VERSLAG der 2e Ringvergadering van de Jongelingsvereenigingen der Geref. Gemeenten op Flakkee.
Onder groote belangstelling kwamen op Donderdag 30 Mei de drie Jongelingsvereenigingen, met de drie meisjesvereenigingen, die mede waren uitgenoodigd, ter vergadering bijeen, in het kerkgebouw der Ger. Gemeente te Dirksland. Aanwezig waren ongeveer 180 leden en 120 tot 150 bezoekers.
Om 3 uur opent de Voorzitter, de heer Th. de Waal van Middelharnis de vergadering door te laten zingen: Ps. 47 : 1 en 3, leest Hand. 1 vers 1-12 en gaat voor in gebed.
De Voorzitter roept de vereenigingen, bezoekers, Kerkeraad en den Eere-Voorzitter, Ds. Bel, een hartelijk welkom toe.
Daar Ds. Bel van plan is binnen korten tijd naar Amerika te vertrekken, vraagt de Voorzitter hem, als hij behouden terug mag keeren, zijn bevindingen, vooral wat betreft de jeugd, aan den Ring te willen vertellen of in het Jeugdblad „Daniël" te willen publiceeren.
Ds. Bel wordt nu het woord gegeven tot het uitspreken van een inleidend woord. Na een hartelijk welkom, begint Spr. met er op te wijzen, dat het een verblijdend teeken is, dat de jeugd nog Gods Woord wil hooren en onderzoeken. Velen in onze gemeenten stonden sceptisch tegenover Jongelingsvereenigingen. Daar echter de wereld aan alle kanten lokt en roept, stemt het tot blijdschap, als jongelingen het onderzoek van Gods Woord verkiezen boven danszaal, sportveld en bioscoop. Het is plicht de Schriften te onderzoeken en er naar te luisteren.
Spr. leest in dit verband Jer. 35, hetwelk handelt over de gehoorzaamheden der Rechabieten. Hij schildert hun afkomst en omstandigheden, waarin zij leefden. Voortgekomen uit Jethro leefden zij als bijwoners in Israël. Reeds Bileam prees de Kenieten, hun voorvaderen, om hun groot verstand. Woonden zij na de verovering van Kanaan eerst in Jericho, later werden zij over het geheele land verspreid. Jer. 35 speelt zich af in een bangen tijd, gelijk als voor ons Mei 1940. Israël was afgeweken van den Heere. Om hun een voorbeeld te stellen, niet om de Rechabieten te verzoeken, gebiedt de Heere Jeremia hen wijn voor te zetten, waarvan het drinken hen door hunne vaderen verboden is.
De Heere stelt hier de bijwoners den Israëlieten tot een voorbeeld van gehoorzaamheid, want zelfs des Heeren profeet kan den Rechabieten niet overhalen wijn te drinken. Treffend is de zegen die op hun huis rust om hunne gehoorzaamheid. Deden zij reeds bij Bileam, bij Jaäl, bij Jehu van zich spreken, nog steeds, nu drie eeuwen later bij Jeremia blinken zij boven het Verbondsvolk uit. Daarom — aldus Ds. Bel — Jongelingsvereenigingen, wees een voorbeeld in standvastigheid voor een krom en verdraaid geslacht. Dan zal God ook bij U willen wonen en U zegenen.
De notulen worden hierna voorgelezen en onveranderd goedgekeurd. Een ingekomen stuk wordt naar de huishoudelijke vergaderingen verwezen.
Vriend Henk Koppelaar van Middelharnis krijgt nu gelegenheid tot het voorlezen van zijn inleiding over de Hemelvaart van Christus. Hij begint met er op te wijzen dat de geboorte van Christus bij de Kerk veel meer in tel is dan de Hemelvaart, doch dat reeds in de tweede eeuw de hemelvaart 40 dagen na Paschen werd gevierd. In deze 40 dagen heeft Christus bewezen dat Hij waarlijk was opgestaan. Een langer verblijf had wellicht de gedachten aan een aardsch koninkrijk weer levend doen worden. Op een vraag van Zijne discipelen hiernaar geeft Christus geen antwoord, daar zij antwoord zullen krijgen op den Pinksterdag van den Trooster, de Heilige Geest.
