JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kruis dragen (deel 1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kruis dragen (deel 1)

Christus tot een Voorbeeld (6):

4 minuten leestijd

1 Johannes 2: 1-6; Filippenzen 3: 1-11

Opnieuw staan we stil bij de opdracht die Johannes in zijn eerste zendbrief geeft: Die zegt dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen gelijk Hij gewandeld heeft (1 Joh. 2:6). Ditmaal gaat het over hoe een ware christen tegenover het lijden in deze tijd moet staan. In dít leven worden heel wat tranen geschreid, vanwege bijvoorbeeld christenvervolging, verdrukkingen in deze wereld, geestelijke aanvechtingen, rouw, ziekte, eenzaamheid, lichamelijke en psychische pijn. Het uitnemendste in dit leven is moeite en verdriet (Psalm 90: 10a). Het lijden is een moeilijk vraagstuk, ook voor de kinderen van God. Denk maar aan Asaf die hierover zijn vragen stelt aan God (Psalmen 73 en 77) of aan Job die maar niet kan begrijpen dat God hem zo laat lijden. Asaf kreeg in het bijzonder als antwoord dat hij moest zien op de toekomst, dus wat hij zou ontvangen na dit leven en na het lijden in dit leven. Job moest het doen met het gegeven dat God Zich niet ter verantwoording laat roepen door een mens. Uiteindelijk legt Job dan de hand op zijn mond (Job 42: 1-6). In het Nieuwe Testament wordt meer onderwijs gegeven in hoe kinderen van God het lijden moeten zien. Centraal staat dan de Heere Jezus, Die als de Zoon van God gaat lijden en sterven voor Zijn volk. Dieper kon God niet ‘bukken’. Hier zien we dat God niet vanuit de hoge hemel, vanuit Zijn hemelse heerlijkheid, buiten het lijden staat. Nee, Hij gaat er vol ‘in’ en er ‘onderdoor’. Wel is het lijden van de Heere Jezus borgtochtelijk en daarom ‘uniek’. Daarom lezen we in het formulier voor het Heilig Avondmaal: “Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven”. Maar toch is er ook een navolgenswaardige zijde aan het lijden van de Zaligmaker. Zijn beeld gelijkvormig te worden. En in zekere zin ook gemeenschap aan Zijn lijden te hebben. Paulus wijst hierop in Filippenzen 3. In dit hoofdstuk – lees het maar eens aandachtig door – beschrijft hij hoe hij persoonlijk de Heere Jezus leerde kennen als zijn Zaligmaker. En dan geeft hij aan dat hij nog ‘dichterbij’ zijn Meester wil komen. Hoe? Dat lezen we in vers 10: Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig worden. Vanuit de opstandingskracht wil Paulus dus deel krijgen aan het lijden van Zijn Zaligmaker. De Statenvertalers tekenen hierbij aan: “Dat is, opdat ik deel hebbe aan de vruchten van het lijden van Christus, namelijk dat ik daardoor van de straf der zonden verlost en tot een nieuw leven opgewekt worde, en om Zijnentwil gaarne verdrage alle lijden, kruis en verdrukking, die mij om Zijnentwil zou mogen overkomen”. Ergens anders – in de brief aan de Galaten (6:17) schrijft Paulus over het dragen van littekenen van de Heere Jezus in zijn eigen lichaam. Wat wordt hiermee bedoeld? Wel laat ik het heel eenvoudig zeggen. Je hebt een aantal vrienden en vriendinnen.
Eén van die vrienden – Johan - heeft een broertje door de dood verloren. Nu komt er in jouw leven ook een vergelijkbaar verlies, je jongere broertje verongelukt.
Nu wordt jouw vriendschap met Johan nog hechter, nog dieper. Je gaat elkaar ‘begrijpen’, mogelijk zelfs zonder woorden. Dát bedoelt Paulus: een christen mag in het lijden nog dichterbij zijn Zaligmaker komen. Zoals een oude vrouw het op haar ziekbed zei: “Als ik pijn ervaar, denk ik aan de veel ergere pijn van de Heere Jezus, die Hij had voor mijn zonden, voor mijn zaligheid”. Die gemeenschap aan het lijden maakte dat Paulus en Silas na gegeseld te zijn in een vuile en stinkende gevangenis, met de voeten in een blok, toch psalmen konden zingen (Hand. 16:25). “’k Zal Zijn lof zelfs in de nacht, zingen daar ik Hem verwacht…”. Mag jij daar ook iets van kennen? Ervaar je in de moeiten toch gemeenschap met de Heere Jezus?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2019

Daniel | 32 Pagina's

Kruis dragen (deel 1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2019

Daniel | 32 Pagina's