JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

1. Leven na de dood

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

1. Leven na de dood

9 minuten leestijd

leder mens komt met de dood in aanraking. Daarom denkt bijna ieder mens in zijn leven na over hoe de dood gezien moet worden. Iedere tijd heeft zijn eigen beelden van de dood. De moderne visie op de dood is de dood heel normaal te vinden, omdat het bij het leven hoort. Er is nu eenmaal geen leven zonder dood. De dood is de natuurlijkste zaak die je kunt bedenken. Men probeert de eindigheid van het leven te accepteren en geen probleem van de dood  te maken. Het bestaan van euthanasie en de pil van Drion geven aan dat de moderne mens het leven in eigen hand wil nemen. Ontzag voor het mysterie van de dood en geloof dat het leven in Gods handen is, is er dan niet meer. Een logisch gevolg is dan, te proberen uit het leven te halen wat er in zit. Men leeft voor het nu. 

Toch lukt het veel mensen niet te doen of de dood nauwelijks iets voorstelt. 'Dood is dood' is geen aantrekkelijke, maar kille gedachte. Veel mensen twijfelen of er iets is na de dood. Zij zoeken verklaringen in de denkbeelden van verschillende wereldreligies of spirituele stromingen, zoals de New Age beweging. In de New Age-visie en in het boeddhisme en hindoeïsme komt geloof in de reïncarnatie naar voren. Na het sterven wordt de geest van een mens opnieuw geboren in een ander mens of levend wezen. Ook sommige Wicca-aanhangers geloven in reïncarnatie.

 

De dood als straf op de zonde 

Eens hoorde de dood niet vanzelfsprekend bij het leven. De dood is niet geschapen. De dood is door de zonde in de wereld gekomen als oordeel van God. De oorzaak van de dood is dus de zonde. In Genesis 2: 17 geeft de Heere aan wat ongehoorzaamheid door te eten van de boom der kennis des goeds en des kwaads tot gevolg zal hebben: Ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven. De dood is de straf op de zonde, zoals staat in Romeinen 6: 23: Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere. De mens heeft zichzelf doodgezondigd in dwaze opstand tegen de Heere. De dood komt sinds de zondeval tot iedereen: Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood, en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben (Romeinen 5: 12). In Psalm 89: 49 staat: Wat man leeft er die den dood niet zien zal, die zijn ziel zal bevrijden van het geweld des grafs? Na de zondeval is niet alleen de tijdelijke dood in de wereld gekomen, maar ook de geestelijke en de eeuwige dood (zie kader). We zijn van nature dood door de zonden en misdaden. In het vervolg wordt niet uitvoerig de geestelijke dood besproken, maar de lichamelijke dood en in hoofdstuk 3 de eeuwige dood. 

De dood is niet het definitieve einde. Het lichaam wacht op de wederkomst en de opstanding uit het graf. De ziel van de gelovige gaat naar God en de ziel van de ongelovige naar de hel. Voor deze laatste treedt de eeuwige dood in als straf en is de dood niet overwonnen.

 


De drievoudige dood 

• Tijdelijke dood: scheiding van ziel en lichaam bij de lichamelijke dood. 

• Geestelijke dood: niet meer kennen van en in gemeenschap leven met God. Na de zondeval is de mens onderdaan van het rijk van de satan en is er wedergeboorte nodig om weer in gemeenschap met God te kunnen leven. 

• Eeuwige dood: eeuwig straflijden in de hel. Er is geen verlossing van deze dood meer mogelijk.


 

De dood als laatste vijand 

De Bijbel  spreekt over de dood als de laatste vijand, die overwonnen en verslonden moet worden (1 Korinthe 15). Weliswaar gold dit voor de Heere Jezus in Zijn opstanding, maar voor iedereen is de dood een vijand. De dood verschrikt ons en nooit krijgen we rust en vrede op aarde als de 'prikkel', de angel niet uit de dood gehaald is (1 Korinthe 15: 55,56). De prikkel nu des doods is de zonde, en de kracht der zonde is de wet (1 Korinthe 15: 56). Door de zonde is de dood in de wereld gekomen. Dat leert de wet ons. De zonde is in wezen niet anders dan zich losrukken van God Die het ware leven is. Buiten God is geen waarachtig leven, maar alleen de eeuwige dood. (En de wet laat mij weten dat ik zondig ben.) De dood is een rechtvaardige straf, omdat we schuldig zijn. 

 

De dood als overwonnen vijand 

Ondanks dat de dood een vijand is, kan Paulus uit zien naar zijn sterven. Stefanus vreest ook niet voor de dood, want hij ziet tijdens zijn steniging de hemelen geopend. En vanuit de kerkgeschiedenis weten we dat vele martelaren met vreugde de brandstapel zijn opgegaan. Voor Gods kinderen is de dood een overwonnen vijand. Christus heeft door Zijn dood de dood gedood. Door Zijn opstanding heeft de dood zijn angel verloren. De schuld door de ongehoorzaamheid is weggenomen en de straf op de zonde betaald. 1 Korinthe 15: 54 zegt dat God de overwinning  over de dood geeft door Christus: De dood is verslonden tot overwinning. De vijand is verslagen.

