijn huidige werk begon, rondde Huy eerst een jaar aan de bijbelschool De Wittenberg af. Hij kerkt in Kampen, een "actieve gemeente".
Martina Roepert (23) woont in Zaandam en studeert sinds een jaar aan de Stoas Hogeschool in Dronten. Martina is lid van de Gereformeerde Gemeenten van Zaandam, maar gaat "ook vaak naar Westzaan, omdat mijn vriend daar kerkt." Ook bezoekt zij vaak de Gergem van Amsterdam "omdat wij daar JeV-lid zijn." Zaandam is "een kleine, niet altijd even betrokken, maar wel fijne gemeente, waar iedereen voor elkaar klaarstaat."
Zondekennis
Verschillende gemeenten, allemaal Gereformeerde Gemeenten. Maar wat is typisch Gergem? "Dat is moeilijk te verwoorden", vindt Joost. "Typisch voor de Gereformeerde Gemeenten is toch wel het bevindelijke." Bevinding blijkt een kernwoord te zijn: de 'persoonlijke ervaring van de gemeenschap met God in de weg van bekering en geloof, steunend op het Woord van God', daar gaat het om in de prediking. God bovenaan, de zondaar op het diepst vernederd. Toch?
Leonie hoort daarover soms wel vragen stellen: "Gaat de ellendekennis voorop? leder mens beleeft dat toch anders? En hoeveel zondekennis is nodig?"
Voor Martina is één van de dingen die typerend zijn voor de Gereformeerde Gemeenten ook de hoge organisatiegraad. "Overal is wel een commissie voor. Door sommigen wordt wel gezegd dat door Gergem-ers van bijzaken hoofdzaken worden gemaakt en over de hoofdzaken niet meer wordt gesproken. Soms zijn er hevige discussies over het dragen van broeken door vrouwen, maar kan er niet op de man of vrouw af worden gevraagd of je al in Christus bent. En als je dat wel doet, word je al snel in de evangelische of linkse hoek geplaatst. Dan praat je te vrij of te ruim over Christus." Toch ervaart ze zelf dat over wezenlijke dingen gesproken kan worden. "Zulke mensen ontmoet je ook vaak op de winterconferenties."
Typerend is ook, vindt Huy, de grote Bijbelkennis die leden van de Gereformeerde Gemeenten hebben.
Zwaar
Niet ieder van de vijf jongeren heeft even veel te kampen met vragen over zijn of haar Gergem-zijn. Zo is het Hoornbeeck niet echt een plaats waar zij zich hoeft te verdedigen voor haar Gergem-zijn, vind Annegreet. Ook Leonie heeft daar nauwelijks last van. Martina iets meer: "Daar ben ik nooit echt tegenaan gelopen. Ik ben daar ook niet zo gevoelig voor, omdat ik geloof dat God mij in de Gereformeerde Gemeenten heeft geplaatst. Maar ik vind het soms wel moeilijk om aan bijvoorbeeld mijn medestudenten uit te leggen waarom dingen in mijn kerkverband op een bepaalde manier gaan. Waarom moet je als meisje een rok aan?"
Joost heeft meer van dergelijke ervaringen. "In Ede studeren veel gereformeerde en evangelische jongeren. Vooral de evangelische jongeren zetten een sterk stempel op de school. Die vinden de Gereformeerde Gemeenten maar bekrompen, vooral als het gaat over uiterlijke dingen. Waarom kan een korte broek in de kerk niet? In hun ogen is de Gereformeerde Gemeenten maar zwaar. Dan denk ik: Zwaar? Wat nou zwaar?".
Ook de leer roept vragen op bij de medestudenten van Joost. "Sommigen denken dat iemand eerst onder de grond door moet - bij wijze van spreken - om bij God te komen. 'Zoveel ellendekennis is nodig bij jou in de kerk? Maar Jezus heeft toch alles volbracht? En jij bent toch gedoopt? Dan ben je zalig.' Ik merk dat het mensbeeld vaak zo positief is. 'Als je gedoopt bent, dan heb je al een streepje voor bij God'. Zij hebben veel vooroordelen en probeer daar dan maar eens doorheen te prikken. Ik merk ook vaak dat die vooroordelen rusten op niet goed geïnformeerd zijn en soms ook op slechte ervaringen met Gergem-ers."
Huy ontmoet in zijn omgeving niet veel commentaar op zijn lid zijn van de Gereformeerde Gemeenten. "Wel valt een nieuwsgierige houding mij vaak op."
