Kerstfeest bij Kersten
“Als je de naam van dominee G.H. Kersten noemt, roept dat altijd een reactie op. Positief óf negatief.” Dat stelt Bart Bolier, die het boekje Kersten in kleur schreef. “Vaak is het oordeel over Kersten gebaseerd op gevoel of van horen zeggen. Niet op dat wat hij zelf geschreven heeft.”
Het wegnemen van misvattingen is dan ook een van de redenen dat Bolier dit boek geschreven heeft. Daarnaast heeft de (kleine) kerkgeschiedenis zijn belangstelling. “Er zijn twee kerkverbanden [de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, LvB] die zeggen: Kersten is een man waar wij het van harte mee eens zijn. Daar zouden we elkaar dan toch moeten kunnen vinden. Tenzij we afstand hebben genomen van zijn gedachtegoed, maar dat heb ik nooit van iemand begrepen.” Verschillende keren in het gesprek valt op dat deze Veluwse jongeman een diepe wens koestert dat zijn pennenvrucht ook mag bijdragen aan kerkelijke eenheid. “Ik heb geprobeerd om te kijken naar wat hij zelf zegt, niet wat mensen over hem zeggen. Dan krijg je een getrouw beeld.”
Welk beeld kwam daaruit?
“Het viel me op dat dominee Kersten verlangde naar eenheid en dat hij de Hervormde Kerk nooit uit het oog is verloren. Kerkelijk verdeeldheid zag hij als zonde. Ook vond hij dat predikanten opgeleid moeten worden. Dat was hard nodig, omdat er veel on-Bijbelse lijnen werden getrokken in de prediking; de een was nog creatiever dan de ander. Hij was een warme persoonlijkheid die tegelijkertijd heel scherp kon zijn. Hij kon hoofdzaken van bijzaken scheiden. Kersten was erg tegen de drie-verbondenleer, maar was wel goed bevriend met predikanten zoals Minderman en De Hengst die deze leer voorstonden. Hij was een man van evenwicht.”
Wat kun je over de preken van Kersten zeggen?
“Christocentrisch: alleen in Christus kun je voor God bestaan.” Voorzichtig formuleert hij verder: “Hij herhaalt dat zó sterk en zo vaak dat het bijna eentonig wordt. Maar dat is wel het enige waar je op kunt rusten. Daarnaast benadrukt hij dat God soeverein is: zalig worden is enkel genade. Anderzijds beklemtoont hij altijd dat de mens wel zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. Die evenwichtige manier komt steeds terug in zijn preken. Kersten spoort mensen aan om de Heere te zoeken. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat zijn preken soms hele lange zinnen bevatten en hij de tweede naamval gebruikt. Bijvoorbeeld zijn bekende preek over Psalm 47: de taal is daar een barrière, terwijl de inhoud zó rijk is.”
Hoe ga je daar zelf mee om?
“Als ik een preek van dominee Kersten voor de leesdienst gebruik, hertaal ik die. Ik ben daarnaast van plan om enkele preken van hem om te zetten naar hedendaagse taal, zodat de taal geen hindernis meer hoeft te zijn voor onze jongeren. Dat boekje volgt hopelijk het komende jaar.”
Lees je weleens preken van hem tijdens een leesdienst?
“Ik lees zelf vaker de ‘echte’ oude schrijvers en Puriteinen. Kersten zei zelf vaak: ‘lees maar een oudvader’. Daar houd ik me maar aan. Mijn ervaring is dat jongeren deze preken ook meer waarderen. In de 3 jaar dat ik ouderling ben, heb ik hem in het bijna wekelijks voorgaan vier keer gelezen. Het zijn evenwichtige preken. Ze zijn warm en scherp. Ook mooi en pastoraal voor mensen met een aangevochten geloof.”
Wat voegt dominee Kersten toe aan de oudvaders?
Met een twinkeling in zijn ogen: “Niks! Kersten zou niet eens iets willen toevoegen. Maar wat Kersten heel goed kon, is de dringende oproep tot bekering van de puriteinen combineren met de exegese en bevindelijke lessen van de oude Hollandse schrijvers.”
