5. Petrus' testament
Een klein meisje ruimde met haar moeder de zolder op. Ergens weggedrukt in een hoek kwam zij een boek tegen waarvan ze de titel niet kende: Bijbel. Ze vroeg haar moeder wat dat voor boek was. 'O', zei de moeder, 'dat is het boek van God'. Het kleine meisje antwoordde: 'Laten we het dan maar aan God teruggeven, want wij lezen het toch niet'.
Aanhef en groet
Petrus richt zich in zijn tweede brief tot allen die, net als hij, een dierbaar geloof hebben verkregen (vers 1). Het woord 'dierbaar' komt verschillende keren voor in de brieven van Petrus. In de eerste brief sprak hij over het 'dierbaar bloed' van de Heere Jezus Christus, waardoor Zijn kinderen verlost zijn uit het leven in de duisternis. In vers 4 spreekt hij over dierbare beloften die ons geschonken zijn.
De apostel Petrus bedoelt met het woord 'dierbaar': iets dat kostbaar is. Je kunt er het woordje 'duur' in herkennen. In de kanttekeningen staat uitgelegd, wat er wordt bedoeld met een dierbaar geloof. Het gaat niet om het verschil tussen een groot en klein geloof. Het gaat wel om waar het geloof op steunt en dat is voor elke gelovige hetzelfde, namelijk de Heere Jezus Christus Zelf. De kanttekeningen zeggen het zo: 'Hoewel het geloof van den een dikwijls groter en sterker is dan van den ander, zo is nochtans alle geloof, als het maar een oprecht geloof is, even dierbaar ten opzichte van hetgeen waar het geloof op steunt en van hetgeen men door het geloof verkrijgt; waarom het ook één geloof genoemd wordt'.
Petrus benadrukt dat we het geloof verkregen hebben. Het is dus niet iets wat we zelf voortbrengen, maar een gave van God. We mogen dit geloof van Hem verwachten, door de rechtvaardigheid van onzen God en Zaligmaker Jezus Christus (vers 1). Dit betekent niet dat we er recht op hebben. Het wonder van Gods rechtvaardigheid is juist dat je krijgt waar je geen recht op hebt. Dat lijkt onrechtvaardig, maar er is recht gedaan op Golgotha. Het lijden en sterven van Christus heeft dit mogelijk gemaakt. In onszelf kunnen we voor de Heere niet bestaan, maar door de Zoon is er verzoening mogelijk.
Je merkt aan deze brief dat Petrus zich niet boven anderen stelt, zij hebben een even dierbaar geloof ontvangen. In zijn leven heeft Petrus het wel afgeleerd om zich meer te voelen dan een ander. Hij was de eerste die bij Zijn Meester vandaan vluchtte en heeft Hem zelfs verloochend. Gelukkig was de macht van Gods liefde sterker en mocht hij bij de Heere terugkeren.
Petrus wenst de gemeente genade en vrede toe. Hij brengt een groet van God. Zo begint nog elke kerkdienst: Genade en vrede zij u... De hoge God daalt naar de mens neer en geeft alles wat we nodig hebben. Genade is gunst, is liefde van God en de vrede volgt daaruit.
Geestelijke eigenschappen
In vers 5 tot en met vers 7 beschrijft Petrus eigenschappen die horen bij het christen-zijn. Het zijn er acht, die net als schakels van een ketting in elkaar grijpen en samen een geheel vormen. Het gaat niet om de volgorde, al is het opvallend dat geloof als eerste en liefde als laatste worden genoemd. Petrus geeft deze lijst om de geestelijke groei van de gelovigen te bevorderen. Als deze eigenschappen aanwezig zijn en toenemen, blijft dat niet zonder gevolgen voor de kennis van de Heere Jezus Christus Zelf. En kennis is hier meer dan feitenkennis!
Als je veel weet, betekent dat niet per se dat je veel kunt. Je kunt hele formules uit je hoofd leren bij natuurkunde, maar als je niet weet wat je er mee moet doen, heb je er niets aan. Als het in de Bijbel over kennen gaat, heeft het altijd met een relatie te maken. Je herkent dat in de manier waarop ze vroeger zeiden dat een jongen verkering had, die had dan 'kennis aan' een meisje.
Als je de door Petrus genoemde eigenschappen mist, is er iets grondig mis. Petrus noemt je dan blind, van verre niet ziende, hebbende vergeten de reiniging zijner vorige zonden (vers 9). Hij roept de lezer op te leven vanuit deze kenmerken en zo roeping en verkiezing vast te maken. Dat betekent niet dat je als christen invloed hebt op de uitverkiezing. Die komt bij God Zelf vandaan. Petrus bedoelt hier dat de gelovigen hun roeping en verkiezing zichtbaar moeten maken in hun leven. Als ze dicht bij de Heere blijven leven, zullen ze niet struikelen. Dan mogen ze uiteindelijk binnengaan in het eeuwig Koninkrijk van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus (vers 11). Rijkelijk zelfs: de poort van de hemel staat voor hen wijd open. Een heilig leven is heel belangrijk. Vroeger werd daarom wel gezegd dat een nauw leven een ruim sterven geeft. Daarbij geldt dat alles genade is.
