Alles anders #1
Carla wil dat ik het allemaal op ga schrijven. Dat is beter voor de verwerking, zegt ze. Dan zal mijn constante hoofdpijn verdwijnen en zullen ook mijn sombere buien minder worden. Al ruim twee weken schuif ik het voor mij uit, maar ik zal er nu toch maar eens mee starten. De moeilijkheid is dat ik niet weet waar ik moet beginnen. “Begin gewoon bij het begin,” had ze gezegd toen ik dat tijdens een van de gesprekken aangaf. Carla heeft gemakkelijk praten, ze bekijkt het vanuit haar professionele positie als hulpverlener. Maar ik moet het doen. Zal ik beginnen bij het moment dat ik het hoorde? Of moet ik eerder beginnen? Bijvoorbeeld hoe ik als kind gelukkig was? Die gevoelens te omschrijven vind ik misschien nog wel het moeilijkst. De mooie herinneringen lijken wel in een grote grijze zak te zijn verdwenen. Of heb ik die herinneringen nooit gehad? Carla zegt dat ik gewoon eerlijk moet opschrijven hoe ik het voel. Hoe ik er nu, op dit moment, naar kijk. Dat kan anders zijn dan de werkelijkheid. Want het is zoals ik het beleefd heb. Zoals ik het zie.
Oké, ik zal beginnen bij die avond in november. Hoe we in de kamer zaten en van elkaars gezelschap genoten. Mijn vader, mijn moeder en ik. Pa was thuis en we zaten in de serre. Dat is de ruimte die we altijd gebruiken als we het samen gezellig willen maken. Eigenlijk moet ik zeggen ‘gebruikten’. Verleden tijd. Want gezellig is het niet meer. Ik vraag mij af of dat gevoel ooit terug zal komen. We hadden de koffie op en gingen een glaasje drinken. Mijn vader stelde voor om even iets warm te maken voor bij de borrel. Mijn moeder zei dat het een goed idee was. Het gebeurde wel vaker dat we op een doordeweekse dag zo bij elkaar zaten. Mijn vader vertrok vaak op vrijdagmorgen voor zijn werk en kwam dan vier weken later weer terug. Carla vroeg of ik dit normaal vond en ik moest toegeven dat het inderdaad niet normaal was, maar ik was het gewend. Bij de lui uit mijn klas ging het anders, die vaders waren bijna altijd samen met hun gezin. Maar ik was gewend aan de situatie zoals die bij ons was. Van jongs af aan wist ik niet anders dan dat mijn vader op de ‘wilde vaart’ zat. Als kind dacht ik dat het er dan wild aan toe ging, maar het bleek iets anders te betekenen. Sommige rederijen zochten voor hun schepen vanaf de plaats waar ze de vracht losten, weer een nieuwe vracht. Waar die naartoe moest, daarheen ging het schip. Het ‘wilde’ zat hem dus in de planning. Het kon dan zomaar gebeuren dat een schip jaren lang niet in de thuishaven kwam. De bemanning werkte normaal gesproken vier weken en was vervolgens vier weken vrij. Mijn vader was zes weken vrij en werkte vier weken op het schip. Dat kwam omdat mijn vader… Maar laat ik eerst verder vertellen over die donderdagavond. Ik stelde voor om even wat op te halen en dat vonden mijn ouders een goed idee. Dus vertrok ik en zo’n twintig minuten later kwam ik weer thuis. Toen ik de kamer inkwam merkte ik direct dat er iets mis was. Mijn moeder had rode ogen en mijn vader stond voor het raam naar buiten te kijken. Met zijn handen in zijn zakken. Dat beeld staat heel scherp op mijn netvlies. Ik legde het zakje met drie kroketten op het tafeltje en liep terug naar de gang om mijn jas op te hangen. Ik vroeg mij af wat er in het korte poosje dat ik weg was, gebeurd was. Het kwam niet vaak voor dat ze woorden met elkaar hadden. Of hebben ze het altijd voor mij verborgen gehouden? Nu achteraf twijfel ik daar wel eens over. Maar toen was het een pijnlijke situatie. Vooral ook in het licht van wat er later gebeurd is.
