Waar reis jij naartoe?
Vanwaar komt gij en waar zult gij heengaan? (Gen. 16:8)
Beste jongeren, het jaar onzes Heeren 2018 is bijna ten einde. De laatste Daniël van dit jaar heb je in handen. De laatste kerkdiensten, de laatste waarschuwingen, de laatste nodigingen klinken nog in 2018. Alles wijst erop: niets kan hier zijn stand behouden. We zijn op reis naar de eeuwigheid. En waarheen en hoe maak jij die reis? Om het met onze tekst te zeggen: Vanwaar komt gij en waar zult gij heengaan? In onze tekst stelt de Heere deze vraag aan Hagar, die boos was weggelopen bij Saraï en nu bij een waterput in de woestijn zit. Ook daar slaat de alwetende God haar gade. God ziet ons altijd. Mag die wetenschap ons altijd, maar ook bij de wisseling van het jaar, maar bewaren voor de zonde.
Hoor, de Heere stelt een vraag aan Hagar: Vanwaar komt gij? Ze geeft een eerlijk antwoord. Ik ben vluchtend voor Saraï, die mij het leven moeilijk gemaakt heeft. Waar kom jij vandaan? Er zijn veel antwoorden mogelijk. Op reis naar de eeuwigheid is er echter maar één antwoord mogelijk. Wij komen allemaal uit het paradijs, waar wij een goeddoend God, Die ons alleen maar weldeed, moed- en vrijwillig verlaten hebben. En daarom zijn we allen in onze natuurstaat, vanwege onze zondeval, maar ook vanwege onze dagelijkse zonden, op reis naar de tijdelijke en de eeuwige dood. Beste jongere, ben je daar door Gods Geest al achter gebracht? Zijn jouw dagelijkse afmakingen en je afval van God al je diepe zielennood geworden? Heb je leren buigen onder Gods rechtvaardig oordeel, de eeuwige verdoemenis?
De weggelopen Hagar krijgt bij deze vraag ook nog een boodschap van de Heere. Ze moet wederkeren naar Saraï. Ook wij mogen in Gods grote lankmoedigheid nog verkeren onder de boodschap van Gods Woord, die ons heden nog toeroept: Verlaat de zonde, keer weder tot de Heere, ja, bekeert u, bekeert u, want waarom zoudt gij sterven en verloren gaan?
En hoe moet ze wederkeren? Vers 9 zegt dat ze zich moet vernederen onder de handen van Saraï. Wat is ons nodig als hoogmoedige Adamskinderen? Om door Gods genadekracht als een arme en onwaardige zondaar voor de Heere te leren buigen en het voor Hem te mogen leren verliezen. Dat ons eigen ik in het uur der wedergeboorte de doodsteek zal krijgen. Ja, dat we een welgevallen leren krijgen aan de straf die rust op onze ongerechtigheid. Alleen in die weg zal een Adamskind, om Jezus’ wil, weer mogen gaan reizen naar de eeuwige zaligheid, waarin de herstelling in Gods gunst en gemeenschap ontvangen mag worden.
We lezen in dit hoofdstuk dat Hagar is wedergekeerd en heeft gebogen. En wij? Weet dat het einde van degenen die niet buigen en wederkeren, zal zijn: Deze (…) die niet hebben gewild dat Ik over hen Koning zou zijn, (… ) slaat ze voor Mij dood. Daarom beste jongere, als een laatste roep in 2018, haast je dan om je levens wil!
Gelukkig de mens, die jongere, die komend uit het verloren paradijs, door wederbarende genade in een weg van sterven en verliezen, een reiziger mag worden naar de eeuwige zaligheid. Hoe dat mogelijk is? Alleen door Hem van Wie geldt: Vanwaar komt Gij? Uit de eeuwigheid. Daar is Christus verkoren als Borg en Middelaar. Hij, Die gekomen is in de tijd om op grond van recht alles aan te brengen tot Gods eer en tot zaligheid van Zijn ganse Kerk. Die nu, wedergekeerd naar de hemel, als de verhoogde Zaligmaker gaat schenken, zelfs aan wederhorigen, dat ze weer bij Hem mogen wonen!
Een laatste vraag in 2018 in ons jongerenblad Daniël: waar reis jij naar toe?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2018
Daniel | 32 Pagina's