JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Christus tot een Voorbeeld (4): het gebedsleven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christus tot een Voorbeeld (4): het gebedsleven

4 minuten leestijd

Lezen: 1 Johannes 2: 1-6; Matthéüs 6: 5-12; Lukas 5: 1-13; 22: 39-46; Johannes 13: 1-17

Al drie keer hebben we inmiddels stilgestaan bij de opdracht die Johannes in zijn eerste zendbrief aan de gemeente geeft: Die zegt dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen gelijk Hij gewandeld heeft (1 Joh. 2:6). Nu wil ik je meenemen naar het gebedsleven van de Zaligmaker. Over de kracht en de noodzaak van het gebed, heeft zijn Leermeester hem onderwezen. Ja, het is zelfs zo dat de Heere Jezus het grote Voorbeeld is als het gaat om de wijze waarop Zijn kinderen moeten bidden. Twee aspecten van het gebedsleven stippen we aan, te weten a) wat wij moeten bidden en b) hoe wij moeten bidden. Welke zaken moeten in het gebed aan de orde komen? Ik kan mij goed voorstellen dat je hierover je vragen hebt. De discipelen liepen ook met die vraag, daarom stelden ze hun Meester de vraag: leer ons bidden… (Luk. 11: 1). En dan leert Christus hen bidden. Het is een ‘volmaakt’ gebed, omdat het van Hem afkomstig is. Als het gaat om de wil van God, horen en zien we hoe Christus het Voorbeeld geeft in Gethsémané. Hij smeekt: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen! Doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede (Luk. 22: 42). De wil van Zijn Vader vond Christus zoveel belangrijker dan Zijn menselijke wil. Met het ‘onze Vader’ bid je om de noodzakelijke dingen, om tijdelijke zegeningen (‘dagelijks brood’) en om geestelijke zegeningen (‘vergeving van zonden’), om bewaring, om gehoorzaamheid (‘Uw wil geschiede’). Dat betekent niet dat je alleen dit gebed tot de Heere moet bidden. Het is ook goed om de andere dingen in je leven aan Hem voor te leggen. Zo mag je bidden om genezing als je ziek bent, om hulp bij je tentamen, om een meisje of een jongen met wie je het leven zou willen delen. Maar het is goed om in je gebed tenminste het ‘Onze Vader’ een plaats te geven. Begin of eindig je gebed ermee. In de tweede plaats leert de Zaligmaker ons hoe wij moeten bidden. In Lukas 11: 5-13 lees je over het verwachtingsvolle bidden. Gods kinderen mogen verwachting hebben dat de hemelse Vader hen zal verhoren, zo leert Christus ons door middel van verschillende gelijkenissen over een aardse vader die goed wil zorgen voor zijn zoon. Hij eindigt de gelijkenissen met de volgende lering: Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen die Hem bidden (Luk. 11:13). Over het ‘hoe wij moeten bidden’ heeft de Heere Jezus best vaak gesproken. Zo houdt Hij ons voor dat we niet moeten denken dat de lengte van het gebed bepalend is. Niet een lang gebed zal verhoord worden, maar een echt gebed (Matth. 6: 5-12). We moeten evenmin bidden om eer van mensen te krijgen, in die zin dat andere mensen zullen vinden dat ik zo mooi kan bidden. Zo deden de Farizeeën immers ook hun gebed, op de hoeken van de straten. Naast het ‘openbare gebed’ in het gezin, op school, in de gemeente, is er vooral ook het ‘binnenkamergebed’. Dan ben je alleen. We lezen van Jezus: En als het nu avond was geworden, zo was Hij daar alleen (Matth. 14: 22b). Ook moeten we ootmoedig bidden. Denk aan de gelijkenis van de tollenaar en de Farizeeër in de tempel. De tollenaar had een kort en ootmoedig gebed. Heel zijn houding straalde ‘kleinheid voor God’ uit. Hij sloeg de hand op zijn borst en verzuchtte: O God, zijt mij zondaar genadig (Luk. 18:13). Dat was genoeg om verhoord te worden. Want Christus eindigt de gelijkenis met de woorden dat deze man gerechtvaardigd (verzoend met God) naar huis ging. Mag jij ook bidden: déze inhoud en op déze wijze? Verwacht er veel van! Want er staat geschreven: Bidt, en u zal gegeven worden (Matth. 7:7).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2018

Daniel | 32 Pagina's

Christus tot een Voorbeeld (4): het gebedsleven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2018

Daniel | 32 Pagina's