JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

“Blijf maar liggen op je knieën. Zeg met Jakob: Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

“Blijf maar liggen op je knieën. Zeg met Jakob: Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent"

8 minuten leestijd

Ze is oud, al 87 jaar en heeft veel meegemaakt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde ze in Middelburg, totdat ze geëvacueerd werd naar Kortgene. Hier maakte ze de Watersnoodramp mee. Nu woont ze alweer jarenlang op Walcheren. Als ze terugkijkt op haar veelbewogen leven ziet ze Gods trouwe zorg. Het interview wilde ze niet zomaar doen. “De Heere moet de eer krijgen, Soli Deo Gloria!” Een vraaggesprek met mevrouw Bouwense-Corbijn waarin ze vertelt over haar leven en haar verlangen naar de hemel.

Hoe komt het dat er een hel is? God heeft alles toch goed geschapen?
“Ja, God heeft de mens goed geschapen, naar Zijn evenbeeld. De schepping was volmaakt. In het paradijs klonk het: ten dage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven. Eva en Adam hebben gegeten, zo is ook de erfschuld gekomen. Adam en Eva werden verdreven uit het paradijs. Ze konden niet naar de hemel. Maar de Heere richtte een verbond op met Adam. God heeft geen lust in de dood van een zondaar.
In het begin van de Bijbel wordt niet gesproken over ‘hel’. Er staat slechts: en hij stierf. En: stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. Daar kan ik niet veel meer over zeggen. De verborgen dingen zijn voor de Heere, de geopenbaarde dingen voor ons en onze kinderen. Wel weten we dat er sinds de zondeval en sinds de val van de engelen een hel bestaat.”

De hemel is de woonplaats van God. Hoe kunnen mensen die gezondigd hebben daar komen?
“Van tevoren bekeerd worden, anders kom je er niet. En je kunt nog bekeerd worden, want de Heere Jezus heeft de weg gebaand. Vraag om licht, om genade. Blijf aanhouden! Hij heeft geleden, is gestorven en weer opgestaan. Daardoor is voor ons de weg ontsloten. De Heere Jezus sprak tegen de moordenaar aan het kruis: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn. Heden! Het is met het verstand niet te bevatten. Wie is aan onze God gelijk? Die armen opricht uit het slijk? Het is een paradox. Wij mensen worden begraven. Het lichaam verteert. Maar de ziel van Gods volk is dan boven. Straks op de jongste dag worden ziel en lichaam weer verenigd.”

Kan er op aarde iets ervaren worden van zowel de hemel als de hel?
“Hier op aarde ligt het als het ware ‘bedekt’. Hemelse dingen worden voor de hemel bewaard. Er mag wel een uitzien en verlangen zijn voor Gods volk, om daar voor eeuwig met Hem te zijn. Hier op aarde mag reeds ervaren worden, zoals de Heere in Zijn woord zegt: Al het Mijne is Uwe en het Uwe is Mijne… De Bijbel met uitleg zegt bij deze tekst: ‘Jezus vraagt Zijn Vader, hen die in de wereld achterblijven te bewaren, nadat de Zoon teruggekeerd is tot Zijn Vader. Die bewaring van de Vader zal tot gevolg hebben dat de volgelingen van Jezus een eenheid vormen, zoals de Vader en de Zoon één zijn’. Gods volk verlangt ernaar elkaar te ontmoeten. Ik las eens: ‘Als er in een gezin iemand ( je man of vrouw) sterft van Gods volk en er niemand meer is die God vreest in dat huis, blijven mensen weg. Dan mis je de gesprekken’. Dat werd nood voor mij. Dat gaf veel verdriet. Daar kunnen we ons ook aan toetsen. Ik mocht het voor de Heere brengen. Zou ik mijzelf soms bedrogen hebben? Als dat toch zo zou zijn. Even later belde een ouderling me op met de vraag of hij langs kon komen. Toen mocht ik niet zwijgen. Wat is de Heere goed! Zo komt Hij aan Zijn eer. De Heere handelt wonderlijk. Anderzijds kunnen we in de feesten en films het werk van de duivel zien. Hij probeert langs allerlei manieren ons af te trekken, zeker wanneer je jong bent. Er is geen afschuwelijker plaats dan de hel. De Heere leert ons dat. Dan wil je niet feesten en dansen, want daar komt God niet aan Zijn eer. Hij verlost van het grootste kwaad en wil brengen tot het hoogste goed!”

Verlangt u naar de hemel? Waarom?
“Hoe kan ik dat nu weergeven… Ik voel me onbekwaam, schuldig. Toch als ik mag zien op Gods werk, op Zijn leiding in het leven, hoe Hij trok, met Zijn hand goedig. O, dan is het zo’n wonder! Hier in de woestijn is het onbegrijpelijk dat de Heere niet heel boos is om wie ik ben. Hij is genadig. Het is zo’n wonder om deel te hebben aan Zijn goederen, hier op aarde mogen we ten dele erin delen. Wat van Hem is, is ook van mij. Maar het beste moet nog komen. Hoe groot is ‘t goed dat Hij weggelegd heeft voor degenen die Hem vrezen! Wat zal dat zijn! Nu kan de stem weleens haperen, maar daar eeuwig te mogen zingen, volmaakt! Dat is niet onder woorden te brengen. Als je daaraan denkt, word je alleen maar kleiner in jezelf. Daar zal dat volk komen te zaam. Nee, het verlangen naar de hemel is niet altijd even sterk, al is het uitzien er wel.”

