Ben jij ook een racist?
“O, dat komt wel goed. Ze trekken wel een paar extra blikken Chinezen open.” Zomaar een uitspraak op het werk. Het project komt wel op tijd af, want er zijn haast eindeloos veel Chinezen die ingezet kunnen worden. Je glimlacht een beetje. En een paar dagen later zeg je hetzelfde. Maar ondertussen... Is het wel goed? Spreek je zo over je medemens? Zit er niet iets achter van minachting? Iets van ’neerkijken op’? Zijn zulke opmerkingen niet racistisch? Racisme is niet alleen iets voor de nazi’s en extreem rechtse politici. Het speelt zich af in onze gesprekken, in ons denken, in jouw en mijn hoofd. Jezus vertelde de gelijkenis van de Samaritaan. Vanwege zijn afkomst veracht door de Joden. Als Jezus deze gelijkenis vandaag in Nederland had verteld, wie zou Hij hebben gekozen? Misschien een Pool, Bulgaar of Marokkaan?
Racisme ’weet’ alles van de ander
Al vóór je iemand kent wéét je het. “Met hem moet ik oppassen.” Of: “Het geld voor die BMW kan hij nooit eerlijk verdiend hebben”. Of: “Wat zij zegt, kan ik niet zomaar vertrouwen”. Je denkt het. En je zegt het vaak ook. Natuurlijk niet al te grof. Vaak meer als een grap. Waarom denk je het? Waarom zeg je het? Omdat de ander van een bepaald ras is. Een ander volk. Dat is de enige reden. Dat is precies wat racisme is. Het oordeel is binnen een paar seconden geveld. De huidskleur, het gezicht en de blik in de ogen spreken boekdelen. Racisme zit in ons denken, in ons spreken, in ons doen. We zijn daarin niet alleen. De meeste Nederlanders koesteren diep vanbinnen de gedachte beter te zijn. Superieur. Slimmer, verstandiger, eerlijker en beter ontwikkeld dan andere volken. Deze kiem van verachting en van hoogmoed kan naar buiten komen. Dat is wat er gebeurde in nazi-Duitsland. Hetzelfde had in Nederland kunnen gebeuren.
Denk even mee
Stel je voor, je hebt neefjes en nichtjes. Wantrouw je hen, omdat ze andere ouders hebben dan jij?
Natuurlijk niet! Ze zijn tenslotte je eigen familie. We gaan een stapje verder. Stel je voor, jij krijgt kinderen, en jouw neefjes en nichtjes krijgen ook kinderen. Zullen zij lelijk over elkaar denken, omdat zij alleen in de verte familie zijn? Nee, natuurlijk niet. Daar is geen enkele reden voor. Nu maken we even een grote stap. We gaan ongeveer tweehonderdvijftig generaties terug in de tijd. We komen terecht bij de eerste mensen. Adam en Eva. Zij zijn onze voorouders. Wij zijn familie van hen. Maar dat geldt ook voor alle andere mensen. Chinezen, Russen, Amerikanen, Somaliërs en Palestijnen. Er is géén verschil in belangrijkheid. Wij hebben allemaal dezelfde voorvader. We zijn allemaal familie. We gaan nog een stapje verder. De Vader van Adam was God (Luk. 3:38). Uiteindelijk komen alle mensen voort uit God. Daarom zijn alle mensen voor God gelijk. Wie neerziet op een ander vanwege zijn afkomst, doet God verdriet.
Chinezen, Russen, Amerikanen, Somaliërs en Palestijnen. Er is géén verschil in belangrijkheid. Wij hebben allemaal dezelfde voorvader. We zijn allemaal familie.
God zoekt alle volken
Is het wel zo dat alle volken voor God gelijk zijn? De Bijbel laat toch duidelijk zien dat God Zijn volk Israël heeft uitverkoren? Hoe zit dat? Inderdaad heeft God Israël apart genomen. Maar Zijn doel daarmee was de verlossing voor alle volken (Rom. 11:11 en verder). Al vanaf het begin heeft God de hele mensenwereld op het oog. De eerste belofte van de Verlosser werd gedaan aan Eva. Zij is de moeder van alle mensen. Joden én heidenen. Christus noemt zichzelf ‘de Zoon des mensen’. Niet ‘de Zoon der Joden’. Hij is gegeven aan alle volken. Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft (Joh.3:16). God heeft Zijn kinderen onder alle volken. Daarom zag Johannes in zijn hemels visioen een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie en geslachten en volken en talen, staande voor de troon en het Lam (Openb. 7:9). Het Evangelie kent geen verschil in ras of taal. Gods liefde strekt zich uit tot mensen uit alle volken. Daarom mag ik geen enkel volk op aarde minachten. Want God heeft Zijn Zoon voor hen gegeven. Groter liefde is er niet. Daarom vraagt God ook van jou liefde. Geen minachting en wantrouwen.
God vraagt liefde
God vraagt van jou om je naaste lief te hebben. Ook al is er van alles op hem of haar aan te merken. Denk dan eens aan de Heere Jezus. Hij is toch ook niet gekomen voor goede, maar juist voor slechte mensen? Zie jij je lastige buurtgenoot als een medemens? Een mens die jouw vriendelijkheid en geduld verdient? Een mens, die net als jij, door God gemaakt is? Een mens die door jouw goede levenswandel gewonnen kan worden voor het Evangelie? Een mens voor wie Christus misschien wel Zijn bloed heeft gestort? De farizeeën dachten veel goeds van zichzelf, en weinig goeds van de heidense volken. Maar tegen hen zei Jezus: gij zult zien, (...) ulieden uitgeworpen. En er zullen er komen van oosten en westen, en van noorden en zuiden en zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods (Luk. 13:28).
