Christus tot een voorbeeld (8): kruis dragen (deel 4: helm der zaligheid)
1 Johannes: 2:1-6; Éfeze 6:10-24; 2 Tim. 2:1-13
Die zegt dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen gelijk Hij gewandeld heeft, luidt de opdracht van Johannes (1 Joh. 2:6). De vorige keer ging het over de richting waarin een lijdende christen moet kijken. Net als de overste Leidsman en Voleinder des geloofs moeten christenen naar de toekomende heerlijkheid kijken (Hebr. 12:2). Dát noemt Paulus in Éfeze 6 vers 17 het dragen van de ‘helm der zaligheid’. Waarom een helm? Wel, het gaat hier over de bescherming van je hoofd, de plaats waar je verstand, je denkvermogen zit. Het verstand heeft grote moeite met het geloof in een oordeelsdag, in de wederopstanding van de doden, in Pasen. De wereld vindt dat ronduit belachelijk. En daartegen moeten christenen zich wapenen. Inderdaad, door het dragen van een ‘helm’. Paulus past het dragen van de helm ook toe in de brief aan zijn geestelijke zoon Timótheüs. Deze jongeman is zeer bedroefd over het aanstaande sterven van zijn leermeester. Paulus bemoedigt hem door hem te wijzen op de opstanding van de Heere Jezus. Houd in gedachtenis dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, Welke is uit den zade Davids, naar mijn Evangelie (2 Tim. 2:8). Omdat Christus is opgestaan, de Eersteling, zullen ook alle kinderen van God opstaan. Zijn opstanding is de garantie dat ook al zijn ‘broeders en zusters’ op de jongste dag zullen opstaan. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen die ontslapen zijn (1 Kor. 15:20). “Eens, als de bazuinen klinken, uit de hoogte, links en rechts, duizend stemmen ons omringen, ja en amen wordt gezegd, rest er niets meer dan te zingen, Heer, dan is Uw pleit beslecht”. De apostel Paulus leert Timótheüs heel praktisch hoe hij de helm moet dragen, hoe hij moet strijden. De belangrijkste les is ‘geduldig zijn’, zachtmoedig zijn. In dat verband wijst hij eerst op de bron, de genade die in Christus Jezus is (2 Tim. 2:1). Vervolgens gebruikt hij verschillende beelden uit het dagelijks leven die illustreren hoe een mens in het dagelijks leven ook geduldig moet zijn. Het eerste voorbeeld ontleent hij (opnieuw) aan de militairen, een krijgsknecht. Gij dan, lijd verdrukkingen, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus (vers 3). Ja, Timótheüs, door wedergeboorte ben je in het leger van de Heere Jezus gekomen. Eerst vocht je tegen God, maar nu tegen satan, de wereld en het eigen zondige vlees. Het was algemeen bekend dat Romeinse soldaten een moeilijke tijd moesten doormaken. Ze waren soms jaren van huis, moesten door weer en wind marcheren, trotseerden de gevaarlijkste vijanden. De dood lag overal op de loer. Maar wie volhield en zijn diensttijd op goede wijze had vervuld, werd daarna beloond. Deze soldaten kregen dan een ‘kroon’, bijzondere privileges, een stukje grond in een kolonie. Daar mochten ze genieten van hun pensioen. Welnu Timótheüs, zo is het ook met mensen die strijden en lijden in het koninkrijk van God. En indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zo hij niet wettelijk heeft gestreden (vers 5). Na de strijd de kroon. Het beeld wordt ook gebruikt in Openbaring waar Gods kinderen worden aangemoedigd: Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens (Openb. 2:10b). De kroon die zij vervolgens aan de voeten van de Heere Jezus werpen, omdat Hij de prijs voor hen heeft betaald (Openb. 4:10b). Het andere beeld dat Paulus gebruikt is dat van de landman, de akkerbouwer. De landman als hij arbeidt, moet alzo eerst de vruchten genieten (vers 6). Als hij zijn akker heeft bewerkt, heeft geploegd, gezaaid, moet hij wachten op de vrucht. Dat duurt soms enkele maanden. Het is weer het beeld van het leveren van een grote inspanning en het wachten op het resultaat. Dít is het gelovig verwachten, het uitzien naar de jongste dag. Guido de Brès schreef hierover: “Daarom verwachten wij dien groten dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onzen Heere” (art. 37 slot NGB). Mag jij dat ook doen? Ken jij ook dat uitzien naar de jongste dag, de dag waarop je altijd bij de Heere mag zijn?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 2019
Daniel | 32 Pagina's