JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Geliefd en verdacht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geliefd en verdacht

Charlotte

6 minuten leestijd

Charlotte de Bourbon werd als klein meisje door haar vader naar het klooster in Jouarre gebracht, waar zij op twaalfjarige leeftijd gedwongen werd om abdis te worden. Als Charlotte echter achttien jaar oud is durft zij rigoureuze maatregelen te nemen in het klooster.

De priester Ruzé briest van nijd als hij hoort dat Charlotte zuster Cécile heeft ontslagen.
Meteen roept hij Charlotte ter verantwoording en hoort haar uitleg verontwaardigd aan.
‘Het is helaas nodig dat ik nog enkele zaken noem,’ zegt hij met een vorsende blik onophoudelijk op haar gericht.
‘U hebt teveel contact met de koningin van Navarre, Jeanne d’Albrêt. Er wordt gezegd dat zij dit klooster langzaam maar zeker een zetel van ketterij wil maken.’
‘Laster,’ wimpelt Charlotte af. Maar de priester weet van geen wijken. ‘U onderhoudt regelmatig briefwisseling met haar en dan moeten er wel ketterse gevoelens openbaar komen. Het is begrijpelijk dat er verdenking ontstaat bij zo’n vertrouwelijke omgang.’
Ruzé let scherp op welke uitwerking zijn woorden op Charlotte hebben.
Maar Charlotte blijft kalm. ‘Ik kan me niet voorstellen dat er op zo’n onbekende persoon als ik gelet wordt’, zegt ze rustig.
‘Het is mijn taak als onderherder van de kardinaal om u te waarschuwen. En er zijn doeltreffende middelen om u tot uw plicht terug te brengen als de zaken een afwijkende wending nemen. U weet van de Inquisitie in de Nederlanden?’
Charlotte verbleekt even. Wat weet de priester? Kent hij Nicolaas Tontorf, de drukker uit Middelburg die in het geheim Bijbels drukt, als kantverkoper door Vlaanderen en Frankrijk trekt en ondertussen Hugenoten van Bijbels voorziet? Zou Ruzé weten dat hij op het klooster in Jouarre is geweest en zijzelf ook een mooi exemplaar heeft gekregen? Dat de Bijbel haar onmisbare Levensgids is geworden?
Ruzé merkt met voldoening de uitwerking van zijn woorden. Maar Charlotte hervindt zichzelf. Ze kijkt de priester recht in de ogen.
‘Monsieur Ruzé, lang geleden, toen ik nog een kind was hebt u mij in de grafkelder gedreigd met de verschrikkingen van de kerk. Nu wilt u het opnieuw proberen. Weet dit, ik zal altijd de stem van God gehoorzamen, boven de stem van mensen. En als de dood komt, gelooft u mij, dan ben ik bereid te sterven.’
De priester luistert met een bleek afgetrokken gezicht naar de eenvoudig uitgesproken woorden, stamelt een excuus en wil zich haastig terugtrekken.
Maar Charlotte wenkt hem terug.
‘Ik heb hier een perkament met verschillende handtekeningen. Dit is het verslag van de wijze waarop ik ruim zes jaar geleden abdis moest worden. Ik ben ervan overtuigd dat u dit nog heel goed weet en de inhoud van dit perkament kent u ongetwijfeld van zuster Cécile. U hoeft slechts uw handtekening te zetten.’
Ruzé weet niet anders te doen dan de pen te nemen en te tekenen. Daarna verlaat hij haastig de zaal, vraagt om zijn paard en zijn gevolg en rijdt in allerijl weg van Jouarre.
Op de stenen bank bij het Mariabeeld zitten de drie vriendinnen als vanouds.
Vandaag denkt Charlotte niet aan glurende ogen. Ook denkt ze niet aan priester Ruzé.
Ze kijkt haar vriendinnen met betraande ogen aan, die ze steeds met een kanten zakdoekje dept. ‘Weten jullie nog dat ik dit zakdoekje kocht van Nicolaas Tontorf, die trouwe koopman uit Middelburg? Vandaag hoorde ik vreselijk nieuws. Hij, zijn vrouw en dochter zijn verraden, gevangen genomen en de volgende dag in den Haag op de brandstapel gebracht. Zij zijn allen als waardige martelaren gestorven.’
‘Vreselijk!’ roepen haar vriendinnen. ‘De strijd om de godsdienstvrijheid moet in de Nederlanden nog wel erger zijn dan bij ons in Frankrijk.’
