-> De God van mijn vaderland
Zie je dat jonge meisje daar in dat grote huis? Het meisje is geen bezoekster van het huis, ze werkt er. We zijn ook niet in Nederland, maar in Syrië. Het is geen 2018, maar rond 850 voor Christus. Deze Bijbelstudie gaat over een bekend Bijbelverhaal: de genezing van Naäman. We zullen in deze Bijbelstudie vooral kijken naar een onbekender persoon in deze geschiedenis en haar God.
2 Koningen 5: 1-19
Vers 1
-> Wie was Naäman?
-> Waar had de Heere hem voor gebruikt?
We lezen heel veel positieve dingen over Naäman, maar ook iets verdrietigs. Hij was melaats. Hij had een ernstige huidziekte. Over deze ziekte kun je meer lezen in Leviticus 13 en Numeri 5. De gevolgen van de zonden treffen ook mensen met veel macht, maar God gaat het gebruiken om deze grote legeraanvoerder op de knieën te brengen.
Vers 2
Nadat we hebben gelezen over die grote Syrische generaal, lezen we over iemand anders. Een jong meisje.
-> Waar kwam ze vandaan?
-> Hoe kwam ze in het huis van Naäman?
Wat een heftig verhaal! Ontvoerd, weggehaald bij haar familie. In Syrië moet ze werken voor de vijand. Ook zij hoort dat Naäman ziek is.
Vers 3
-> Wat zegt het meisje? Probeer dit eens in eigen woorden samen te vatten. Zoek op in de Bijbel met uitleg of in de kanttekeningen wat de moeilijke woorden betekenen. Bespreek dit met elkaar.
-> Is dit een reactie die je verwacht? Vind je dat de reactie bij haar situatie past?
Wat een moed heeft dit meisje! Ze vertelt in dit heidense land over haar eigen God. Blijkbaar is ze niet vergeten wat ze van haar ouders geleerd heeft! Ondanks dat ze zoveel tegenslag heeft gehad, gelooft ze blijkbaar toch nog in God.
Vers 4
Naäman gaat naar zijn koning en vertelt wat het meisje uit Israël heeft gezegd. Blijkbaar gelooft hij haar.
-> Wat zou er voor gezorgd hebben dat Naäman het slavinnetje vertrouwde?
Vers 5-7
Koning Benhadad II geeft Naäman toestemming om naar de koning van Israël te gaan. Hij geeft aanbevelingsbrieven en geschenken mee. Koning Joram schrikt als hij de brieven krijgt. Hij kan de legeraanvoerder van Benhadad toch helemaal niet genezen? Zoekt de koning een reden om hem aan te vallen? Gelukkig hoort de profeet Elisa hiervan en laat hij Naäman komen.
Vers 9-14
In deze verzen lees je welke opdracht Elisa geeft: Naäman moet zich gaan wassen in de Jordaan. Daar wordt hij boos om: Syrië heeft toch veel mooiere rivieren?! Zijn knechten sporen hem nogmaals aan; hij heeft toch geen moeilijke opdracht gehad? Wat een wonder, het stukje eindigt met de woorden en hij werd rein.
Vers 15
Naämans reactie op het wonder is: Nu weet ik dat er geen God is op de ganse aarde dan in Israël!
-> Wat belijdt hij hier mee?
Om over na te denken:
-> Lijk je op Naäman? Misschien vind je het ook maar moeilijk, dat geloven zo makkelijk is! We bedenken vaak allerlei redenen, maar God zegt: Geloof alleen!
-> Jij bevindt je gelukkig in een heel andere situatie dan het slavinnetje. Maar hoe en waar kun jij met woorden en/of daden getuigen van God?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2019
Daniel | 32 Pagina's