Woorden van waarheid
In de verzen 12 tot en met 15 noemt Petrus de reden van het schrijven van de tweede brief. De brief is bedoeld als schriftelijke herinnering aan wat hij verkondigd heeft, zodat men ook na zijn dood zijn getuigenis kan nalezen. Door het belangrijkste nog eens op te schrijven, wil hij voorkomen dat de gelovigen iets vergeten van de leer van het Evangelie. Herhaling is de beste leermeester en daarom vertelt hij het hen nog een keer.
Petrus schrijft niet direct over zijn levenseinde, maar je kunt het afleiden uit de beelden die hij gebruikt. Hij ziet zichzelf als een reiziger, een bedoeïen, die op het punt staat te vertrekken. Zijn tabernakel of tent is zijn leven op aarde. De tent wordt echter binnenkort afgebroken, Petrus voelt dat zijn sterven dichtbij is. De Heere heeft hem op zijn dood voorbereid. Daarom mag je deze brief beschouwen als zijn testament, waarin hij alles wat hij belangrijk vindt nog een keer doorgeeft.
Petrus is diep overtuigd van de waarheid die hij verkondigt, want hij heeft het leven van de Heere Jezus zelf meegemaakt. Je merkt dat hij na al die jaren nog steeds diep onder de indruk is van alles waarvan hij getuige is geweest. Daarom kan hij met volle overtuiging zeggen dat hij geen sprookjes vertelt: Want wij zijn geen kunstiglijk verdichte fabelen nagevolgd (vers 16).
Zijn gedachten gaan terug naar de verheerlijking op de berg, waar hij samen met Johannes en Jakobus bij was. Daar gebeurde iets bijzonders met de Heere Jezus: Hij begon helemaal te stralen. Opeens klonk er een stem uit de hemel: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb (Mattheüs 3: 17). Het was God Zelf die sprak. Hij liet Zelf zien dat deze Jezus de beloofde Messias was en dat hier Psalm 2 werd vervuld: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd (vers 7).
De discipelen hebben toen in het bijzonder ervaren dat de Heere Jezus de vervulling is van de beloften uit het Oude Testament. Dat geeft Petrus nu weer door: En wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is (vers 19). Al die woorden vormen samen een lichtbundel, die helder schijnt. Door dat Licht te volgen, 'schijnende in een duistere wereld', kun je de weg vinden in dit leven. Petrus benadrukt dat je de Bijbel niet zomaar kunt uitleggen, zoals je het zelf het meest aannemelijk lijkt. De werking van de Heilige Geest is nodig, om je te bewaren voor dwalingen. Zo is het Woord van God ook ontstaan. Het is geschreven door mensen die werden gedreven door de Heilige Geest, zoals een schip wordt voortgedreven door de wind. Niet iedereen sprak zomaar woorden van God: Petrus noemt hen heilige mensen Gods, profeten, die in nauwe relatie tot de Heere stonden. De Heilige Geest maakt hen tot woordvoerders van God en hun woorden zijn voor alle mensen van belang. Zo blijven ze nog spreken nadat ze gestorven zijn.
Acht eigenschappen
1. Geloof
Geloof is een kostbaar geschenk van God. Het geloof is een zeker weten en vast vertrouwen (Heidelbergse Catechismus Zondag 7).
2. Deugd
Een christen hoort te leven zoals de Heere dat wil, door altijd het goede te doen.
3. Kennis
Zoals je elkaar steeds beter leert kennen in een huwelijk, zo mogen christenen steeds meer de Heere leren kennen. Het gaat hier om geloofswijsheid.
4. Matigheid
Als christen hoor je jezelf te beheersen en je begeerten in toom te houden.
5. Lijdzaamheid
Een christen moet standvastig zijn en het niet zomaar opgeven, ook niet als er lijden komt.
6. Godzaligheid
Als christen leef je voor Gods aangezicht. Omdat de Heere heilig is, moet je leven gestempeld zijn door eerbied voor Hem.
7. Broederlijke liefde
Een christen is niet individualistisch, maar gericht op de gemeenschap van de heiligen. Eenheid is heel belangrijk.
8. Liefde tot allen
Liefde overstijgt alles. Christenen moeten doen wat goed is voor anderen. We stammen allemaal af van Adam en hebben genade nodig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 2010
AanZet | 103 Pagina's