Kersten wordt weleens verweten dat hij drie in plaats van twee wegen leerde: bekeerd, onbekeerd en bekommerd (mensen die hun schuld en ellende voelden, maar Christus niet kennen). Waarom onderscheidde Kersten de bekommerden?
“Persoonlijk heb ik er moeite mee dat de term ‘bekommerde’ vaak onjuist gebruikt wordt, alsof het ‘bekeerde mensen zonder Christuskennis’ betreft, die ondertussen toch heel goed weten dat ze bekeerd zijn. Dominee Kersten zag ‘bekommerden’ echter als ‘kleingelovigen’, die enige geloofskennis van Christus hebben ontvangen. Ze missen alleen de volle en voortdurende zekerheid daarvan.”
Ondertussen pakt Bart zijn favoriete boek van dominee Kersten (Meer dan overwinnaars) uit de kast en citeert daaruit om zijn verhaal kracht bij te zetten: “‘Weet u een weg buiten Christus ter zaligheid? O, dat God de grond neme van onder onze voeten; Dat Hij ons oog toch opent voor zijn rokend recht, opdat wij de Ark der behoudenis mogen ingaan en een ware vereniging met Christus door het geloof verkrijgen, opdat onze ziel behouden wordt uit het oordeel dat gewisselijk komt.’ En let er dan op wat hij over ‘bekommerden’ zegt: ‘Nee, ik zeg dat niet om het bekommerde volk hard te behandelen. Ik weet, er zijn er, die hun aandeel aan Christus niet kunnen opmaken. En vrezen om te komen, maar die zekerlijk zullen behouden worden. Ik weet wat hun zielenstrijd is, hun hopen en vrezen. Meer: God weet het. Maar juist zij beamen zo geheel de noodzakelijkheid om in Christus geborgen te worden. Zij kunnen met niet minder. Meer en meer worden zij eraan ontdekt, dat alles waarbij zij eerder leefden, geen grond kan zijn om op te staan in het recht des Heeren. Eén ding is hen slechts nodig, dat zij de Ark ingaan. Zo menigmaal mochten zij hun oog op Christus slaan en in Hem alles ter zaligheid aanschouwen.’”
Waarom was dominee Kersten zo ‘pastoraal scherp’?
“Hij merkte dat veel mensen zich op de been hielden met teksten, versjes en bijzondere uitreddingen, zonder hun zaligheid en reinigmaking in Christus te zoeken. Hoewel Kersten op grond van Gods Woord leerde dat het geestelijk leven met de wedergeboorte begint en dat de Heere door het ontdekkende werk van de Heilige Geest plaats maakt voor Christus, bleef hij in de prediking een heel scherpe scheidslijn trekken: ín Christus of erbuiten. Hij had zeer zeker pastorale aandacht voor twijfel en aanvechting. Maar toch hield hij op grond van Gods Woord en de belijdenisgeschriften vast dat een zondaar buiten Jezus niet zal kunnen leven.” Opnieuw wordt Meer dan overwinnaars erbij gehaald. “‘Tot het wezen des geloofs behoort het toe-eigenen van Christus en Zijn weldaden. Dat wil zeggen: wie ganselijk mist dat vertrouwen dat al zijn zonden om Christus’ wil vergeven zijn, die mist het geloof; die is dood en on-wedergeboren.’ Daarna gaat hij pastoraal in op de strijd over de toe-eigening. En dat vind ik dan ook zo mooi van hem, soms zegt hij erbij: ‘Maar de Heere houdt er geen stukwerk op na’. Daar bedoelt hij mee: we mogen geen eenzijdige bekeringsschema’s hanteren.”
Over de standen in het genadeleven wordt ook weleens verschillend gedacht...
