— Onder de blote hemel — 5
Hij was vastbesloten om vanavond elke uitdaging die ze hem bood aan te gaan. Voor de zekerheid had hij een uur geleden een extra oxazepam genomen. Volgens Leontien mocht dat af en toe bij zeer angstige situaties. Hij wist ook wel dat ze gevallen bedoelde als het vliegreisje naar Berlijn, zoals ze dat dit jaar met de klas zouden gaan doen en niet om allerlei gestoorde uitdagingen van Cat aan te gaan. Maar hij wilde vanavond niet weer vastlopen in zijn angsten. ‘Mam, is het goed als ik een eindje ga fietsen?’ vroeg hij, staande in de deuropening van een van de slaapkamers, terwijl zijn moeder zijn broertje instopte.
‘Nu nog? Dat doe je anders toch nooit?’ Maar hij hoorde in haar stem geen afwijzing. ‘Ik maak het niet te laat mam. Tot zo.’
Ze gaf al geen antwoord meer, omdat zijn kleine broertje luidkeels te kennen gaf dat hij zonder knuffel niet ging slapen. Hij had wel eens medelijden met zijn moeder. Ze stond er ’s avonds vaak alleen voor omdat vader regelmatig moest overwerken.
Soms hielp hij haar wel eens met het naar bed brengen van de kleintjes, maar die wilden meestal liever dat moeder dat deed. Op z’n gemak reed hij in de richting van de brug. Hij wilde er niet te vroeg zijn, niet te gretig overkomen. Iets over half tien fietste hij de verlaten brug op. Er was hier om deze tijd altijd maar erg weinig verkeer. Hij keek om zich heen. Blijkbaar was hij er toch nog eerder dan zij. Hij ging op de railing zitten en wachtte op haar komst.
‘Pst, DJ!’
Hij schrok op. Waar was ze?
‘Hier, vlak boven je!’
Hij keek op en zag haar toen boven op de boog van de brug zitten.
‘Kom je ook?’
Hij keek even vertwijfeld om zich heen. Het was vast streng verboden om die boog op te klimmen. En daarnaast was het ook nog heel hoog boven het water.
‘Niemand die je hier ziet, DJ. Verberg je fiets in die bosjes daar links, daar staat mijn fiets ook.’
Hij deed wat ze zei en liep toen naar de voet van de boog.
Er was met roosters een soort schuin oplopend pad over de boog gemaakt, met daarnaast een lage railing om je aan vast te houden. Op handen en voeten klom hij naar boven. Hij voelde zijn hart in de keel kloppen, maar dankzij de oxazepam bleven zijn spieren dit keer wel gewoon functioneren.
Toch baadde hij in het zweet toen hij na een slopende tocht van hooguit een paar minuten naast haar op het hoogste punt van de boog neerplofte.
‘Hoi,’ begroette ze hem. Ze droeg weer haar zwarte outfit, compleet met cap.
‘Hoi. Leuk plekje heb je weer uitgezocht,’ probeerde hij grappig te zijn, maar zijn gehijg en zijn van angst vertrokken gezicht ontnamen zijn opmerking van elk greintje humor.
‘Je kunt het overwinnen, weet je. Ik heb het opgezocht.’
‘Wie zegt dat ik het wil overwinnen?’
‘DJ, als je iets van de wereld wilt zien, ontkom je er gewoon niet aan dat je af en toe op grote hoogte zult verkeren. Je moet in een vliegtuig stappen, je moet voor je werk een keer naar de hoogste verdieping van een gebouw, je moet tijdens een voettocht door de bergen een hangbrug over, je gaat skiën. Echt, je moet het jezelf gewoon niet toestaan dat je dit allemaal ontnomen wordt door die stomme acrofobie van je!’
Hij haalde een paar keer diep adem. Dit gesprek ging een hele andere kant op dan hij bedacht had. Hij wilde het over haar hebben, niet over zichzelf.
‘Ik ben hier nu toch?’
Ze grinnikte. ‘Dat is waar. Ik vind het heel dapper van je, echt waar.’