Hoe is dat in uw leven gegaan? Kunt u daar iets over zeggen?
“Als ik zie op de afgelegde weg; van jongs af aan waren er indrukken. Ik had een lieve juf die aan het Avondmaal ging. Tijdens een Avondmaalsdienst zei de dominee eens: ‘Er loopt een scheiding dwars door kerk’. Dat liet me niet los. Hoe zal ik toch rechtvaardig verschijnen voor God? Tijdens de oorlog woonden we nog in Middelburg. Dat was een ingrijpende en angstige tijd. De binnenstad is toen verbrand, wij moesten in de schuilkelder blijven. Toen de buurman, die brandweerman was, even terug naar huis kwam, zei hij: ‘bluuf toch zitten!’ Hij raadde ons aan om te bidden, bidden, bidden... De Heere gaf uitkomst, de wind ging liggen! Zo kon de brand niet verdergaan.
Zo zijn er nog zo heel veel dingen te noemen. Toen ik vijftien jaar was, ontmoette ik een jongen. Ik werd verliefd op hem. Toch moest ik later die verkering uitmaken. Dat moest; dat voelde ik. Mijn gebed kwam niet verder dan het plafond, leek het. En ik wist niet waarom. Wij krijgen niet altijd antwoord. Later heb ik dit begrepen. Ik zal dat nu uitleggen, maar daarvoor moet ik vertellen over de watersnoodramp. Die ramp in 1953 was aangrijpend. In die tijd verloor ik in vijf weken tijd mijn vader en mijn moeder. Wij hadden acht kinderen, waarvan nog zeven thuis. Nu moest – en kon ik voor mijn broers en zussen zorgen. Gehoorzaamheid is beter dan offerande, heb ik toen geleerd. Later ben ik wel met diezelfde jongen getrouwd, waar ik al verkering mee had gehad. Het was toen Gods tijd. We zijn eenentwintig jaar getrouwd geweest, toen heeft de Heere mijn man weggenomen. Wat een gemis.
Het woordenaantal van dit artikel is te weinig om te vertellen hoe de bekeringsweg precies ging, toch wil ik er nog iets over zeggen. Na het overlijden van mijn man ben ik meer gaan lezen. Dat raad ik de jeugd ook aan: lees je Bijbel en de oudvaders. De Heere heeft dat in mijn leven ook willen zegenen. Als ik terugkijk op mijn leven, zie ik dat er veel wederwaardigheden zijn. Maar met alles heeft de Heere een bedoeling, al zien wij dat vaak niet. Wentel uw weg op de Heere, Hij zal het maken. Maar er staat niet hoe. Hij werkt liefde in het hart. En verwondering. Hij trekt met Zijn hand goedig.”

Hoe moet je op aarde leven als je mag weten straks een hemelburger te zijn?
“Er mag een liefdesgeur van Hem uitgaan. Hierdoor kunnen Zijn kinderen laten zien Wie Hij is. Ze proberen te leven tot Zijn eer. Liefst zonder zonde, tenminste, dat is het streven. Ik kan niet als een heilige leven. Maar ik wil wel voorzichtig wandelen, opdat Zijn naam om onzentwil niet gelasterd wordt. Ik ben benauwd van mezelf. Maar de Heere wil als een vurige muur rondom Zijn volk zijn! Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken (Matth.5:16). Dat is een Bijbeltekst die laat zien hoe het leven op aarde moet zijn als je weet straks een hemelburger te worden.”

Hoe kan je aan een ander uitleggen dat er een hemel en een hel is?
“Iemand zegt wellicht: ik begrijp er niets van. Vraag maar gewoon die persoon apart. Vertel Wie de Heere is en wat de Bijbel is. Begin bij Adam. Probeer heel eenvoudig te zijn. En bid om Gods geest! Of Hij wil trekken. Dat zal God wel doen, wanneer Hij wil. En of Hij het gesprek wil zegenen. Ik zal raad geven, staat er in de Bijbel. In de ure dat het nodig is, geeft de Heere dat.
En bedenk ook: wij zijn beslist niet beter dan een ander! Dat maakt dat je in liefde naast de ander kan staan.”

Hemel en hel, het kan ver van ons afstaan. Heeft u een advies om er meer bij stil te staan?
“Door het dagelijks gebed. Het kan niet zonder! We denken misschien: de Heere doet het toch niet. We willen vaak zien, maar nu leren te geloven… Dominee Hoogerland zei: ‘Wij staan te vlug op, van ons gebed.’ Blijf maar liggen op je knieën en vraag om een indruk. Zeg met Jakob: Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent. Vraag of Hij je de weg wijst.”

Er zijn mensen bang voor de hel, wat zou u aan hen mee willen geven?
“Ik zou hen niet bang willen maken voor de hel. We leven nog in de genadetijd. God heeft ons het leven aangewezen. Daar mogen en moeten we over spreken. In biddend opzien. God is in Christus een lief’lijk God, geen boosdoener.”

Het interview is ten einde. Mevrouw Bouwense wil nog een ding meegeven. Een psalmvers:
Wie heeft lust de Heere te vrezen?
Het allerhoogst’ en eeuwig goed?
God zal Zelf zijn Leidsman wezen,
leren hoe hij wand’len moet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2018

Daniel | 32 Pagina's

“Blijf maar liggen op je knieën. Zeg met Jakob: Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2018

Daniel | 32 Pagina's