‘De kerk als moeder’
Zondagochtend luidt de kerkklok. Het geluid herinnert jou en mij eraan dat we door God genodigd worden om Zijn Woord te komen beluisteren. Besef jij dat als je de kerk binnenkomt? Waarom ga je eigenlijk naar de kerk? Hoe is de kerk ontstaan? Wie vormen de kerk? En waarom zijn er zoveel verschillende kerkverbanden? In dit artikel zoeken we samen naar antwoorden op deze en nog veel meer vragen.
Waarom moet je samenkomen in een kerk?
Je gaat hopelijk iedere zondag naar de kerk. Wellicht zie je er steeds weer tegenop. Aan de andere kant kan het zijn dat je er juist naar uitziet. De Heere gaf een plaats, een groep mensen, het Woord en Zijn dienaren. De mensen in de kerk vormen een christelijke gemeente. In die christelijke gemeente zitten ook leden van het lichaam van Christus. Dat zijn de mensen die echt in de Heere Jezus geloven. Zij vormen samen -als het ware- het lichaam van Christus. Het lichaam werkt niet zonder de leden. Nee, de leden hebben elkaar nodig. En daarom is het goed dat de leden van het Lichaam bij elkaar zijn. Om samen de Heere te dienen.
De Heere heeft al vanaf het begin van deze wereld mensen bij elkaar gebracht om Hem te dienen. Dat lezen we al vroeg in het Oude Testament. Toen begon men den Naam des Heeren aan te roepen (Gen. 4:26). De kanttekeningen schrijven daar iets heel belangrijks bij. “De zin is hier, dat men openlijk en met meerder vergadering ‘de’ godsdienst begon in te stellen.”
Later, als het volk Israël gevormd is (uit individuele mensen, die gezamenlijk naar één land trekken), geeft de Heere aan Mozes Zijn instellingen mee.
En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone (Ex. 25:8).
God komt in het midden van een volk wonen, in Zijn heiligdom. De kanttekeningen zeggen daarbij: “Dat is, een heilige woning, die over het algemeen de tabernakel genoemd wordt, en het was de plaats waar men de openlijke godsdienst oefende, zoals naderhand de tempel van Salomo”.
God wil in een gemeente gediend worden. Dat is nu wel duidelijk. En in het hele Oude Testament heeft de Heere deze tempeldienst gehouden en onderhouden. De Heere woonde in het midden van Zijn volk. Maar als het volk weggevoerd wordt, zien we die tempel verwoest liggen. Het goud is eraf gehaald. En we horen het volk klagen. Waar is hun God?
De Heere Jezus bezocht synagogen. Wat kunnen wij daarvan leren?
In de tijd van de ballingschap wilden de Joden toch graag samenkomen. Daarom besloten ze dat te doen in kleine huizen. Later worden deze huizen ‘synagogen,’ ‘vergaderplaatsen’, genoemd. Deze synagogen hebben lang bestaan. Nog altijd kunnen we in verschillende steden en landen synagogen vinden.
Hier in de synagoge gaan de boekrollen weer open, wordt er weer gestudeerd en gebeden. En als het volk weer terug mag onder leiding van Zerubabel en als de fundering van de nieuwe tempel er ligt, blijven deze vergaderplaatsen toch bestaan.
En als de Heere Jezus Zelf twaalf jaren oud is, gaat Hij naar gewoonte naar de tempel (Luk. 2:42).
Niet veel later lezen we in het Lukasevangelie dat Hij ook naar Zijn gewoonte, op de sabbatdag in de synagoge actief deelneemt aan de dienst (Luk.4:16).
Wat betekent dit voor ons? Nou, dit: dat als de Meester naar het huis van Zijn Vader gaat, om Hem te dienen, zouden wij dan achterblijven? De Heere Jezus heeft in heel Zijn leven op aarde de synagogen bezocht om te leren en te onderwijzen. En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen (Luk. 4:15). Hierin ligt nog een les. Hij is dus dáár te vinden. Niet meer lichamelijk, maar, zoals Calvijn het zegt: “In het gewaad van Zijn Woord.”
“Omdat het nu de bedoeling is te spreken over de zichtbare kerk, laten we dan alleen al uit eervolle benaming ‘moeder’ leren hoe nuttig, ja noodzakelijk het voor ons is om kennis van haar te krijgen, aangezien er geen ander toegang tot het leven is, als zij ons niet in haar schoot ontvangt, ons baart, aan haar borsten voedt en tenslotte onder haar hoede neemt en door haar leiding beschermt, totdat wij het sterfelijke lichaam zullen afleggen en de engelen gelijk zullen zijn.” – Johannes Calvijn, Institutie boek IV Hoofdstuk IV
Wie vormen de kerk?
Eén christelijke gemeente
Aan het einde van Zijn tijd op aarde belooft de Heere Jezus Zijn volgelingen: Waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben Ik in het midden van hen (Math. 18:20). En als Hij opvaart naar Zijn Vader geeft Hij Zijn discipelen de opdracht mee om de wereld door te gaan en te onderwijzen. Hij geeft hen de opdracht mee om de sacramenten te gebruiken en te bedienen.
En dan zien we de eerste gemeente ‘eendrachtelijk’ samen in de opperzaal. Biddend, smekend.
Niet lang daarna ontstaan er ambten als Matthías in Judas’ plaats wordt aangesteld.