"Er wordt amper over gepraat", is de ervaring van Annegreet. "Het is allemaal zo vanzelfsprekend, vrijblijvend. Een jongen uit de klas bijvoorbeeld is wel Gereformeerde Gemeenten, maar 's zaterdags gaat hij 'lekker uit'. Soms zeg ik daar wat van, maar dan haalt hij zijn schouders op." Een vriendin van Annegreet is hervormd in Elspeet. "Daar kan ik goed mee praten, serieus." Dat er niet gediscussieerd wordt op school, heeft ook nadelen. "Als een buitenstaander iets vraagt, dan weet ik soms niet goed wat ik moet zeggen." Echt hevige discussies worden er ook niet gevoerd in Gouda. Leonie: "Tijdens de godsdienstles praat je wel over de verschillen, maar niet echt diepgravend. ledereen gaat toch twee keer 's zondags naar de kerk. Maar 's zaterdags werk ik in een supermarkt en één van mijn collega's daar is gereformeerd vrijgemaakt. Die is wel eens meegeweest bij mij naar de kerk. 'Waarom zoveel donkerblauw? Waarom een hoed? En waarom duurt de dienst zo lang?', dat vroeg ze na afloop. 'Je bent gedoopt en dus een kind van God'."
Joost: " Veei gereformeerden zeggen: 'je moet geloven'. Maar als je geen nood voelt, moet je dan geloven? Kun je dat dan?" Leonie vult aan: "Veel evangelischen 'hebben het', kunnen die ervaringen vertellen, Dat lijkt eenvoudiger. Bij ons in de Gereformeerde Gemeenten valt de nadruk op zondekennis. Dan lijkt de bekering langer, moeilijker, ingewikkelder ook."
Toch schaamt geen van de jongeren zich voor de Gereformeerde Gemeenten. Martina: "Nee, maar soms vind ik het wel moeilijk om te vertellen dat ik als christen wil leven. Op school kan ik niet mee naar feesten, mensen vloeken om me heen en ik bid voor mijn eten. Het is wel moeilijk om dan staande te blijven, om de Heere niet te verloochenen.
Joost: "Ik schaam me niet voor de Ger-gem, wel voor sommige Gergem-ers. Voor mensen in de kerk die ruzie met elkaar maken. Of voor de jongeren die Hotel Gorinchem bezoeken. Als ik hoor hoe ze daar 's avonds laat weggaan... Dat is geen reclame voor de kerk. Mensen zouden er meer erg in moeten hebben, dat anderen op kerkgangers letten. Ze zeggen dan: 'Die mensen weten het zo goed, moet je eens kijken wat de praktijk is'."
Martina is het daar mee eens: "Mensen die thuis niks mogen en op school of elders helemaal uit hun dak gaan. Ik sta daar niet achter en toch... Ik heb dan het gevoel dat ik die mensen moet verdedigen naar buitenstaanders toe."
Ook Huy heeft geen last van schaamtegevoelens ten opzichte van de kerk. "Schamen zou ik het niet willen noemen, maar als ik niet-christelijke vrienden mee zou nemen naar de zondagsdienst, zoals tijdens mijn belijdenis, vind ik het wel lastig. Lastig omdat ik uit eigen ervaring weet hoe moeilijk de dienst te volgen is voor iemand van buitenaf." Wel kan hij zich goed voorstellen dat jongeren het moeilijk vinden om uit te leggen waar de Gereformeerde Gemeenten precies voor staan. "Maar er is een groot verschil tussen het uitleggen aan een niet-christen en het uitleggen aan iemand van een ander kerkverband. Het uitleggen op zich is meestal al een klus, maar de vooroordelen die er zijn, om die uit de weg te ruimen, dat is een enorme kluif. Je hebt het al gauw over verschillen: Wat is het verschil tussen 'hen' en 'ons'? Probeer eerst vragen terug te stellen en niet te beginnen met een soort opsomming."
"In gesprekken schiet ik tekort, maar ervoor uitkomen dat je het moeilijk vindt, kan al veel helpen en kan vaak een aanleiding zijn tot een goed gesprek. De taal waarin je het uitlegt, is ontzettend belangrijk: wees helder. Woorden als genade en zonde: veel mensen die niet-christelijk zijn, weten niet eens wat dat betekent. Voor hen zijn het termen die geen diepte hebben. Probeer je in die ander te verplaatsen. Meestal vertel ik ook over mijn eigen vragen en strijd."
Sandor van Leeuwen
Je hoeft je niet te schamen voor de Heere en Zijn dienst
Al luisterend naar de jongeren, kwam ik onder de indruk van het spanningsveld waarin onze jongeren vandaag verkeren. Je zult maar (doop)lid zijn van zo'n behoudende kerk. Heel gemakkelijk kan dat op onbegrip stuiten in de omgeving waarin je als jongere studeert of werkt. Dat maakt het niet altijd gemakkelijk om je overtuiging uit te dragen. Wat punten ter overweging.