Was Paulus een racist?
Racisme is niet Bijbels. Het is zonde tegen God en je naaste. Maar daar is niet alles mee gezegd. Want ieder ras en ieder volk heeft wel zijn eigen problemen. Iedere cultuur heeft zijn asociale gewoonten. Iedere natie heeft zijn zwarte bladzijdes in de geschiedenis. Daar mogen we eerlijk over zijn. Dat doet de Bijbel ook. Paulus citeert iemand die zegt dat mensen op het eiland Kreta altijd leugenachtig zijn, kwade beesten, luie buiken (Titus 1:12). Hij voegt eraan toe: deze getuigenis is waar. Hij zegt tegen Titus: Daarom, bestraf hen scherpelijk, opdat zij gezond mogen zijn in het geloof. En tegen de Galaten zegt hij: gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd? Dat moet in hun oren erger geklonken hebben dan: ‘jullie domme Hollanders’. Paulus is hier geen racist. Absoluut niet. Hij is hier een getrouw krijgsknecht van Jezus Christus. Hij brengt de volken tot gehoorzaamheid aan Christus. Daar waar het licht van het Evangelie schijnt, komen de volkszonden aan het licht. In Gods gemeente moeten de zonden bestraft en bestreden worden. Ook de volkszonden en cultuurzonden. Trouwens, hierin geldt wel: kijk eerst naar je eigen volk. Paulus doet dat ook. Hij zegt over zijn eigen volk dat ze een ijver tot God hebben, maar niet met verstand (Rom.10:2).
Hoe zit het met Nederlanders?
Eerst naar onszelf kijken dus. Zijn Nederlanders wel zo’n edel volk? Hoe kijken anderen naar ons? Christenen wereldwijd kijken naar Nederland als naar Sodom en Gomorra. Nederland is koploper in veel zonden. Nederland is het land waar ‘alles kan en alles mag’. Seksuele onreinheid en ontaarding onderscheidt ons van veel andere volken. Denk ook aan onze liefde tot welvaart en rijkdom en genot. Wat moeten arme Russische christenen van ons denken? Nederlanders zijn heel bot, en heel direct. Nederlanders gaan direct op hun doel af, zonder oog te hebben voor relatie met de ander. Nederlanders zijn altijd druk. Belangrijke dingen als omgang met elkaar, goede gesprekken, zorg voor kinderen en ouderen, staan vaak niet op nummer één. Abortus en euthanasie zijn al lange tijd ‘normaal’ in Nederland. Zelf beschikken over je leven. Iedereen is vrij om ongeboren kinderen te doden. Zelfs de moederschoot is geen veilige plaats meer. En bijna heel Nederland vindt het goed. Dat is Nederland. Zeker, er is ook veel waar we blij mee mogen zijn. Veel in ons land om zuinig op te zijn. Heel veel. Maar er is ook genoeg reden om niet op andere volken neer te zien. Genoeg reden om ons te schamen. Genoeg wat wij van andere culturen kunnen leren.
NU JIJ
Cultuurverschillen hebben altijd voor onbegrip en moeiten gezorgd. Het kan ook zijn dat er heel moeilijke dingen zijn gebeurd, die je nooit kunt vergeten. Dan is het niet gemakkelijk om je naaste lief te hebben. Toch vraagt de Heere het. Hebt uw vijanden lief; zegent hen die u vervloeken, doet wel degenen die u haten; en bidt voor degenen die u geweld doen (Matth. 5:44). Geen gemakkelijke opdracht. Hoe kun je daar aan werken?
• Denk niet te goed van jezelf. Racisme komt voort uit hoogmoed. Je ziet neer op anderen.
• Waardeer de goede dingen. Heb oog voor de mooie en goede dingen in andere culturen.
• Zeventigmaal zeven maal vergeven. Of je dat kunt, hangt vooral af van jouw verhouding met de Heere. Ken je zelf iets van Gods vergeving uit genade? Heeft God aan jou tienduizend talenten schuld kwijtgescholden? Kun je dan dat éne talent schuld van je naaste niet kwijtschelden?
• Generaliseer niet. Dat betekent: als mensen slechte dingen doen, mag je niet zeggen: iedereen van dat volk is slecht. Dat is niet waar en ook niet eerlijk.
• Werk je vooroordelen weg. Je denkt en je vindt al snel van alles van een ander. Zelfs zonder dat je de ander ooit hebt gesproken. Vooroordelen verdwijnen vaak als je de ander echt ontmoet. Jezus liet zich niet leiden door vooroordelen over Samaritanen. Hij reisde door Samaría. Hij ging daar in gesprek met een vrouw. Hij deed wat geen enkele Jood zou doen. Wat doe jij?
• Wees verdraagzaam. Paulus heeft kennis gemaakt met veel culturen. Hij paste zich zo veel mogelijk aan. Zijn eigen gewoonten en fatsoensregels zette hij opzij. Allen ben ik alles geworden, opdat ik immers enigen behouden zou (1 Kor. 9:22). Als het om minder belangrijke dingen gaat, moeten we verdraagzaam zijn.
• Heb oog voor minderheden. In de eerste christen gemeente waren de Griekse weduwen de eerste groep mensen die werden vergeten (Hand. 6). Gelukkig kreeg de gemeente ook oog voor hen.
Ik mag geen enkel volk op aarde minachten. Want God heeft Zijn Zoon ook voor hen gegeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 mei 2019
Daniel | 32 Pagina's