JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De strijdende kerk (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De strijdende kerk (3)

Pagina's voor haar

5 minuten leestijd

'Omstreeks het jaar onzes Heeren en Zaligmakers 251 ontstond er eene zeer groote en wreede vervolging tegen de geloovige Christenen, en wel onder de regeering van keizer Decius, gewoonlijk de zevende genoemd', aldus de 'Historie der Martelaren' (1881). 'In deze bloedige vervolging werden vele Christenen, uit den aanzienlijken en uit den lagen stand, in vele landen en steden van het geheele keizerrijk onder ongehoorde pijnigingen ter dood gebracht'.

Een van die velen is Flavia. Ze woont in Carthago en is getrouwd met een man, die in zijn blindheid ijvert voor de eer van de oude goden en grote haat koestert tegen de christenen. Flavia is echter anders geworden. De genade Gods heeft zich aan haar willen verheerlijken. Onder de prediking van een zekere Cyprianus heeft de Heilige Geest intrek genomen in haar hart en dat ontgaat haar man niet. Elke dag ergert hij zich aan haar woorden, haar christelijke levenswandel, haar waarschuwingen aan zijn adres.

Op een avond komt ze thuis na een bezoek aan enkele christenen. Als haar man dat te weten komt, wordt hij woedend. "Gij onteert mijn naam... Zweer die goddeloze gevoelens af en offer weer aan de goden!" Maar Flavia kan dat niet en probeert zelfs haar man te winnen voor het christelijke geloof. "Ga uit mijn ogen", schreeuwt hij, "ik erken u niet langer als de mijne. Uw naam is mij een afschuw en nog vóór de dag gedaald is, zal ik u aan de rechter overleveren!"

Niet lang na dat dreigement wordt Flavia, en met haar nog enkele christenen, gevangen genomen. De inwoners van Carthago horen het en stromen samen op een van de voornaamste pleinen van de stad. Opgewonden beschuldigen ze de christenen van de meest vreselijke dingen. Zij zijn er immers de oorzaak van dat de goden vertoornd zijn en allerlei rampen het land treft!

Op het plein staat een standbeeld van een afgod en een vuur brandt op een altaar. In gouden schalen staat het wierook al klaar om de afgod eer te bewijzen. Hier zal straks de pro-consul aan al de gevangenen vragen of ze vóór of tegen Christus zijn.

Daar komt Flavia, bewaakt door twee soldaten. Een woest geschreeuw klinkt haar tegemoet, maar Flavia wordt bijzonder gesterkt door de Heere. Ze mag weten, Wiens eigendom ze is en de Heere laat haar ook in deze moeilijke uren niet alleen.

"Offer aan onze goden", beveelt de pro-consul. "Werp wat wierook in het vuur en gij zult vrij zijn!" Ondanks de dreigende toon, de woedende menigte en de haat, die ze voelt, weigert Flavia het bevel van de machtige heer op te volgen. "Zou ik mijn Christus afzweren, Die voor mij Zijn leven gaf?"

"Dwaas, die gij zijt", bijt de pro-consul haar toe, "het leven is zo begeerlijk en de dood onder de vreselijke martelingen zo verschrikkelijk. Bedenk u toch en hecht niet langer geloof aan de dwaze leer van een gekruisigde God." Maar ook deze woorden kunnen Flavia niet bewegen aan de afgoden te offeren. De pro-consul wenkt daarom met een gebiedend gebaar een paar beulsknechten en zij grijpen haar beet... 

"Flavia, nog één keer: we vergeven u uw halsstarrigheid. Offer toch de goden. Al doet u het niet van harte, maar alleen voor het oog van deze mensen... Strooi maar enkele korrels wierook in het vuur en blijf in uw hart een christen..." Maar ook deze verleidende woorden mag Flavia met de hulp des Heeren weerstaan. "De Heere ziet het hart aan", zegt ze ernstig, "doe wat u behaagt: ik blijf mijn belijdenis getrouw."

Dan grijpen beulsknechten haar stevig beet. Ze sleuren haar naar het altaar en een van de mannen houdt haar hand tussen de zijne geklemd en duwt die in de gouden wierookschaal. Op deze manier krijgt Flavia enkele wierookkorrels tussen haar vingers. Daarna houdt de beulsknecht haar hand boven de vlammen. Maar met een hevige ruk maakt Flavia zich los. Ze slaat de wierrookkorrels weg en roept: "Nee! Ik wil uw afgoden niet offeren."

Nu is het geduld van de pro-consul ten einde. "Voer haar weg," gebiedt hij woedend. "Naar het blok met die hardnekkige Christin."

Het is maar enkele ogenblikken later, als de beul zijn blinkende bijl omhoog heft. Flavia's hoofd wordt van haar lichaam gescheiden. Zo sterft ze de martelaarsdood en mag ze ingaan in de vreugde van haar Heere. De andere gevangen hebben gezien, wat er met Flavia is gebeurd. Sommigen zijn doodsbleek en het angstzweet parelt op het gezicht. Ze kijken schuw om zich heen en zien de vreselijke martelwerktuigen. Anderen zien echter naar boven, hoger dan de wolken, en bidden om moed en kracht, om dit lijden te kunnen ondergaan en standvastig te mogen blijven.

Het martelen is verschrikkelijk. De christenen worden gebeukt, geslagen, gegeseld, op een vuur geroosterd... Wie in de kerkgeschiedenis leest wat de vervolgde christenen hebben moeten doorstaan, huivert zelfs al bij de gedachte aan dit lijden. En Gods kinderen vrezen: "Zou ik in zulke omstandigheden standvastig zijn gebleven? Zou ik bij het minste of geringste al niet lang de Heere hebben verloochend? O, ik weet zeker, dat ik de eerste ben om met Petrus te zeggen: ik ken Hem niet." De Heere houdt echter Zijn volk staande. Dat deed Hij in de tijd van Flavia, dat doet Hij ook nu nog.

Een jaar lang woedt keizer Decius met ontzettende wreedheid tegen de christenen en daarna wordt hijzelf vermoord. Velen van de gevangenen vallen onder de gruwelijke martelingen af van het christelijke geloof en offeren aan de afgoden. Zij blijken huichelaars, naamchristenen te zijn. Maar anderen worden in de kracht Gods bewaard tot zaligheid. God Zelf houdt hen staande en zij mogen ingaan in de eeuwige heerlijkheid. Zo was deze, maar zo is ook elke vervolging een middel in Gods hand, om de Kerk des Heeren te zuiveren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juli 2001

Daniel | 32 Pagina's

De strijdende kerk (3)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juli 2001

Daniel | 32 Pagina's