— Onder de blote hemel — 7
Op handen en voeten kroop hij haar achterna. Het was er aardedonker en zijn hijgende ademhaling leek wel versterkt te worden door de betonnen buiswand. Rustig ademhalen, rustig doorkruipen, hield hij zich steeds voor. Een paar meter voor zich hoorde hij haar bewegen. Hoeveel meter grond zou er nu boven hem zijn? Deze pijp was vast al heel oud, de oude dijk werd al jaren niet meer onderhouden. Stel dat door hun beweging de pijp instortte! Dan zouden ze levend begraven worden en niemand zou hen hier komen zoeken, want geen mens wist dat zij hier waren. Zijn hartslag versnelde, zijn ademhaling werd gierend. Hij beet zijn tanden op elkaar. Hij moest door zijn neus ademhalen. Had hij vanavond nu maar wel een extra pil genomen! Hij probeerde sneller te kruipen. Hij moest eruit!
Scherpe steentjes drukten in zijn handpalmen en knieën. Opeens viel het hem op dat hij haar niet meer voor zich hoorde. ‘Cat! Waar ben je?’ Hij luisterde, maar alles was stil. Hij voelde hoe hij in paniek begon te raken. Zo snel hij kon kroop hij verder. Zijn ademhaling gierde en op zijn rug vermengde angstzweet zich met het regenwater. Opeens botste hij met zijn voorhoofd tegen iets zachts. Hij tastte om zich heen en voelde haar trui. ‘Cat… opzij! Ik moet eruit!’
Ze bleef roerloos zitten. ‘Fight of fly, DJ. Wat wordt het?’
‘Fight or… wat?’ Hij probeerde over haar heen te kruipen. Ze sloeg haar arm om zijn middel om hem tegen te houden. Hij voelde haar koude wang tegen zijn verhitte voorhoofd. Ze bracht haar mond vlak bij zijn oor. ‘Vechten of vluchten! Gebruik de kracht van positief denken, DJ! Je bent in een tunnelbuis. Het beton is minstens vijf centimeter dik. De buis ligt hier al jaren. Je bent hier veilig.’
Hij worstelde zich uit haar greep. ‘Je snapt het niet!’ Zijn stem klonk raspend van angst. ‘Ontspan je, DJ!’ Ze duwde zijn schouders naar beneden, totdat hij languit op zijn rug in de buis lag. ‘Adem in… adem uit… adem in…’ Hij probeerde met zijn ademhaling haar tempo te volgen. Langzaamaan begon zijn hart iets minder hard te bonken. Ze streek met haar hand over zijn gezicht. Was dat per ongeluk? ‘Je kan het, DJ! Wat zul je straks trots zijn op jezelf!’
Hij voelde hoe ze ook languit in de buis ging liggen. Ze schoof iets omhoog zodat de bovenkant van hun hoofden elkaar raakten. Nu pas besefte hij dat ze vanavond haar cap niet op had. Heel langzaam voelde hij de paniek uit zijn lijf verdwijnen.
‘Cat… je woont hier nog maar net. Hoe wist je dat deze buis hier lag?’
Ze grinnikte. ‘Soms slaap ik stiekem onder de blote hemel. Ik zocht pas een beschut plekje tussen de struiken en toen ontdekte ik deze buis.’
Hij fronste zijn wenkbrauwen in het donker. ‘Je bedoelt dat je dan gewoon ergens buiten gaat slapen?’
‘Yep. Je weet niet hoe fijn dat is, DJ! Vooral bij onbewolkt weer. En je ziet hier zoveel sterren! Als ik dan in die diepte van de ruimte kijk, dan duizelt het me wel eens. Waar ik eerst woonde was het nooit echt donker, daar was altijd het licht van de stad in de lucht. Maar hier is het ’s nachts zo mooi! Dan ga ik op mijn rug in het gras liggen en dan probeer ik me voor te stellen hoe daar ergens hoog boven me de Heere woont, Die dat alles heeft bedacht en gemaakt. Dan voel ik me zo klein en nietig…’ Ze zuchtte. ‘Weet je, dan besef je pas hoe ongelooflijk bijzonder het is dat tussen die miljoenen sterren er zomaar ergens een kleine planeet door die immense ruimtezee dwaalt, waarop mensen wonen. Dan snap ik goed dat ongelovigen het zich gewoon niet kunnen voorstellen dat wij zo uniek zijn, dat de aarde de enige planeet is waarop leven is.’
