Een vrouw voor Prins Willem
Charlotte
Charlotte wordt als vluchtelinge liefderijk opgevangen door de keurvorst van de Paltz en zijn echtgenote. Ontsteld hoort men van de Bloedbruiloft in Parijs en de grote nederlaag van de strijd bij Mook.
‘Hoe is zijne hoogheid de prins onder deze verschrikkelijke berichten?’ vraagt Charlotte als ze ’s avonds rond het haardvuur het aangrijpende nieuws van de Bloedbruiloft bespreken. ‘Hij heeft de leiding genomen in Holland en Zeeland en aan zijn moedeloze generaals een brief geschreven als een ware geloofsgetuigenis.’ De keurvorst staat op en loopt naar zijn kabinet om de brief te pakken.
‘De Prins schrijft dat hij met de alleropperste Potentaat der potentaten in een vast verbond staat en er vast op vertrouwt door Zijn machtige hand tenslotte de geweldige macht van de vijand zal mogen weerstaan.’ De brief gaat van hand tot hand.
‘De Heere helpe dit verdrukte volk met zo’n leider,’ fluistert Charlotte.
Voorjaar 1574.
Met spanning volgt men in Heidelberg de strijd in de Nederlanden, vooral nu Christoffel, de drieëntwintigjarige jongste zoon van de keurvorst ook dienst heeft genomen in het leger van Prins Willem. Samen met de graven Lodewijk en Hendrik van Nassau, de broers van de Prins als leiders, wil men de vijand vanuit het oosten tegemoet gaan. Er komen zorgwekkende berichten. Het leger is bij de moerassen van Mook totaal verslagen door een grote Spaanse overmacht. De prins schrijft tevergeefs wel zeven brieven met herhaalde verzoeken om levenstekenen van zijn broers. Hij weet van verdriet nauwelijks wat hij doet en ligt in Delft ziek op bed terwijl het beleg van Leiden al zijn aandacht vraagt. Weken verstrijken, worden maanden. De lichamen van Lodewijk, Hendrik en Christoffel worden niet gevonden. De oude keurvorst gaat vaak naar de kapel om in eenzaamheid biddend Gods wil te aanvaarden.
Op een dag komt hij met een waardig voorkomen de eetzaal binnen.
‘Wees goedsmoeds,’ zegt hij. ‘Ik mag overgeven, dat onze dappere Christoffel niet meer leeft, maar hij stierf voor de zaak van God. Ik heb zojuist bevel gegeven om de doodsklok te luiden. Laat ons niet alleen aan hem denken maar ook aan de beide graven van Nassau, Lodewijk en Hendrik, aan hun familie en vooral aan hun vrome oude moeder, Juliana van Stolberg, die nu al drie zonen in de strijd der Nederlanden moest afstaan. Laten we stil zijn te hunner gedachtenis.’
De schemer komt door de vensters binnensluipen.
Niemand merkt het.
De keurvorst slaat zijn arm om zijn vrouw Amalia.
‘Ik stel voor’, zegt hij, ‘dat we samen troost zoeken in het antwoord van Zondag 10 van onze dierbare Catechismus…’
‘Er is bezoek voor u uit de Nederlanden, prinses Charlotte.’
Verbaasd legt Charlotte haar schrijfwerk neer en volgt de bediende naar de ontvangstsalon, waar een heer met een innemend voorkomen haar opwacht.
‘Aangenaam, mademoiselle de Bourbon,’ zegt hij, terwijl hij Charlottes hand kust. ‘Ik ben Marnix van Sint Aldegonde, en ik kom in opdracht van mijn heer, de prins Willem van Oranje om u een belangrijke brief te overhandigen. Neemt u de inhoud daarvan terdege ter harte. Het gaat om een zeer persoonlijke aangelegenheid. Wilt u de brief in uw eigen kamer lezen, dan zal ik hier wachten om daarna uw eventuele vragen te beantwoorden.’
Charlotte neemt blozend de brief in ontvangst. ‘Ik zal doen wat u van mij vraagt. Wilt u ondertussen een dronk gebruiken?’ ‘Dank u, die is mij reeds aangeboden.’
Eenmaal op haar kamer opent Charlotte de met prinselijke zegels dichtgelakte brief. Haar blos verdiept zich als zij de inhoud van de geschreven woorden tot zich laat doordringen.
Een huwelijksaanzoek! Ze herleest de woorden waarmee prins Willem haar zijn oprechte liefde verklaart. Ze leest ook dat hij haar niets dan deze liefde kan aanbieden. ‘Besef terdege geliefde prinses, ik bezit niets in de wereld dan grote schulden, ik ben reeds 42 jaar oud en verwikkeld in de moeilijkheden van de stormachtige tijd; u zult de zorg krijgen voor vier kinderen, kortom ik kan u geen vrolijk en gemakkelijk leven aanbieden. Geen paleis, maar een zwervend leven met als thuishaven slechts een eenvoudige burgerwoning in Middelburg, maar ik beloof u mijn hart en hand in oprechte trouw, liefde en toewijding zolang als ik leef.’
