Een vraag en antwoord
Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw Woord. Psalm 119:9
Het cursusjaar loopt ten einde. Misschien heb je wel examen gedaan. Je bevordering was spannend of minder spannend. Daarna een paar weken vakantie, dan een vervolgopleiding, een nieuw schooljaar, misschien ga je werken, kom je in een totaal andere omgeving… Vul jij het voor jezelf maar in. Hoe zal je weg verder gaan? Zo heel persoonlijk: jouw (levens)pad! Je weg naar een plaats in de samenleving, je weg door het leven, je weg … uit dit leven. Eén pad, één weg. Want leven en sterven horen bij elkaar. Tijd en eeuwigheid zijn niet te scheiden. Daar denk je toch ook wel over na? Het gaat in deze tekst speciaal over jou, over de jongere, in het enkelvoud. Een tekst uit deze lange Psalm. Eén vers van de 176. Eigenlijk is het één lang gebed. Een gebed waarin de jongeren een plaats hebben. Zo is het en zo hoort het! Elke acht verzen beginnen met de opeenvolgende letter van het Hebreeuwse alfabet. Dat was om het uit het hoofd leren te bevorderen. Deze psalm moet elke jongere onthouden! De Psalm is opgedeeld in tweeëntwintig delen, we zijn inmiddels bij het tweede deel. Dus bij de letter B. Vers 9-16 kunnen we samenvatten met: jong geleerd. Met in elk vers het grote belang van Gods Woord (vs. 9), Zijn geboden (vs. 10), Zijn rede (vs. 11), Zijn inzettingen (vs. 12), de rechten van Zijn mond (vs. 13), Zijn getuigenissen (vs. 14) en Zijn bevelen (vs. 15).
Een vraag
In dit gebed wordt aan de Heere een vraag voorgelegd. Een vraag die begint met: ‘Waarmee, waardoor of hoe?’ De bidder weet het namelijk niet: “Hoe moet het toch met een jongere zoals jij? Met een zondig hart van jezelf. Op de weg tussen de wieg en het graf. Op het pad, dat omgeven is door zoveel mogelijkheden van verleiding en afdwaling (vs. 10)’. En dan ‘zuiver of rein’ houden! Hoe, Heere, moeten met name jongeren toch bewaard worden? Want het zijn ónze jongeren, die net als de bidder verloren en verdorven zijn. Het zijn ook de jongeren, die U hebt afgezonderd onder de bediening van het genadeverbond. Met de naam van de Vader, de Zoon en de Geest op hun voorhoofd. En dat in déze tijd, vol bezoedeling en vervuiling.”
Een antwoord
Dan geeft de bidder in zijn roepen tot God zelf het antwoord: “Laat deze jongen en dit meisje toch gebonden zijn aan Uw Woord. In Gods Woord staat namelijk: wat een ( jong) mens is van zichzelf, enkel dwaasheid. Dat zo iemand zonder Uw Woord en Geest reddeloos verloren blijft. Dat daar geen enkele verwachting van is. Zeker naar mate de tijden zich zullen ontwikkelen. Máár er staat meer in Uw Woord: dat er door Gods soevereine genade verwachting is voor de nakomelingen. Dat U de onveranderlijke Verbondsgod bent en blijft. Dat voor U niets te wonderlijk is. Dat ze voor U altijd en overal bereikbaar zijn. Dat er een weg terug is, van ware bekering. Dat er een Middelaar is voor hopeloze gevallen. Dat Hij het verlorene zoekt, zo lang de zon schijnt.
Daarom moet ieder van onze jongeren op zijn pad verbonden zijn en blijven aan Uw Woord. Wie hij of zij ook is, waar hij of zij zich ook bevindt. Want Uw Woord is een kracht van U tot verlossing en levenstroost. Het Licht in de duisternis”.
Zo wordt er voor jou gebeden. Hoe je weg ook verder gaat. Zul je daarom bij het Woord blijven? Zul je met trouw en ernst dagelijks vragen naar Góds weg, naar Zijn leiding en bekering? Overal en altijd. Het is het énige middel om je levenspad zuiver en rein te vervolgen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2019
Daniel | 32 Pagina's