Verdriet en troost in de Bijbel
Op Wikipedia worden drie soorten verdriet beschreven: kort, neutraal en lang verdriet. Het woordenboek geeft de volgende definitie: verdriet is geestelijke pijn. Het moeilijke met een emotie is dat het zo persoonlijk is. Iedereen gaat op een persoonlijke manier om met verdriet. De één huilt openlijk, de ander wordt agressief, weer een ander trekt zich terug. Iedereen is weleens verdrietig. Daarom kan je in de Bijbel lezen over verdriet, niet over drie soorten, maar over elk verdriet dat je maar bedenken kunt.
21 keer
Het woord ‘verdriet’ komt 21 keer voor in de Bijbel. Het woord staat alleen in het Oude Testament en dan vooral in de Psalmen. Dit betekent niet dat er alleen in deze Bijbelgedeelten over verdriet wordt gesproken. Er zijn nog andere woorden voor verdriet die in de Bijbel gebruikt worden. Denk aan smart, droefheid, leed of berouw. De Bijbel is door veel verschillende mensen geschreven: daardoor zijn er verschillende woorden gebruikt voor dezelfde emotie. De woordkeuze kan samenhangen met de manier waarop de emotie beleefd wordt.
Ons hele leven krijgt een plek in de Bijbel. Vandaar dat verdriet ook een plek krijgt. Wie je ook bent, wat je ook meemaakt, hoe je je ook voelt, als je biddend de Bijbel mag lezen en de Heere werkt met Zijn Geest in je hart, dan zul je herkenning en troost vinden in Zijn Woord.
Klaagliederen
Een Bijbelboek dat vol staat met verdriet is het boek Klaagliederen. Dit Bijbelboek bestaat uit vijf hoofdstukken die in dichtvorm geschreven zijn. Vier hoofdstukken gaan over de val van Jeruzalem als straf op de zonde. Het laatste hoofdstuk is een gebed om herstel. Zo’n boek lijkt somber en deprimerend. Dat maakt het misschien onaantrekkelijk om te lezen. Maar heel opvallend is de troost die uitgaat van bijvoorbeeld Klaagliederen 3 vers 55-59 (zie kader).
Klaagliederen 3:55 – 59
55 Koph. HEERE! Ik heb Uw Naam aangeroepen uit den ondersten kuil.
56 Koph. Gij hebt mijn stem gehoord, verberg Uw oor niet voor mijn zuchten, voor mijn roepen.
57 Koph. Gij hebt U genaderd ten dage, als ik U aanriep; Gij hebt gezegd: Vrees niet!
58 Resch. HEERE! Gij hebt de twistzaken mijner ziel getwist, Gij hebt mijn leven verlost.
59 Resch. HEERE! Gij hebt gezien de verkeerdheid, die men mij aangedaan heeft, oordeel mijn rechtzaak.
Het is dus niet een Bijbelboek dat alleen maar over verdriet gaat. Er ligt ook heel veel troost in, juist voor mensen die verdrietig zijn. Allerlei soorten verdriet krijgen een plek in dit Bijbelboek. Het gaat over aards verdriet: de val van Jeruzalem, maar ook over geestelijk verdriet: schuldbesef.
Jezus weende
Herkenning vind je ook bij de Heere Jezus. De korte tekst van Johannes 11 vers 35 laat ons de Heere Jezus zien als écht mens. Hij huilt en uit daarmee Zijn verdriet over Zijn gestorven vriend. Daarnaast laat deze tekst ons ook zien dat Hij écht God is. Hij huilt niet alleen van verdriet, maar Hij huilt ook over de verwoestende werking van de zonde. Op het eerste gezicht lijkt Zijn verdriet dus een heel menselijke reactie, maar omdat Hij ook God is, gaat Zijn verdriet veel dieper. Hij weet namelijk waarom Hij naar de aarde is gekomen: om te sterven voor de zonden.
Berouw
Eén van de synoniemen voor verdriet is berouw. Dit woord heeft een heel specifieke lading. Andere woorden die wellicht in je opkomen zijn spijt, schuldbesef en inkeer. Als je je hierop bezint, kan het niet anders of je gaat nadenken. Nadenken over dingen die verkeerd zijn gegaan in je leven, over verkeerde keuzes die je hebt gemaakt of over het verdriet dat je een ander hebt aangedaan.
Wij geven niet graag onze fouten toe. Na een kleine vergissing zeggen we nog wel ‘sorry’, maar achteraf terugkomen op een verkeerde beoordeling of gemaakte fout, doen we liever niet. Zeker niet als er echt iets opgebiecht moet worden of als de andere partij niet eens weet dat er een fout gemaakt is. Dan houden we dat liever voor onszelf. Toch blijft er een stemmetje in je achterhoofd. Je geweten zegt dat er iets niet klopt. Zwijgen over fouten, zwijgen over je zonden is niet goed.
In Psalm 32 vers 3 lees je de volgende woorden: Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den gansen dag. David heeft deze woorden opgeschreven. Hij vertelt hier wat er met hem gebeurde toen hij zijn zonde niet aan de Heere beleed. Hij werd zowel lichamelijk als geestelijk zwak. In het vers hierna beschrijft hij dat de Heere hem dit gaf, omdat hij zelf zijn zonde niet belijdt. Zijn geweten klaagt hem aan. Als je dan weer verder leest, schrijft David dat hij toch zijn zonde aan de Heere bekend maakt. Hij laat niets achterwege. En dan volgt in datzelfde vers de zin: En gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Dan zijn we gelijk bij de kern. Je krijgt geen vergeving als je het niet nodig hebt of niet nodig denkt te hebben. Oprechte schuldbelijdenis is dus van levensbelang. Er staan zeven boetpsalmen in de Bijbel. Dit zijn geen opgeheven vingers of ijdele woorden van dichters. Nee, dit zijn woorden die jou, door Gods Geest en leiding, kunnen helpen bij jouw schuldbelijdenis. Het is niet zo dat de zekerheid van vergeving ligt in het belijden van jouw zonden. De zekerheid van vergeving is de belofte die de Heere in Zijn Woord gegeven heeft. Natuurlijk moet je wel oprecht berouw van je zonden hebben. Je kan dit niet uit jezelf. De Heilige Geest maakt ons hart oprecht, daarom is het heel belangrijke om daar om te bidden, om zo van Hem vergeving te ontvangen.
Boetpsalmen
Psalm 6
Psalm 32
Psalm 38
Psalm 51
Psalm 102
Psalm 130
Psalm 143
Verdriet en troost
De verhalen in de Bijbel over bijvoorbeeld Abraham, Mozes, Samuël, David, Petrus en Paulus staan natuurlijk niet zomaar in de Bijbel. Door te lezen over Gods kinderen in de Bijbel, leer je hoe de Heere werkt in het leven van zondige mensen. Je leest daarin ook dat het leven niet altijd makkelijk is, ook de geloofshelden kenden verdriet. Misschien helpt het je, om je verdriet woorden te geven. Misschien helpt het je om je verdriet te erkennen.
Je leest in de Bijbelse verhalen ook dat verdriet er niet zomaar is, dat het in de wereld is gekomen door de zonde. Maar je leest vooral dat Gods kinderen getroost mogen worden door Hem, die volmaakt troosten kan. Zij die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien (Psalm 126:5).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2018
Daniel | 32 Pagina's