JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Aan het hof van de keurvorst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aan het hof van de keurvorst

Charlotte

7 minuten leestijd

Als een fel-roomse monnik intrede doet in het klooster om Charlottes gedrag te controleren, wordt haar toestand onhoudbaar. Het lukt haar om met haar twee vriendinnen te vluchten naar het hof van de keurvorst van de Paltz in Heidelberg.

De terugkomst van de vijf mannen in het klooster in Jouarre, zonder de drie vrouwen, geeft grote opschudding. De abdis is gevlucht met haar twee vriendinnen! De wonderlijkste verhalen doen de ronde, maar de uitkomst is steeds hetzelfde: de abdis komt niet terug! Niet lang daarna wordt er in de grote eetzaal van het klooster een brief opgehangen van de woedende vader, de hertog van Montpensier.

“Ik roep allen en een iegelijk op om mee te delen, waar de vluchtelinge zich verborgen houdt, om middelen te beramen om haar een geduchte vermaning te geven. Men behoort mij te helpen, opdat zij gevonden mocht worden, waar zij ook zijn mocht, binnen of buiten het koninkrijk en levend of dood teruggebracht, opdat de belediging en de schande door haar en die haar verleid, aangeraden en geholpen hebben om deze misstap te begaan, haar vader aangedaan, gewroken worde door een straf en kastijding zo voorbeeldig, dat de gedachtenis ervan in de toekomst te allen tijde blijven zal.”

***

Charlotte haalt voor de derde keer de naald en draad terug uit haar borduurwerk en zet het borduurraam weg. Het wil vandaag niet lukken. Ze staat op en loopt zoals vaker naar het raam om naar buiten kijken, waar het inmiddels groen geworden geboomte het uitzicht belemmert. Links van haar, in de verte moet Jouarre liggen. Nee, ze heeft geen spijt van haar besluit om te vluchten, maar toch kan ze haar jarenlange taak als abdis niet zomaar vergeten. Zou zuster Radegonde zich bedrogen voelen? Ze heeft haar en de andere zusters een brief geschreven om haar vertrek uit te leggen, maar ze heeft geen antwoord gekregen. Haar zus Jehanne is haar als abdis opgevolgd, heeft ze gehoord. Dat moet voor vader wel een troost zijn. Vader! Zou hij haar ooit weer als dochter erkennen?
De deur gaat zachtjes open. Charlottes ogen lichten op. De heer de Minay, haar trouwe raadsman, komt binnen, een brief in zijn hand.
Charlotte steekt hem haar hand toe. ‘Bonjour! Ik dacht juist terug aan onze vlucht uit Jouarre. Hoe kan ik u genoeg dankbaar zijn voor uw begeleiding op die spannende reis! En dat u besloten hebt om ook hier aan het hof te blijven om mij bij te staan.’
De heer de Minay knikt ernstig. ‘U bent nu voor uw geloof uitgekomen, mijn prinses. Maar nu zal het ook beproefd worden. Zojuist bereikte ons een zeer droevig bericht.’ Hij vouwt de brief open en zegt zacht: Uw geliefde nicht Jeanne d’Albrêt is plotseling aan het hof in Parijs overleden.’
Sprakeloos kijkt Charlotte haar vaderlijke vriend aan. ‘Zeg, dat het niet waar is,’ fluistert ze ontzet. Snikkend verbergt ze haar hoofd in de handen. Dan droogt ze haar tranen en zegt toonloos: ‘Ze was aan het hof in verband met de laatste samensprekingen voor het huwelijk van haar zoon Hendrik met Margaretha, de dochter van Catharina de Medici. Nooit is een huwelijk zoveel besproken als dit: de zoon van een vurige calvinist met een dochter van een vurig Roomse! Als haar dood maar geen opzet is. Er zijn al zoveel mensen op een onverklaarbare wijze gestorven. O, die Catharina De Medici. O, die bruiloft. Wat zal het ons alles brengen?’
‘Dat moeten we in Gods hand laten, prinses, er zijn geen bewijzen van moord. Ach, ik kan u ook niet troosten, dat kan alleen de Heere Zelf. Maar toch, ik heb iets voor u. U hebt gehoord van de Catechismus, die onze keurvorst heeft laten opstellen?
Het is een bijzondere zegen dat de jeugdige mannen Zacharias Ursinus met hulp van Kaspar Olevianus de juiste woorden kregen om onze geloofsbelijdenis zo duidelijk op schrift te stellen.’
Charlotte knikt. ‘Zeker heb ik ervan gehoord. Maar helaas ben ik de Duitse taal niet machtig.’
‘Ik weet het; daarom heb ik de eerste vraag en antwoord van de catechismus voor u in het Frans vertaald. Lees en herlees, ja leer uit het hoofd. Vraag en antwoord zijn het hart van onze belijdenis! Luister maar:
“Wat is uw enige troost, beide in leven en sterven?
Dat ik met lichaam en ziel, beide in leven en sterven, niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmaker Jezus Christus eigen ben, die met Zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle heerschappij des duivels verlost heeft en alzo bewaart, dat zonder de wil mijns hemelsen Vaders geen haar van mijn hoofd vallen kan, ja ook, dat mij alle ding tot mijn zaligheid dienen moet, waarom Hij mij ook door Zijn Heiligen Geest van het eeuwige leven verzekert en Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt.…”’
Charlotte pakt het beschreven vel aan en herhaalt fluisterend: ‘dat mij alle ding tot mijn zaligheid dienen moet…’.
Ze vouwt het blad zorgvuldig op en steekt het bij zich.
Onder het raam klinkt plotseling hoefgetrappel. De heer de Minay loopt naar het venster.
‘Dacht ik het niet? De prins van Oranje met een klein gevolg. Hij komt zeker voor een overleg met de keurvorst. Hebt u hem al eens gesproken?’
‘Vluchtig,’ zegt Charlotte blozend. Ze gaat ook bij het venster staan en denkt aan de eerste ontmoeting met de prins. Belangstellend had hij naar haar vlucht uit het klooster gevraagd, maar ze had die nog te weinig verwerkt om erover te kunnen praten.
Er wordt op de deur geklopt. Een bediende komt binnen.
Hij maakt een buiging. ‘Heer de Minay en mademoiselle de Bourbon, u wordt over een half uur in de salon verwacht voor de lunch met de prins van Oranje.’
‘Ik ben gewend met mijn vriendinnen te lunchen,’ zegt Charlotte tegen de heer de Minay. ‘En vandaag zou ik het liefst op mijn kamer blijven. Alleen met mijn verdriet.’
‘U hebt nog een half uur. Het is niet beleefd om de uitnodiging van de vriendelijke keurvorst af te slaan.’
Charlotte moet hem gelijk geven. Ze gaat naar haar beide vriendinnen Jeanne en Jeannette en vertelt het verdrietige nieuws over Jeanne d’Albrêt. Verslagen zitten de vriendinnen bij elkaar. Charlotte probeert de sporen van haar tranen uit te wissen, voordat ze de eetzaal binnengaat. De prins zit tegenover haar. ‘Ik heb gehoord van het overlijden van uw geliefde nicht Jeanne d’Albrêt. Van harte gecondoleerd met dit verlies. En, hoe gaat het verder met u? Bij ons vorige gesprek moest ik spoedig vertrekken.’
‘Uw broer Lodewijk heeft de vlucht uit het klooster met veel zorg geregeld. En mijn geliefde vriend de Minay heeft ons begeleid. Mijn vader, de hertog van Montpensier heeft nog geprobeerd mij te achterhalen met zijn soldaten, maar de Heere heeft dat genadig verhoed. Ik had gehoopt binnenkort bij Jeanne d’Albrêt, de beschermster van de Hugenoten, te kunnen wonen. Maar nu… nu is alles voorbij… Ach, let u niet op mij, ik ben vandaag niet in staat om veel te spreken.’
‘Ik begrijp het,’ zegt de prins meelevend.
Dan neemt de keurvorst de leiding van het tafelgesprek.