1. Onbegrip betekent lang niet altijd: niet willen begrijpen. Er zijn mensen die reformatorische jongeren negatief benaderen. 'Hoe kun je zo dom zijn...' Er zijn meer mensen die het gewoon niet weten. Iemand zei pas tegen me: "Mag iedereen zomaar bij jullie in de kerk komen?" Deze mevrouw dacht dat het alleen voor 'Gergem-ers' was. Alsof wij een sekte zijn! Daarom: leg de dingen uit. Voel je niet gediscrimineerd. Jij wilt gewoon als dooplid of belijdend lid in het spoor van de Schrift en de gereformeerde belijdenis gaan. Dat is alles. Dat mag je frank en vrij uitleggen!
2, Wat moet je zeggen? Het is belangrijk om je daar in te verdiepen als jongere. Denk steeds bij de dingen die je leert uit de Bijbel of de belijdenis: hoe geef ik dat door? Hoe voorkom ik dat mensen er een karikatuur van maken? Werk ik daar soms zelf aan mee? Wat zeg je als iemand zegt: "Het gaat bij jullie alleen over de uitverkiezing?" Ga je je verdedigen of zeg je bijvoorbeeld: "Vind u dat dan niet belangrijk? De verkiezing is geen muur, maar juist een poort tot de zaligheid. Er zijn wel mensen die met de uitverkiezing beginnen. Maar zo is het bij ons niet! Het is juist een troost ais je de Heere mag kennen. Kijk maar eens in onze belijdenis!"
3. Er zijn jongeren die zeggen: Op al die vragen weet ik geen antwoord. Daar begin ik niet aan. Jammer! Het wordt wei van je verwacht. Daarom: praat er thuis over. Doe mee in de godsdienstles op school, wees betrokken bij de catechisatie. Stel je vragen. En doe vooral ook mee met de JeV. Een unieke mogelijkheid om met jongeren van jouw leeftijd de vragen te bespreken die op je afkomen. Als je dat niet doet krijg je er later spijt van. Elke jongere die niet meedoet op de jeugdvereniging laat een kans liggen. Waarom zou je je kost bare tijd wel benutten om uit te gaan, sport te doen en niet bezig te zijn met vragen die in onze - mag ik het zo zeggen? - 'heidense wereld' op christelijke jongeren afkomen. Adeldom verplicht.
4. Spreken over de Bijbel en het geloof is een zaak van relatie. Met andere woorden: hoe ga je om met de ander? Ben je betrouwbaar? Vinden mensen om je heen jou een jongere die oog heeft voor de ander. Die zich de dingen aantrekt? Of niet? Als je echt betrouwbaar bent, dan kun je in zo'n relatie ook iets zeggen. Anders halen de mensen de schouders op over jou en je godsdienst,
5. Bij het Deputaatschap voor de Evangelisatie is een mooi boekje verschenen. Het heet: Wat moet ik zeggen? Het is een handreiking om Gods Woord door te geven in je omgeving. Hoe doe je dat? Wat moet je zeggen? Bestaat God? En als jongeren zeggen: "Ik heb Jezus aangenomen?". Bestel dit gratis boekje via 010-4505995.
6. Soms denken mensen dat we in de Gereformeerde Gemeenten alleen over de wet en de ellende spreken. Daar moeten we geen aanleiding toe geven. We willen wel graag de Bijbelse lijnen volgen, zoals ook in onze belijdenisgeschriften verwoord zijn. Denk aan de eerste zondagen van de catechismus. Op zulke en andere punten hoef je je als Gergem-er niet apart te laten noemen. Het is voluit naar onze belijdenis en gelukkig zijn er ook Hervormden en Christelijke Gerefomeerden die duidelijk de lijn van de drie stukken willen vasthouden. Juist met hen weten we ons verwant.
De ernst van onze verlorenheid en de onpeilbaarheid van Gods genade zal in elke gereformeerde prediking naar voren komen. Ik denk aan een woord van de Schotse schrijver ds. Samuel Rutnerford: "Er is veel kracht in de zonde tot verdoemenis, maar er is meer kracht in Jezus' bloed tot behoudenis."
7. Je hoeft je voor de Heere en Zijn dienst niet te schamen. Het is wel jammer als de discussies zich toespitsen op uiterlijkheden. Het gaat om veel meer. Ten diepste gaat het om het dienen van de Heere en hoe een zondaar door genade de Heere leert kennen. Daar gaat het om. Dat is kenmerkend voor onze gemeenten. Overigens hoef je je dan zeker niet te schamen voor een Bijbelse levensstijl, ook als het gaat om geldbesteding, kleding en haardracht.
8. 'Sorry, ik ben ook van de Ger.Gem.' Ja, soms schaam ik me voor mijn kerk. Maar... de kérk, dat ben ik (ook). En dan schaam ik me, voor wie ik ben. En dat ik dan tóch nog naar de kerk mag gaan. Dat is een wonder! Vind je niet?
J.H. Mauritz
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 2003
Daniel | 17 Pagina's