De dood is echter nog niet vernietigd, want iedereen moet nog sterven. Daarom kan de angst voor de dood nog heel wezenlijk zijn. Het scheiden van de ziel en het lichaam blijft ongrijpbaar en is voor mensen niet onder controle te krijgen. Het maakt alleen alles uit of de dood macht over je heeft of dat de dood maar een doorgang is naar een veel beter, zalig leven bij de Heere. Paulus geeft door het geloof aan wat voor zekerheid het sterven en de opstanding van Christus aan Gods kinderen geeft: Want hetzij dat wij leven, wij leven den Heere; hetzij dat wij sterven, wij sterven den Heere. Hetzij dan dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren. Want daartoe is Christus ook gestorven en opgestaan en weder levend geworden, opdat Hij beide over doden en levenden heersen zou (Romeinen 14: 8 en 9). Zelfs de dood kan hem niet scheiden van de liefde van Christus (Romeinen 8: 38 en 39). 

 

Verlost van het zondelichaam 

Gods kinderen hebben bij tijden een verlangen om bij God te zijn. Daar hoort ook een verlangen naar de hemel bij. De overwinning van de dood door Christus geeft hen een hoopvol leven. Ze hopen en mogen geloven dat ze straks altijd bij de Heere zullen zijn. Op aarde zijn ze ten diepste niet thuis, omdat ze vaak ongelovig zijn en de zonde altijd scheiding maakt tussen God en hen. Paulus zegt: Maar wij hebben goeden moed, en hebben meer behagen om uit het lichaam uit te wonen en bij den Heere in te wonen (2 Korinthe 5: 8). In Romeinen 7: 24 klaagt hij ook over de macht van de zonde: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Paulus haat het dat hij nog steeds zondigt. Hij bedoelt niet zijn stoffelijk lichaam, maar zijn zondelichaam. Hij is niet negatief over zijn lichaam, maar over de zonde. Het gaat over zijn oude mens, zijn vlees, waarin hij steeds zondigt. Ook al is er een nieuwe mens, toch zondigt de oude mens nog steeds. En hij verlangt er naar om niet meer te zondigen. De dood zal die verlossing van de zonde meebrengen. Dan laat hij alle ellende en de oude mens achter en kan hij volmaakt God dienen zonder zonde. Na de wederkomst komt daar het verheerlijkte lichaam nog bij. In Filippensen 3: 21 staat over dit lichaam: Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking waardoor Hij ook alle dingen Zichzeiven kan onderwerpen. (Artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus).

 


Zondag 22, vraag en antwoord 58 

Wat troost schept gij uit het artikel van het eeuwige leven?

Dat, nademaal ik nu het beginsel der eeuwige vrede in mijn hart gevoel, ik na dit leven volkomen zaligheid bezitten zal, die geen oog gezien, geen oor gehoord heeft, en in geens mensen hart opgeklommen is, en dat, om God daarin eeuwiglijk te prijzen.


 

Ontslapen en zielenslaap 

Het sterven wordt in de Bijbel meermalen 'slapen' of 'ontslapen in de Heere' genoemd (Deuteronomium 31: 16, Jeremia 51: 39, Handelingen 7: 60, 1  Korinthe 15: 51 en 1 Thessalonicenzen 4: 13-15). Met deze term wordt benadrukt dat, zoals in de  slaap het contact met de wereld rondom ons verbroken wordt, ook bij de dood het contact met het aardse leven wordt opgebroken. Ook benadrukt slapen dat de toestand van dood-zijn van het lichaam tijdelijk is, namelijk tot aan de jongste dag. Verder houdt de vergelijking met het aardse slapen op, omdat de dood duidelijk een scheiding tussen lichaam en ziel aangeeft.

 


Zielenslaap? 

in het verleden zijn de teksten over 'ontslapen in de Heere' gebruikt om de leer van de zielenslaap te verdedigen. Aanhangers van deze leer waren enkele Remonstranten, maar er waren ook al aanhangers in de tijd van Origenes (185 - 253 à 254). Vandaag zien we deze leer terug bij de Jehova's Getuigen. De ziel van de overledene zou in bewusteloosheid wegzinken en pas op de jongste dag, als ook het lichaam verrijst, uit deze slaap ontwaken. De ziel is in een slaaptoestand, wat dan een toestand van niet-bestaan inhoudt. Bij deze leer hoort meestal het geloof in een duizendjarig rijk. Als de ziel van de ongelovige in de eerste jaren verbetering laat zien, zal deze niet vernietigd worden en alsnog naar de hemel gaan. Bij geen verbetering wordt de ziel vernietigd. Bij de leer van de zielenslaap wordt het bestaan van de hel niet erkend. 

De Bijbel leert echter dat er onmiddellijk na het sterven een leven in gemeenschap met God is. Bijvoorbeeld: de Heere Jezus zegt tegen de moordenaar aan het kruis: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn (Lukas 23: 43). De Bijbel kent ook geen vernietiging van de ziel. In de Schrift wordt wel de dood een slaap genoemd, maar nergens wordt gezegd dat de ziel slaapt. Met de term ontslapen worden slechts het tijdelijke, en het niet meer meemaken van het leven op de aarde, benadrukt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2008

AanZet | 69 Pagina's

1. Leven na de dood

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2008

AanZet | 69 Pagina's