Onherkenbaar
Donker. Koud. Wind. Gelukkig heb ik handschoenen aan. Geleerd na een inzet van een poosje terug. Toen ik daar met blauwe vingers rondliep. Met collega-hulpdiensten sta ik bij de dumpplaats van een vloeibaar, giftig en sterk ruikend goedje. Het lijkt erop dat enkele zwak-karakter-boeven hun afvalemmertjes niet hebben durven inleveren bij de gemeente. Met alle gevolgen van dien. Dit spul geeft flinke schade aan mens, dier en milieu.
Ik ben nog niet zo lang ter plaatse of er komt een brandweerman of vrouw op me afgelopen. In vol ornaat. Tussen helm en bluspak is het gezicht voor mij onherkenbaar. “Ga je hierover schrijven in Daniël?”. Eventjes val ik uit m’n professionele rol. Deze vraag verwacht je niet tijdens het maken van een beeld en plan van de dumpplek. Wie het was? Geen idee. Man. Leest Daniël. Maar verder? Onherkenbaar!
Enkele weken later. Weer koud, maar geen handschoenenweer. Mijn collega en ik worden ontboden bij de politie. Voor m’n werk welteverstaan. Even later zit ik op m’n knieën bij... Ja, bij wie eigenlijk? Een mens. Ja, dat wel. Beter gezegd: een hoopje mens. Ineengedoken. Een zij. Maar wie het is? Jawel, ik heb een naam. Een mooie doopnaam zelfs! Maar wat blijft er over van de mens achter de naam als je gedachtewereld eindeloos donker en chaotisch is? Als je niets anders zoekt dan leegte? Als je met woord en daad gevoelloos probeert te worden? Als donkere stemmen vanbinnen onophoudelijk met je spreken? Als de politie je vasthoudt omdat je een gevaar bent voor jezelf? Wie zo’n mens nog is? Vrouw. Meisje eigenlijk. Met grote zorgen. Maar verder? Onherkenbaar!
Een onherkenbare brandweerman. Logisch. Zijn werk vereist bijna alles verhullende veiligheidskleding. Terug op de kazerne gaat z’n werkkleding uit en zou ik kunnen zien wie hij is. Maar op die kazerne kom ik niet.
Een onherkenbare patiënt. Haar grote psychische problemen verhullen bijna alles. Logisch. Wát? Logisch? Écht niet! Deze mens heeft niets verhullends om uit te trekken. Psychische nood is geen werkkleding. Je trekt het niet aan. Je trekt het niet uit. Je hebt het. Altijd. Overal. Onnavolgbaar. Onbegrepen. Aangrijpend. Relatieverstorend. Onvoorstelbaar. En? Onherkenbaar! Voor anderen. Voor jezelf. En voor God? Wat denk je? Zou de Schepper Zijn schepselen niet herkennen? Zou Hij die de roep van jonge raven hoort jouw roepen niet herkennen (psalm 147)?
Onherkenbaar. Dat kun je zijn door werkkleding. Dat kun je zijn door psychische nood. Maar verder? Kun je jezelf ook niet onherkenbaar maken? Onherkenbaar in je groep waarin met God geen rekening gehouden wordt. Onherkenbaar in je (thuis-?)omgeving waar over God niet wordt gesproken. Onherkenbaar op internet. Onherkenbaar op social media. Onherkenbaar in je zwijgen en spreken. Onherkenbaar in je doen en laten. Onherkenbaar omdat je je waarden en normen als een kameleon aanpast aan... Ja, aan wie eigenlijk? Aan allemaal onherkenbare aards-geluk-zoekers?
Onherkenbaar? Nooit voor Hem! Jij niet. Ik niet. En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.
Wees gewaarschuwd! Wees getroost!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2019
Daniel | 32 Pagina's