Dan begrijp je misschien waarom de apostel Paulus aan de gemeente van Éfeze schrijft dat het werk van Christus op aarde vervuld moet worden. En dan noemt hij ook de weg waarlangs dat moet gebeuren: En Dezelve heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus.
De kerk door de eeuwen heen
Satan heeft door de eeuwen heen zoveel aanvallen gedaan op de kerk, omdat Hij weet dat hier de ‘bediening der verzoening’ is. Hier, in de prediking wordt het zaad van het Evangelie gestrooid. Hier worden harten door Gods genade vernieuwd en ingewonnen door Koning Jezus. Zo heeft hij mannen als Arius, Donatus, Pelagius en anderen de kerk ingebracht en geprobeerd van binnenuit de kerk door dwalingen te laten vallen.
Door de eeuwen heen heeft Christus Zijn kerk geleid en geregeerd. Hij heeft gewaakt over Zijn dienst. Wat een getrouwe Zaligmaker. Calvijn zei het ooit: “De kerk is als een moeder, die haar kinderen bijeen vergaderen wil. Die hen voeden en beschermen wil”.
Wereldwijd vergadert God uit allerlei gemeenten zijn Kerk. De Heere Jezus heeft het eens gesproken: Ik heb nog andere schapen die van deze stal niet zijn, dezen moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen, en het zal worden één kudde en één Herder (Joh. 10:16).
Zie je die ware gelovigen in Afrika en in Roemenië? Zij vormen samen met Engelse en Nederlandse kinderen van God, één gemeente.
Wat een wonder dat jij deel mag uitmaken van een christelijke gemeente. Je mocht er al van jongs af aan komen. De Heere heeft jou zo dicht bij Hem geplaatst! Jij mag iedere zondag naar de kerk gaan. De Heere wil je hebben in Zijn woning. Of om met Calvijn te zeggen: Hij heeft je bij je ‘moeder’ gebracht. Dat geeft verwachting!
Drie dwaalleraren in de vroegchristelijke kerk:
Arius: Hij leerde dat de Heere Jezus niet echt de Zoon was van God, maar het eerst geschapen Wezen. Daarmee loochende hij Christus als Zoon van God.
Donatus: Hij wilde alleen een kerk met gelovigen. Augustinus ging daar echter tegenin, en legde uit dat de kerk altijd uit ‘kaf en koren’ bestaat. Denk maar aan de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe.
Pelagius: Hij leerde dat de mens zonder erfzonde geboren wordt.
Wat is de plek van de kerk, vandaag de dag?
Van de eenheid kun je soms weinig merken. We leven in een gebroken wereld, met gescheurde kerken. Soms zijn de kerkmuren zo hoog opgetrokken dat je er nauwelijks overheen kunt kijken. Dat is verdrietig. En dat, terwijl Christus bidt tot Zijn heilige Vader, dat Hij wil dat zij allen één zijn.
Wij mensen kunnen dingen stuk maken. De Heere is daar niet de oorzaak van. Hij blijft de Getrouwe, steeds weer. Soms zijn er verschillen gekomen in de leer waardoor er zoveel verschil in de kerk kwam dat ze uit elkaar gegroeid en gescheurd is. En nee, dat is niet goed. Zijn lichaam wordt daardoor gescheurd. Dat is erg. Maar wat een genade, de Heere gaat door. Ook in een gebroken kerk. Ook als er in jouw ogen nog zoveel dingen zijn waarover je verdrietig bent!
Het is zo belangrijk dat jij bij de gemeente blijft waar de Heere je geplaatst heeft. De Heere wil door middel van de kerk over je waken. Er is zoveel kerkverlating. Waarom? Omdat je je wellicht niet goed voelt? Omdat je denkt dat het ergens anders beter is? Misschien ben jij wel aan het studeren of maak je plannen voor volgend jaar. Wil je dan alsjeblieft niet je kerkelijke gemeente vergeten? Dáár heeft de Heere je in Zijn genade geplaatst. Probeer de zondagse diensten toch bij te wonen of luister het na.
De kerk is meer dan alleen een plaats waar je tweemaal per zondag Zijn Woord hoort. Een moeder biedt bescherming en een moeder zorgt voor je. Dat wil de kerk ook doen. Zet je in voor jouw gemeente. Zorg dat je er bent als het Woord opengaat, of als er gemeenteactiviteiten zijn.
Hoe zit jij in de kerk? Luister je? Doe je mee? De sacramenten worden bediend en het Woord wordt verkondigd, tot jouw behoud! De Heere onderhoudt en regeert Zijn kerk. Gods kinderen mogen daar in Zijn woning voedsel vinden voor hun ziel. Ze zingen het weleens: Wat blijdschap smaakt mijn ziel, wanneer ik voor U kniel. In ’t huis dat Gij U hebt gesticht. Hoe lief heb ik Uw woning! Straks, als de Meester terugkomt, zal er geen kerk meer zijn. Dan zullen er geen kerkscheuringen meer zijn. Hij zal altijd bij Zijn kinderen zijn. Zijn kinderen zullen één zijn. Zij mogen de Koning zien, zoals Hij is. Het lichaam mag samen zijn met het Hoofd. Maranatha! Kom, Heere Jezus!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2019
Daniel | 32 Pagina's