Zegenend ging de Christus heen, geheel anders dan Elia. Daar geschiedde de hemelvaart met kracht en geweld, hier is meer de overgang, de opheffing. Opgenomen door een wolk, zooals Hij ook zal wederkomen op de wolken des hemels. De hemelvaart was ook noodzakelijk. De uitverkorenen hebben er nut van. Zij hebben een Voorspraak bij den Vader; hun vleesch heeft een zeker pand in den hemel en zij hebben den Heiligen Geest tot tegenpand in hun ziel op deze aarde.
Bij de bespreking die op de inleiding volgt, worden nog verschillende vragen gesteld, in 't bijzonder over de houding van de discipelen, de vrucht van Christus' hemelvaart en de wederkomst ten oordeel. De vragen werden door den inleider en door Ds. Bel toegelicht en beantwoord.
De M.V. van Herkingen geeft nu eenige zangnummers: Het wachtwoord der Hervormers. Psalm 133:3. Lof zij den Almachtige. Psalm 134.
Zij worden door de vergadering met aandacht gevolgd.
De Voorzitter werkt de jongeren onder de bezoekers op lid te worden van een der vereenigingen. Onder het collecteeren wordt gezongen Psalm 68 vers 9, waarna overgegaan wordt tot de Pauze.
Door de leden der Ver. wordt in de pauze een gemeenschappelijke koffiemaaltijd gehouden. Mej. Vermeulen van Herkingen leest onderwijl een stukje proza voor getiteld: ,,Een Joodsche legende" naar Ex. 12:13. Er wordt gezongen Ps. 84:3 en 6. Student v. Dijke, die inmiddels is aangekomen, sluit den maaltijd met dankgebed.
Om 7 uur wordt de vergadering heropend met het zingen van Ps. 21:1 en 13. Gelezen wordt Psalm 19.
Vriend J. Hogchem van Dirksland leest nu zijn inleiding getiteld ,,De Bijbel Gods Woord". De Heilige Schrift wordt door hem geteekend als het Boek dat versmaad en geliefd, grondig weerlegd, maar toch steeds verbreid wordt. Het begint zonder authoriteit, zonder verwijzingen, zonder voorwoord of aanbeveling, majestueus eenvoudig: ,,In den beginne schiep God".
Wij kunnen niet vatten het verhaal van den boom des levens en van het leven in den hof van Eden. Karakters worden in den Bijbel geteekend. Zie Jozef met zijn broeders in Egypte, Jacob op zijn sterfbed, Mozes als koningszoon, herder en leider van het volk Israël, Joab vermetel en weerspannig. Zie David de koning, zanger en dichter, Salomo, moe van een leven in pracht en praal, hoe hij uitroept: „IJdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid! Zie Elia en de profeten, hoever steken zij allen uit boven wereldsche krijgsheeren, koningen en wijsgeeren.
De Bijbel is het eenige dat waar is in deze verdorven wereld. Wel noemt de wereld de Christenen dompers en mislukkelingen, maar dan moet de vraag gesteld worden: „Was Paulus een mislukkeling?" De wereld wil het atoomvraagstuk oplossen door alle wetenschap te vernietigen, om daardoor de wereld nog eenige jaren langer te kunnen laten voortbestaan.
Gods Woord verkondigt een andere, veel hoogere wijsheid dan de zoogenaamde wetenschap. Wil het volk Gods iets weten, zoeken zij kunst, schoonheid of macht, zij kunnen het alles putten uit Zijn Woord. Het is een boek zoowel voor den armsten van geest, als voor den allergeleerdste.