Als een vloedgolf komen de berichten vanuit Parijs Europa binnen. De bruiloft van Hendrik van Navarre en Margaretha de Valois is een bloedbruiloft geworden! Na de derde dag vol feestelijkheden klonk er op de avond van de 24e augustus een pistoolschot als sein tot een immense moordpartij op de Hugenoten. Het is het gesprek van de dag op het keurvorstelijk paleis. Duizenden doden! ‘Wat hebt U ons hiermee te zeggen, Heere,’ mompelt de heer de Minay. Elke avond zit men bij de open haard om de gebeurtenissen te bespreken en elkaar te troosten. ‘Jeanne d’Albrêt heeft dit niet meer mee hoeven te maken,’ zegt Charlotte. ´Ik zie het nu als een besturing, dat zij voor die tijd gestorven is. ‘Ook voor Holland is het ingrijpend,’ zegt de keurvorst. ‘De prins had veel verwachting van Gaspard de Coligny, de grote Hugenotenleider. Hij had steun beloofd aan Willem van Oranje in de strijd tegen Spanje maar men wachtte tevergeefs op zijn komst. Hij werd in Parijs als een van de eersten op gruwelijke wijze gedood.’


Een prinses wordt non - Onrust in het klooster - De jonge abdis - Geliefd en verdacht - Een vluchtelinge - Aan het hof van de keurvorst - Een vrouw voor Prins Willem - De prijs van haar liefde

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2019

Daniel | 32 Pagina's

Aan het hof van de keurvorst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2019

Daniel | 32 Pagina's