“Kersten sprak naar eigen zeggen over standen in het genadeleven ‘om mensen van hun gemoedelijkheden af te drijven, en meer en meer op Christus te leren steunen’. Je kunt dit ook ‘opwas in de genade en kennis van Christus’ noemen. Dominee Kersten heeft in zijn prediking zelf ook een ontwikkeling doorgemaakt. Hij was al heel jong tot volle zekerheid van het geloof gekomen. Op jonge leeftijd mocht hij al preken. Iedereen die maar twijfelde, sneed hij af, omdat hij zelf had geleerd hoe waardevol de zekerheid van het geloof was. Daardoor vielen alle gesprekken stil. Hij vroeg zich af hoe dat kon. Tot een ouderling tegen hem zei: ‘U snijdt ons eerst de keel door en dan vraagt u ons om te praten.’ Daar werd hij heel verdrietig over. Daarna zag hij tijdens een wandeling een fruitboom heel mooi in bloei staan. Hij vroeg aan de eigenaar: ‘Moet je die boom niet een keer snoeien?’. ‘Als je een bloeiende boom snoeit, bloedt hij dood. Zult ú dat niet doen?’ kreeg hij als antwoord. Hij trok zich deze wijze les persoonlijk aan. Hij kwam tot de conclusie dat hij ook de ‘kleinen die in Hem geloven’ voedsel moest geven, in plaats van afsnijden. Dat heeft hij sindsdien gedaan.”
Welke betekenis heeft het Kind Jezus in zijn leven?
“Kerstens ervaring in zijn jeugd heeft hem gestempeld. Hij had al jong indrukken van dood en eeuwigheid. In Den Haag kerkte hij bij dominee Maliepaard. ‘s Zaterdagsavonds durfde hij vaak niet te gaan slapen, omdat de dominee de volgende dag weer zo ernstig zou preken. Een zin van de predikant trof hem als een pijl: ‘Het zal wat zijn om onverzoend, zonder God, te moeten sterven.’ Een jaar later liep hij als een verloren ventje over straat en klaagde hij al zijn nood aan de Heere. Toen alle wegen doodliepen, werd er een andere weg geopend. Hij zag zoveel ruimte, zaligheid en schoonheid in Jezus dat hij niet meer verder kon lopen en uitriep: ‘Als ik nog zalig kan worden, dan kan het voor iedereen! Ik heb het er zo slecht van afgebracht en tegen zoveel beter weten in gezondigd.’ In datzelfde jaar werd hij ook geroepen tot het ambt. Daarna openbaarde zich een ernstige ziekte, zodat de dokter constateerde dat het sterven zou worden. Maar de jonge Henri Kersten wist wat de Heere beloofd had: ‘Ik ga niet sterven, want de Heere heeft ander werk voor mij te doen.’ En de jaren daarna leerde hij bevindelijk God de Vader en God de Heilige Geest kennen. Op zijn zestiende deed hij belijdenis en nam hij voor het eerst deel aan het Avondmaal. Hij had een Goddelijk recht ontvangen.”
Was Kersten een Christus-prediker?
“Absoluut! Bij Kersten ging het erom Wie Christus is en voor wie Christus waarde krijgt. Hij beklemtoonde het ontdekkende, plaatsmakende werk van de Heilige Geest en verklaarde hoe Christus voor een zondaar waarde krijgt. Hij was niet alleen een Christus-prediker, maar ook wees hij erop dat we met een drie-enig God verzoend moeten worden. Jezus is niet het einddoel, maar de Weg, de Middelaar. Hij had pastorale aandacht voor kleingelovigen, en dat voor degenen die Christus kennen, er ook meer te leren is. Ook wees hij voortdurend op schijngeloof. Hij onderscheidde, separeerde. Geschonken geloofsvertrouwen is immers heel wat anders dan oppervlakkig zelfvertrouwen.”
Welke betekenis heeft Christus in Kerstens preken voor onbekeerden?
“De zesde leeruitspraak van 1931 vat mooi samen hoe Kersten preekte. De mens is geschapen naar Gods beeld. Dat beeld is hij door de zonde kwijtgeraakt. Maar God eist Zijn beeld terug, al wil en kan een mens dat van zichzelf niet meer. Hoe meer voorrechten God schenkt, hoe groter de verantwoordelijkheid wordt. Maar in het bijzonder wordt je verantwoordelijkheid groter door de ernstige aanbieding van Christus en de verbondsweldaden in het Evangelie. Het horen van Wet én Evangelie is dus niet vrijblijvend.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2018
Daniel | 32 Pagina's