‘Het ruime hemelrond vertelt, met blijde mond,’ zei hij.
‘Ja precies!’
‘Maar Cat… vind je dat niet eng, zomaar de hele nacht in je eentje buiten liggen?’
‘DJ! Kun je de woorden bang, eng en angst niet op een of andere manier deleten?’
Ze krabbelde weer overeind. ‘Nou, hoe is het nu met je?’
Hij haalde diep adem. ‘Ik vind er hier nog steeds niks aan, maar verder gaat het wel.’
‘Oké. Dan ben je volgens mij nu wel klaar voor de volgende stap.’
‘Wat bedoel je?’ Hij kwam snel overeind.
‘Ik ga alvast naar buiten. En jij blijft hier nog vijf minuten alleen wachten.’
‘Ik… ik weet het niet hoor,’ aarzelde hij.
‘Je kan het, DJ, dat weet ik zeker! Denk aan leuke dingen, doe je ogen dicht en zoek afleiding in je geest.’
Hij voelde haar tastende hand over zijn arm gaan en ze gaf hem een kneepje in zijn schouders. ‘Vijf minuten. Ik geef wel een seintje als ze over zijn, oké?’
Hij hoorde haar van hem wegkruipen, en opnieuw viel de intense duisternis als een zware deken over hem heen. Toen werd alles helemaal stil. Zo stil, dat hij zijn bloed in zijn oren hoorde stromen. Hij sloot zijn ogen en probeerde haar raad op te volgen. Denk aan leuke dingen, zei ze. Maar dat was net zijn probleem, hij vond bijna niets in het leven meer leuk. Het enige fijne in zijn huidige leven was zij. Hij voelde haar koele wang nog over zijn voorhoofd gaan, haar hand over zijn gezicht strijken. Cat, met haar donkere ogen en haar ontembare levenslust.
Hij tastte in zijn zak. Zou hij zijn mobiel even aandoen, dan was het tenminste niet meer zo donker. Nee, hij deed het niet, hij wilde haar opdracht vervullen! Hij geloofde dat hij het kon en hij wilde het zelf ook zo graag geloven. Opeens kreeg hij een idee. Hij grinnikte en ging weer languit in de buis liggen. Hij sloot zijn ogen, en probeerde zich voor te stellen dat hij samen met haar midden in een weiland op zijn rug lag, en dat ze samen naar de sterrenzee hoog boven hen keken. Dat ze om de beurt probeerden een sterrenbeeld te ontdekken. Net toen hij bezig was het Steelpannetje te vinden, hoorde hij haar stem. ‘DJ! Kom maar, je bent geslaagd!’
Hij verroerde zich niet en zocht verder in zijn imaginaire sterrenhemel. Na een tijdje hoorde hij haar weer roepen. ‘DJ! Kom nou!’
Hij bleef stil liggen en grinnikte. Wat zou ze nu gaan doen? Even later hoorde hij haar de tunnel weer inkruipen. ‘O nee hè, straks is ‘ie flauwgevallen of zo,’ hoorde hij haar mompelen. Zo kroop zo te horen zo snel als ze kon. ‘Waar ben je, uilskuiken?’ Hoorde hij bezorgdheid in haar stem? Hij ontspande al zijn spieren en probeerde zijn ademhaling nog meer te vertragen. Een paar tellen later voelde hij haar tastende handen over zijn voeten gaan. ‘Hé, DJ… is alles goed met je?’
Hij hield zich helemaal stil. Ze kroop half over hem heen en schudde hem zachtjes heen en weer. ‘Kom op, DJ! Reageer eens!’ Hij hoorde nu lichte paniek ik haar stem. ‘Ik kan je toch niet uit deze tunnel slepen?’ Haar handen gleden over zijn gezicht. Ze tikte zacht tegen zijn wangen. Toen kon hij zich niet langer goed houden en begon hij te lachen. Ze liet zich half op hem vallen en stompte hem tegen zijn borst. ‘Stommerd!’
‘Maar ik ben wel geslaagd voor je opdracht?’
Toen moest ze ook grinniken. ‘Cum Laude, DJ!’
Schrijver
Eeuwoud Koolmees
schrijft voor Daniël een vervolgverhaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2018
Daniel | 32 Pagina's