Ver-dronken
Blauw flitslicht weerkaatst op oude singelpanden. Melding? Bewusteloos persoon. Locatie? Stadspark. In het park schakelen we onze felle zijlampen aan en speuren de omgeving af. We vinden niemand. De meldkamercentralist -die ons live op een scherm ziet rijden- dirigeert ons een andere kant op. Met succes!
Op een parkbankje ligt onze patiënt. Omgevallen tegen een behulpzame mevrouw. Politie ter plaatse. Een mens is nooit waardeloos, maar de waardigheid is hier wel ver te zoeken! Als een kindje dat z’n eerste stapjes maakt, waggelt de student -die oorspronkelijk van ver onder de evenaar komt en hier in de buurt op de universiteit zit- tussen ons in richting de ambulance. Na wat vragen en onderzoek is het ons wel duidelijk: klassiek gevalletje “ziekte van een-niet-nader-te-noemen-biergigant”. En met die bewusteloosheid valt het wel mee. Maar nu? Ziekenhuiszorg is niet direct vereist.
Terugleggen op de parkbank? Mmm... Kansloos dat de knul zelf huiswaarts loopt. Mee met politie? Nou, nee. Als de sterke arm daaraan begint, mogen ze in het weekend wel een pakhuis afhuren. En de behulpzame mevrouw? Haar fietsmandje is te klein voor personenvervoer. Familie inschakelen? Spijtig, we hebben geen telefoonnummers. De ogen zijn op ons gericht. Maar wij zijn geen taxi en al helemaal geen bierbusje dat laveloze klanten thuisbezorgd. En nu?
Nu overvalt ons een gevoel een medelijden. We besluiten de studiebol bij wijze van uitzondering zelf maar weg te brengen. De jongen noemt ons met dubbele tong in het Engels zijn adres. Denken we. Dat blijkt er eentje van de categorie ‘Kerklaan-Kerkstraat-Kerkplein-Kerksteeg’. En omdat het articulatiemechanisme een beetje hapert op dit moment, blijft het nog een beetje twijfelachtig.
Bij ‘optie 1’ waggelt meneer met ons mee de flat in. Kort nadat we een flatgenote vragen naar de elevator suizen we naar boven. Tijdens de vlucht ben ik opeens m’n patiënt naast me kwijt. Die blijkt door z’n hoeven te zijn gezakt. Gearriveerd op de juiste etage hijsen we meneer uit de lift met de toelichting dat een lift wel een wat al te onrustige slaapkamer is. Maar oeps… Eenmaal bij het appartement blijken de sleutels van meneer niet te passen.
We geven niet op en rijden naar het tweede adres dat we van de woordenbrij denken te kunnen maken. Bij ‘optie 2’ stoppen we voor de deur en m’n collega gaat eerst eens poolshoogte nemen. We bedanken voor nog een nutteloze uit- en inlaadpoging. En terecht. Meneer woont hier niet.
We houden vol. Aangekomen zijnde bij ‘optie 3’ gaat me een lichtje op. Recent was ik hier voor een lotgenoot van meneer. Zou soort bij soort ingetrokken zijn? Maar helaas, geen van de naambordjes in het portiek suggereert dat de student hier resideert.
We staken onze thuisbezorgpogingen en koersen richting ziekenhuis, ‘optie 4’. Daar worden we met glimlach en begrip ontvangen. Net voordat ie onder z’n deken kruipt zegt de jongen: “Thank you, thank you.” Niet wetend dat ‘ie dat onderweg misschien al wel vijftig keer had gezegd... Jongelui, verdrink je niet in alcohol! En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest (Ef. 5:18).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2019
Daniel | 32 Pagina's