‘Ja, sinds de Inquisitie is ingesteld, vallen er dagelijks vele slachtoffers,’ zegt Charlotte, terwijl ze nog steeds haar kanten zakdoekje nodig heeft.
‘Bij ons in Frankrijk is het wel wat rustiger, ondanks de telkens oplaaiende burgeroorlogen. Maar toch… Catharina de Medici heeft contact met Alva, de niets en niemand ontziende leider van de godsdienstoorlog. Maar ze is ook vriendelijk tegen Gaspard de Coligny, de leider van de Hugenoten en tegen mijn nicht koningin Jeanne d’Albrêt. Er zijn zelfs plannen voor een huwelijk tussen Hendrik, de protestantse zoon van Jeanne d’Albrêt en Margaretha, de dochter van de fel-roomse Catharina de Medici. Wie heeft ooit zoiets wonderlijks gehoord? Er worden beloftes gedaan om de Hugenoten tegemoet te komen, maar of men elkaar vertrouwt is de grote vraag. Het lijkt me een grote schijnvertoning waar niets goeds uit kan voortkomen.’
‘Is de strijd van de Hugenoten dezelfde als de strijd in Holland?’ vraagt Jeanne.
Charlotte knikt. ‘Ten diepste wel. Het is de strijd van het geweten, van de godsdienstvrijheid, vaak vermengd met politieke belangen. Hoe meer ik in mijn Bijbel lees, hoe beter ik de eenvoudige protestanten kan begrijpen. Maar helaas, helaas is mijn eigen vader een felle vijand,’ zucht ze.
Jeanne kijkt van het machtige kloostercomplex naar het karakteristieke gezicht van Charlotte, waar nu een floers van verdriet op ligt.
De woorden ‘helaas, helaas…,’ hoe zacht ook uitgesproken, blijven in haar naklinken. Meer en meer beseft Jeanne dat Charlotte in haar hart allang gekozen heeft. ‘Als ik je zo hoor praten is het toch niet vreemd dat priester Ruzé zo argwanend alles in ons klooster observeert?’ vraagt ze.
Charlotte legt haar hand op de gesp met lelies. ‘Ik bewonder Jeanne d’Albrêt om de standvastigheid van haar geloof en haar hulp aan vervolgde Hugenoten in haar kleine koninkrijk. Ik hebt ook grote achting voor Gaspard de Coligny, de leider van de Hugenoten, vanwege zijn onverschrokken houding.
En de Prins van Oranje in Holland, ach, er zijn zoveel geruchten. Hij schijnt in zijn huiselijk leven veel moeilijkheden te hebben door het gedrag van zijn tweede vrouw, Anna van Saksen. Ook heeft hij geweigerd opnieuw te tekenen om zich aan de macht van Philips en Alva te onderwerpen en leeft nu met zijn gezin en gevolg als een banneling bij zijn moeder en broer op het slot Dillenburg in Duitsland.
En toch blijft hij staande, ja bezield met een moed die hij van God ontvangt, anders kan ik het niet verklaren. Ik wou, dat ik die man eens mocht ontmoeten. Jas, ons klooster ligt niet ver van de handwelswegen, zodat ik hier en daar wel eens nieuws te horen krijg.
Jeanne d’Albrêt kent Lodewijk, de broer van Prins Willem van Oranje, die mogelijk nog meer onverschrokken van aard is en contact zoekt met de Hugenoten in Frankrijk. O, het ware geloof is een kracht Gods, daarvan ben ik overtuigd!’
Jeanne legt verschrikt een hand op haar arm. ‘Stil toch, Charlotte,’ fluistert ze. ‘Zuster Cécile is wel weg, maar er kunnen nog andere luistervinken zijn.’
Charlotte knikt en krijgt haar bedachtzame houding terug.
‘Kom, het werk roept weer,’ zegt ze eenvoudig.
De drie vriendinnen wandelen terug naar het zonovergoten kloostercomplex. Ze hebben er geen erg in, dat even later uit het struikgewas de priester Ruzé ongezien probeert weg te komen. De blik in zijn ogen voorspelt niet veel goeds…


Een prinses wordt non - Onrust in het klooster - De jonge abdis - Geliefd en verdacht Een vluchtelinge - Aan het hof van de keurvorst - Een vrouw voor Prins Willem De prijs van haar liefde

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2019

Daniel | 32 Pagina's

Geliefd en verdacht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2019

Daniel | 32 Pagina's