Den inleider worden over het onderwerp vele vragen gesteld, betreffende de vertalingen van den Bijbel, de Bijbelcritiek en over teksten uit de Schrift betrekking hebbende op het onderwerp. Naast den inleider geven ook student v. Dijke en de heer Koppelaar hun meeningen over de vragen ten beste, zoodat een zeer leerzame bespreking volgt.
Gezamenlijk wordt gezongen Ps. 110:1 en 7, waarna Mej. Vermeulen met haar vereeniging een viertal verzen zingt met betrekking tot het geheele leven van Christus op aarde.
De heer J. H. Koppelaar van Middelharnis krijgt hierna het woord. Met blijdschap —• aldus begint spr. — heeft hij de uitnoodiging aanvaardt op de Ringvergadering een slotwoord te spreken.
Hoewel er aan het vereenigingsleven bezwaren verbonden zijn, zijn er in het Oosten van Europa grooter gevaren verborgen. Deze gevaren hoopen zich ook in ons land steeds meer op. Daarom is het groot dat nog niet allen in den maalstroom worden meegesleurd, maar nog een deel zich, als is het in veel gebrek, schaart onder Gods Woord. Dat God er Zijn zegen over moge geven.
Spr. wijst ons op Daniël. Nebukadnezar richtte een groot beeld op in het dal Dura, met als eenig oogmerk, zichzelf als God te doen verheerlijken. Het hoogtepunt, de inwijding, breekt aan. Alles knielt voor het beeld, behalve drie jongelingen. Op een desbetreffende vraag is het eenige bescheid: Dan. 3:16: „Wij hebben niet van noode U op deze zaak te antwoorden." Hoor nu het smalende wederwoord van Nubakadnezar, dat vele heerschers na hem hebben herhaald: „Wie is die God, die U uit mijne macht zal verlossen?"
Zij worden in den oven geworpen. Doch wat heeft er plaats? De glans en macht van het beeld verbleekt, en de oven wordt groot. Eenigen tijd later roept dezelfde Nebukadnezar: „Gij knechten des levenden Gods, kom uit." Geen lastering zal er voortaan in het gansche koninkrijk gesproken worden tegen den God des Hemels.
Dit verhaal is ons gegeven tot leering. Het gouden beeld staat ook in ons leven. Wij bouwen het in onszelven op, bestaande uit wereldwijsheid en wijzer willen zijn dan God. De ouders worden ouderwetsche ideeën toegeschreven, predikanten prediken niet voor de jeugd, maar de vraag wordt gesteld: Bekeert God een oud mensch anders dan een jong mensch. Al bereikt men nog zooveel in de maatschappij, blijf Uw ouders onderdanig en hebt er eerbied voor.
Elke tijd heeft zijn problemen, maar zoek de oplossing in het verborgen op de knieën. Zoekt een jongen een vrouw, zoek ze als Izak. Verloofden schuwt de plaatsen der verleiding. Laat de verloving en het huwelijk heilig zijn. Het huwelijksformulier geeft aan te leven naar het uitwijzen van het Heilig Evangelie. Timotheus wordt door Paulus vermaand: „Schaamt U des Evangelies niet, noch mijns die Zijn gevangene ben". Schaamt U ook de verachting niet. Vraagt God op de knieën om standvastigheid, gelijk in Ps. 123: „Ik hef tot U die in den hemel zit, mijn oogen op en bid", en in Ps. 25: „Heer, ai, maak mij Uwe wegen, door Uw Woord en Geest bekend". Onze hulpe zij in den naam des Heeren, Die Hemel en aarde gemaakt heeft.
De Voorzitter dankt den heer Koppelaar voor zijn aangrijpend slotwoord en dankt de vereenigingen en kerkeraad van Dirksland voor hun medewerking, tot het welslagen van dezen dag.
De heer Koppelaar laat nog zingen Ps. 84:3 en sluit de vergadering met dankgebed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1946
Daniel | 8 Pagina's