‘De brief is zeer duidelijk,’ zegt ze beschroomd, eenmaal weer terug bij Marnix van Sint Aldegonde. ‘Bent u met de inhoud bekend?’
Jazeker, ik heb de eer een vertrouwelijke vriend van de prins te zijn. Hebt u nog vragen?’ Marnix neemt de jonge vrouw tegenover hem in zich op. Haar gezicht weerspiegelt niet alleen een ingetogen lieftalligheid, maar ook een fiere vastberadenheid. De jarenlange functie van abdis heeft onmiskenbaar zijn stempel op haar gezet.
Charlotte knikt. ‘Ja, ik heb een zeer gewichtige vraag. De tweede vrouw van de prins, Anna van Saksen, ik heb veel over haar gehoord. Leeft zij nog?’ Charlottes stem beeft. ‘Ja, zij leeft nog. Graaf Jan van Nassau heeft haar naar Beilstein laten brengen, waar zij met een verziekte geest in volkomen afzondering leeft. Meermalen heeft zij haar gemaal en anderen hogelijk beledigd, bedreigd, verlaten, wat eindigde in bewezen ontrouw. De prins heeft hierover altijd gezwegen, zijn lot manmoedig gedragen en sinds meer dan vijf jaar als weduwnaar geleefd. Door vijf predikanten is dit alles onderzocht en de onschuld van de prins is bewezen, zodat de weg voor een nieuw huwelijk vrij is. Wel benadrukte de prins u ervan te overtuigen, hoe vol strijd, gevaar en vernedering zijn leven is.’
‘Ik weet het, ik heb zijn strijd steeds gevolgd’, zegt Charlotte eenvoudig. ‘Des te meer zou ik hem willen dienen! En ben ik zelf niet een arme eenzame vluchtelinge? Mijn hart heeft al antwoord gegeven, maar ik wil ook toestemming vragen aan mijn geliefde keurvorst en zijn vrouw. Zij zijn voor mij als een vader en moeder, en het is billijk dat ik als een dochter mij aan hun wens onderwerpen zal.’
Philips Marnix moet zich inhouden om zijn bewondering niet te laten blijken: de achtentwintigjarige abdis van Jouarre, jarenlang gewend leiding te geven, wil nu zich laten leiden door de mening van de keurvorst!
‘Mag ik uw groeten aan de prins overbrengen?’ vraagt hij als hij haar ten afscheid de hand reikt. Charlotte knikt met een glimlach. ‘Ik kan me slechts vereerd voelen door zijn aanzoek.’
Als het bericht van de officiële scheiding van Anna van Saksen en het toekomstige hoge huwelijk tussen prins Willem van Oranje en Charlotte de Bourbon bekend wordt, brengt het vele tongen en pennen in beweging. De Duitse familie van Anna van Saksen is diep beledigd. ‘Laten de Nassau’s de bruidsschat terugbetalen,’ bedingt men, maar graaf Jan op de Dillenburg antwoordt koel dat zij liever de prinses zelf terug mogen nemen.
Toch staat hij zelf ook niet zo positief tegenover het derde huwelijk van de prins. Kan er uit Frankrijk iets goeds voortkomen? ‘Probeer deze zaak nog wat uit te stellen,’ schrijft hij aan Marnix van Sint Aldegonde. Maar Prins Willems besluit staat vast. ‘Ik heb slechts acht te slaan op de rechtheid van mijn geweten voor God, ook ten opzichte van mijn huwelijk’, zegt hij kort en bondig. En dus worden de voorbereidingen verder getroffen.
Op 7 juni 1575 komt Charlotte binnen in de uitbundig versierde haven van het stadje Den Briel, verwelkomd door een juichende menigte. Ze staat op de voorplecht van het schip, aan de ene kant de heer de Minay, aan de andere kant Marnix van Sint Aldegonde, die de bruid van zijn vriend persoonlijk in Heidelberg heeft opgehaald. Op 12 juni wordt het huwelijk voltrokken in de Catharijnekerk in Den Briel. Zonder grote feestelijkheden, maar met een stille blijdschap in vele harten. Op die dag wordt in gouden letters op een witte banier de zinspreuk rondgedragen: ‘Een enkele dageraad heeft al mijn nacht verwonnen’.
Een prinses wordt non - Onrust in het klooster - De jonge abdis - Geliefd en verdacht - Een vluchtelinge - Aan het hof van de keurvorst - Een vrouw voor prins Willem - De prijs van haar liefde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2019
Daniel | 32 Pagina's