Mijn moeder stond op om in de keuken het drinken te halen. Mijn ouders dronken meestal een glaasje wijn en ik nam een cola. Toen mijn moeder weg was, vroeg ik aan mijn vader wat er aan de hand was. Althans dat wilde ik vragen. Maar hij viel me in de rede.
“Bemoei je er niet mee, Ron.” Als hij zo nadrukkelijk mijn naam erbij zei, wist ik dat ik op moest passen. Dan moest ik verder mijn mond houden, want anders zou ik de sfeer nog meer verpesten. Het betekende ook dat ik geen antwoord zou krijgen. Hoe kan iets in zo’n kleine tijd totaal veranderen? Toen mijn moeder terugkwam met een blad met drie glazen had ik al helemaal geen zin meer in een kroket. De hele sfeer was weg.
“Ik ga nog een poosje naar mijn kamer,” zei ik en pakte mijn glas van het blad.
“Moet je de kroket niet?” vroeg mijn moeder en zette het blad met twee glazen wijn op het tafeltje.
“Nee,”, zei ik en keek naar de rug van pa, die bleef zwijgen. Ik heb mij later vaak afgevraagd wat ik gedaan zou hebben als ik toen geweten had, dat dit de laatste keer was dat ik hem zag. Mijn pa, Arnold van Wateringen, de kundige stuurman die in de periodes van de zes weken dat hij thuis was een reclamebureautje had. Hij stond bekend als een goede reclameman. Maar nu vraag ik mij af hoe dat kwam. Slim was hij. Dat zeker. Maar ik kan niet meer naar hem kijken zoals ik vroeger deed. Ik weet niet zo goed meer wat ik die avond verder gedaan heb. Iets op mijn computer, denk ik. Iets waarbij mijn gedachten aan de sfeer in de kamer afgeleid werden in elk geval. De volgende morgen toen ik uit bed kwam, was hij al vertrokken. Over de vier weken samen met mijn moeder valt niet veel bijzonders te schrijven. Mijn moeder en ik zaten die volgende morgen zoals gewoonlijk alleen aan de ontbijttafel. Ze was stil die morgen. Dat weet ik nog goed. Zouden ze het gisteravond samen nog uitgepraat hebben, vroeg ik mij af. Maar ik durfde het niet te vragen.
“Zo, dan zijn we weer vier weken samen,” had ze onder het eten gezegd. Er klonk geen emotie in door. Het was een constatering. Zo was het nu eenmaal. Nadat ze uit de Bijbel gelezen had en gedankt, vertrok ik naar school. Ik zat in het laatste jaar van mijn opleiding voor reclameontwerper op het ROC in de stad. Vanaf eind januari zou ik de laatste stage in een reclamebureau hier in Utrecht gaan doen. Ik had graag bij mijn vaders bureautje stage willen lopen, maar mijn opleidingsmanager was er tegen. Stage bij familie vindt school niet zo’n goed idee. Ook al niet omdat ik telkens vier weken zonder begeleiding aan het werk zou zijn. Mijn vader wilde het ook absoluut niet. Maar daar kijk ik nu achteraf wel anders tegenaan.
Verder gingen we ’s zondags gewoon naar de kerk. Men was gewend dat mijn moeder en ik vaak samen waren. Pa had geen taken in de gemeente. Ook omdat hij telkens voor vier weken afwezig was. Maar ook als hij er wel was, bleef hij vaak thuis. Daar had mijn moeder verdriet over, maar als hij geen zin had, kon hij zich toch niet concentreren, zei hij dan.
Ik ga nu schrijven over de dag dat alles veranderde. Dat was op vrijdag 10 december. Ik ging naar school met de gedachte dat, als ik vanmiddag thuis zou komen, mijn vader er zou zijn. Maar dat liep anders dan ik had gedacht...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2019
Daniel | 32 Pagina's