JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Tussen exotische gastarbeiders en dodelijke terroristen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tussen exotische gastarbeiders en dodelijke terroristen

9 minuten leestijd

Ben jij weleens bang geweest voor moslims? Op een druk treinstation, bijvoorbeeld? Of bij een groot evenement? Het is niet gek om deze vraag met een 'ja' te beantwoorden. Maar er valt méér te zeggen.

Wie islam zegt, zegt angst en geweld en terreur. Dat geldt in elk geval voor veel mensen in Nederland. En als ze het niet zeggen, denken ze het wel.
Dat is niet altijd zo geweest. In elk geval was het niet zo toen de eerste moslims hier kwamen. Dat was in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Natuurlijk waren er daarvoor ook wel moslims in Nederland, maar toen kwamen ze voor het eerst in grote aantallen. Ze kwamen vooral uit twee landen: Turkije en Marokko. En ze kwamen om als gastarbeider te werken. Ze deden schoonmaakklussen en fabriekswerk waar bijna geen Nederlanders voor te vinden waren.
Bijna niemand vond deze arbeiders toen beangstigend. Integendeel. Ze waren exotisch en daardoor eigenlijk best interessant.

Maar dat is veranderd. De mannen die hier als jongens van een jaar of twintig kwamen werken, zijn nu vaak de zeventig al gepasseerd – als ze nog leven. Ze wonen door heel Nederland, maar vooral in de grote steden. Ze zien er anders uit dan toen. Ouder, dat natuurlijk allereerst. Maar dat is niet alles. Heel wat oudere Marokkanen die naar Nederland kwamen als gastarbeider dragen vandaag de dag een djellaba – zeg maar een lange jurk voor mannen. Ook hebben ze vaak een baard. Bovendien kun je ze vaak vinden in de moskee of in een bijbehorend buurtcentrum, waar ze een deel van hun dag doorbrengen – iets waar ze vroeger veel minder om gaven.
Je zou dus kunnen zeggen dat de islam een belangrijkere plaats in hun leven heeft gekregen. En dat geldt niet alleen voor de eerste generatie en ook niet alleen voor moslims in Nederland. Het is een wereldwijd proces dat al tientallen jaren bezig is. Je zou kunnen zeggen dat het begon in 1979, toen in Iran een islamitische revolutie plaatshad. Sindsdien wordt dat land geregeerd door mensen die zich strikt aan de sjiitische versie van de islam willen houden.
Er is dus een soort islamitische heropleving aan de gang. Daar zitten we nog middenin. En gaandeweg die opleving is het beeld van moslims helemaal gekanteld. Vriendelijke, exotische gastarbeiders? De groeten! Terroristen, dat zijn het!

Welk beeld is het juiste? Dat van de vriendelijke gastarbeider of dat van de moordende terrorist die zich aansluit bij Islamitische Staat?

Het goede antwoord op die vraag is: ze zijn allebei waar. Dat komt omdat er niet zoiets bestaat als één islamitische cultuur. De wereld van de islam is gigantisch groot: van Marokko tot Indonesië. Het gaat over vele tientallen miljoenen mensen. Die ontwikkelen overal hun eigen manier van leven. Een paar voorbeelden? Lees de kaders maar.


Geitenherder in Marokko
Rachid is een geitenherder in het noorden van Marokko. Hij leeft zoals zijn ouders hem hebben voorgeleefd. Hij gaat op vrijdag naar de moskee, bidt soms bij graven van overleden islamitische heiligen, gelooft in de macht van het boze oog. Als hij ziek is, drinkt hij een drankje met daarin opgelost een tekst uit de Koran.


Succesvolle jongen in Libanon
Hussein is een jongen uit een rijke familie in Libanon. Hij gaat voor succes in zijn leven. De islam is voor hem vooral een familieaangelegenheid. Na zonsondergang tijdens de vastenmaand Ramadan eten ze met de hele familie. Daarna gaat hij stappen met zijn vrienden, de hele nacht lang. Het is een jaarlijks hoogtepunt omdat het zo gezellig is.


Vrijgevochten meid in Iran
Noura is een jonge moslima in Iran. Ze heeft een hekel gekregen aan de islam van haar ouders. Ze blijft zich moslim noemen, maar moet niets hebben van de strenge bepalingen en wetten die haar familie en de overheid haar opleggen. Ze bepaalt zelf wel hoe ze zich kleedt en wat ze wel of niet op haar hoofd doet!


Verbeten vechter in Irak
Abdulrahman uit Irak voelt zich gediscrimineerd door de regering van zijn land. Hij gelooft dat alleen met de hulp van Allah de chaos in zijn land weer kan worden beheerst. Door Allahs wetten weer na te leven kan er een verandering komen. En dat is precies wat Islamitische Staat wil. Hij voelt diep in zijn hart de overtuiging dat dit is wat hij moet doen: vechten voor Allah.


De vier mensen die je in de kaders ontmoet, zullen elkaar in het echte leven niet zo gauw tegenkomen. En als dat toch zou gebeuren, zouden ze elkaars manier van leven waarschijnlijk veroordelen. Ze zouden de ander misschien niet eens moslim willen noemen. Toch noemen ze zichzelf alle vier zo.
Het laat zien dat dé cultuur van moslims niet bestaat. Moslims verschillen van elkaar zoals dag en nacht van elkaar verschillen. Ze verschillen van elkaar zoals een reformatorisch christen in Nederland verschilt van een welvaartsprediker in Amerika. Of zoals een vrijzinnig christen in Nederland verschilt van een pinksterchristen in Angola.