‘Maar wat jij steeds uithaalt, vind ik niet dapper, Cat. Je speelt met je leven.’
‘Ik weet wat ik doe,’ was haar korte antwoord.
‘Het is roekeloos.’
‘Maar ik voel tenminste de vrijheid van het leven,’ was haar reactie. ’En dat kun jij niet zeggen van jezelf.’
‘Wat bedoel je?’ vroeg hij verbaasd.
‘Laat me raden, DJ. Die hoogtevrees is niet de enige demon met wie je strijd hebt te leveren.’
Hij zei niets terug.
‘Je loopt door school alsof iemand net je laatste snoepje heeft opgegeten. Tijdens de lessen doe je nauwelijks mee. En volgens mij slaap je slecht, want je hebt wallen onder je ogen van slaaptekort.’
‘Daar wil ik het nu niet over hebben. Wat heb jij eigenlijk met hoogtes? Geeft dat je een kick of zo?’
‘Oké, laten we het over mij hebben. Daarvoor heb je immers deze enorme zelfoverwinning moeten maken, toch? Om je nieuwsgierigheid te bevredigen.’
‘Hoelang is het geleden dat je het kistje van je ouders hebt opengemaakt, Cat?’
Nu was het haar beurt om beschaamd haar ogen neer te slaan. ‘Was het zo duidelijk?’ vroeg ze zacht.
Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik geloof niet dat de anderen het in de gaten hadden.’
‘Ik ben enig kind in een modelgezin. Mijn ouders doen alles precies volgens het boekje. Kerkgang, Bijbellezen, kleding, noem maar op. Je zou mijn moeder eens moeten horen, DJ.
‘Nee Cathelin, skeeleren in een broekje, dat doet ons soort mensen niet. Lieverd, dat rokje vind ik echt wel iets te kort hoor. Ja, ik weet best dat in de kerk de helft van de meisjes oorbellen draagt, maar wij vinden toch dat zoiets niet hoort. Het is toch een soort van piercing, vind je ook niet?’ Ze zijn tegen jongerenavonden, maar hun eigen voorbereiding op de zondag is steevast op visite gaan. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar als ik het wil hebben over mijn vragen en twijfels, of hen persoonlijke vragen stel over hun geloof dan staat de wagen met een ruk stil.’
Hij dacht even na. Hoe anders ging het er bij hem thuis dan aan toe. Daar werd altijd heel open over het geloof gesproken. ‘Maar dat verklaart nog niet waarom jij ’s avonds iedere keer je leven waagt met die halsbrekende toeren.’
Ze keek hem aan. ‘Snap je dat echt niet, DJ? Ik wil niet dat ze weten dat ik hun kistje heb opengemaakt. Overdag speel ik keurig de rol die ze voor me hebben bedacht, maar ’s avonds moet ik er echt uit, anders stik ik in dat benauwende atmosfeertje.’
Hij dacht even na. ‘Toch blijf ik erbij dat roekeloosheid zondig is, Cat.’
‘Natuurlijk is het dat!’ Ze snauwde nu bijna. ‘Maar ik bén niet roekeloos, ik wéét wat ik doe. Jarenlang heb ik mijn leven laten beheersen door de angst van een afkeurend gezicht van mijn ouders, net zoals jij je leven laat beheersen door je angsten. Het probleem is, dat ik ze geen verdriet wil doen, ze menen het echt goed en ik houd van ze. En daarom doe ik aan free-running en klim ik graag. Dat geeft me zo’n heerlijk bevrijdend gevoel.’ Hij opende zijn mond en ze stak haar hand op. ‘Ik weet wat je wilt gaan zeggen, DJ. Dat de enige echte vrijheid die van een waar christen is en dat geloof ik ook. Maar dat is van een hele andere orde. De sensatie van over allerlei obstakels rennen en klimmen geeft me superveel energie. En die sensatie ga ik jou ook laten beleven, DJ! Let maar eens op hoe snel die depressiviteit van jou dan zal verdwijnen!’
Wordt vervolgd.
Schrijver Eeuwoud Koolmees schrijft voor Daniël een vervolgverhaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2018
Daniel | 32 Pagina's