Is er dan helemaal niets gemeenschappelijks? Ja, toch wel. Er is een aantal zaken dat moslims samenbindt, waar ze ook vandaan komen en wat ze ook doen.
Moslims geloven dat Allah de enige God is. Ze geloven dat de Koran het woord van Allah is. Ze geloven dat Mohammed zijn profeet is. En zo is er nog wel een aantal dingen te noemen waarin ze elkaar zouden herkennen.
Deze geloofsartikelen zorgen ervoor dat al die verschillende islamitische culturen vaak toch iets gemeenschappelijks hebben. Ze delen een zeker ontzag voor Allah en voor zijn wetten – zelfs als ze die wetten niet opvolgen. Daardoor hebben culturen in de islamitische wereld vaak iets behoudends, iets traditioneels.
Inderdaad, net zoals de reformatorische gemeenschap iets behoudends en traditioneels heeft. Niet voor niets wonen sommige moslims in het Westen liever in plaatsen waar veel christenen wonen dan in grote, anonieme steden waar geloof nauwelijks nog een plaats heeft in het openbare leven. In Barneveld is de kans immers minder groot dat je wordt geconfronteerd met een billboard met schaars geklede dames. Of dat je bordelen en coffeeshops tegenkomt.

Het aspect van eerbied voor God is dus iets dat overeenkomt in de meeste islamitische culturen en in de meeste christelijke culturen. Dat betekent niet dat de inhoud van het geloof ook hetzelfde is. Integendeel. Wie zich gaat verdiepen in de islam, zal steeds meer versteld staan van de enorme kloof die er gaapt tussen een volgeling van Christus en een volgeling van Mohammed. De kern van het christelijk geloof, dat Jezus als Zoon van God is gekruisigd en opgestaan, wordt ontkend door de islam. Daarmee kun je het hart van de islam gerust anti-christelijk noemen, in die zin dat de islam Christus als Zaligmaker helemaal niet nodig heeft. Een kernpunt in de islam is dat een ander niet kan betalen voor zonden die jij begaat. Uiteindelijk staat een moslim er, als het er op aankomt, alleen voor. Daarom heeft een moslim vrijwel nooit zekerheid van zijn redding. Je weet immers nooit of Allah je goede daden zal accepteren of dat je zonden toch zwaarder zullen wegen.

Maar zijn die grote verschillen redenen om met een boog om moslims heen te lopen? Integendeel. Ze sporen eerder aan om contact met hen te zoeken. Ten eerste: hoe zouden ze anders horen van Jezus als de Weg, de Waarheid en het Leven? En ten tweede: is een christen niet geroepen om midden in de wereld te staan? We lopen toch ook niet met een boog om die ongelovige buurman heen en die atheïstische bakker?

Het mag duidelijk zijn: moslims roepen vervreemding én herkenning op. We hebben vaak geen enkele moeite om die vervreemding te benoemen, en dat is prima. Maar laten we er evenmin voor weglopen om gezamenlijke standpunten te benoemen en op basis daarvan als het zo uitkomt samen op te trekken. Dat gebeurt immers zo vaak met andere bevolkingsgroepen. Het samenwerken met totaal seculiere medeburgers is bijvoorbeeld volstrekt geaccepteerd. Denk aan je collega’s op het werk. Denk ook aan hoe de SGP zelfs met D66 een akkoord kan sluiten, zoals in 2013 gebeurde over de rijksbegroting. Vreemd genoeg is die vanzelfsprekendheid er vaak niet als het gaat over moslims. Maar als we samenwerken met seculiere liberalen of socialisten, hebben we dan gegronde redenen om dat niet te doen met moslims?


Hoe kun je met moslims omgaan?
Er bestaat een prachtig manifest van stichting Gave dat helpt om op een Bijbelse manier om te gaan met vluchtelingen. Het is ook toepasbaar op moslims in het algemeen. Dat manifest is ondertekend door een heleboel organisaties, waaronder SGP en ChristenUnie. Dit zijn de tips:
• Ik kijk goed om mij heen;
• Ik open mijn hart;
• Ik kies voor zachtmoedigheid;
• Ik bid voor hen die haten;
• Ik kom op voor het recht;
• Ik help;
• Ik heb geduld;
• Ik ben trouw;
• Ik getuig.
Kortom: ik ben nuchter én liefdevol.


Meer lezen? https://verrenaasten.nl/verre-naasten-steunt-gave-manifest-sta-op-voor-vluchtelingen


Ik ben bang voor moslims. Wat kan ik doen?
Allereerst dit: als je naar buiten gaat, pas dan goed op. Want de kans dat je door een auto wordt aangereden is vele malen groter dan dat je het slachtoffer wordt van een jihadist. In Nederland zijn nog bijna geen slachtoffers gevallen door jihadistische aanvallen. Bovendien is het juist het doel van jihadisten om je bang te maken. Geef ze niet hun zin!
Ontmoet moslims en trek zelf de conclusie of je bang voor hen moet zijn. Of vraag anderen die vaak met moslims omgaan of ze bang voor hen zijn. Moslims zijn gewone mensen met gewone zorgen en een heleboel gewone bezigheden, net zoals jij die hebt.
Wat heb je tegenover je angst te zetten? Jihadisten laten onbekommerd zien waar ze voor leven. Er gaat wat van uit, al is het in negatieve zin. Wat gaat er van jou uit? Zoek naar de liefde van Christus. Zie 1 Johannes 4:18. Als de liefde van Christus je hart vervult, is er geen ruimte meer voor angst – zelfs de dood heeft dan niet het laatste woord. Juist als je nadenkt over de radicale islam, komt dit heel dichtbij. Wat is jouw diepste identiteit? Leef jij in de vrijheid van de kinderen van God?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2019

Daniel | 32 Pagina's

Tussen exotische gastarbeiders en dodelijke terroristen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2019

Daniel | 32 Pagina's