— Onder de blote hemel — 2
David-Jan fietste het schoolplein op. Zijn vriend Sjoerd stond hem op te wachten. Ze zaten al sinds groep één van de basisschool bij elkaar in de klas, maar het leek erop dat hun wegen zich volgend jaar zouden gaan scheiden. Sjoerd wilde graag naar de Pabo, terwijl hij meer zin had in een studie bouwkunde of architectuur. Sjoerd begroette hem enthousiast. “Hé David-Jan, goede vakantie gehad? Ik wel man, drie weken op de camping in Italië. Was echt super! We zaten vlak bij een meer. Elke dag zwemmen en zo. En jij?”
“Weekje Nunspeet. Was wel leuk.”
“Hm, klinkt superspannend maar niet heus. Man, ik snap jou soms echt niet. Waarom ga je niet een keer met een kamp mee, naar Duitsland ofzo?”
David-Jan haalde zijn schouders op. Hij had er best wel eens over nagedacht om alleen op kamp te gaan, maar vaak gingen ze op zo’n kamp allemaal dingen doen die hij toch niet durfde.
“Trouwens, heb je die nieuwe al gezien?” Sjoerd stootte hem aan en wees naar de andere kant van het schoolplein. “Komt vanaf vandaag in onze klas.”
“Hm, in havo 5 van school veranderen lijkt me niet echt ideaal,” antwoordde hij.
“Ze schijnt in de vakantie hier naartoe te zijn verhuisd. Hoorde ik van mijn moeder, die heeft haar moeder al een keer gesproken.”
Hij bekeek het meisje eens wat beter. Sjoerd grinnikte. “Alsof ze zo is weggelopen uit de reclamefolder van College Style, vind je ook niet? Alles klopt aan haar, van top tot teen perfect. Brr, vreselijk.”
David-Jan haalde zijn schouders op. Eerlijk gezegd vond hij dat ze er juist heel leuk uit zag.
“Jongelui, welkom in het examenjaar. Dit wordt voor de meesten van jullie een spannend jaar.”
Meneer Sterk keek de klas rond. “Ik zal als jullie mentor mijn uiterste best doen om jullie allemaal het diploma te laten halen. En daarbij verwacht ik van jullie natuurlijk hetzelfde.”
David-Jan zuchtte. Hij zag de hele vakantie al als een berg tegen dit jaar op. Hij ging het vast niet halen.
“Ik wil jullie ook even voorstellen aan jullie nieuwe klasgenoot, Cathelin Verwoerd. Cathelin, misschien wil je even gaan staan, zodat we je allemaal goed kunnen zien.”
Het meisje stond op en keek op haar gemak de klas rond.
David-Jan voelde even een steek van jaloersheid toen hij zag hoe gemakkelijk haar dit afging. Hij wist zeker dat hij een hoofd als een boei zou krijgen als hij zoiets zou moeten doen.
Toen haar blik langs hem gleed, leken haar ogen even op te lichten. Of verbeeldde hij zich dat alleen maar?
“Dank je wel, Cathelin. Ik hoop dat je het snel naar je zin zult hebben in onze klas.”
Sjoerd stootte hem aan. “Het is wel een knappe meid, vind je ook niet? Wel een beetje jouw type volgens mij.”
Hij bekeek zijn nieuwe klasgenootje nog eens goed en moest Sjoerd gelijk geven: het was echt een knappe meid. Hij was nooit echt geïnteresseerd geweest in meisjes, daarvoor was hij veel te druk met zichzelf bezig geweest.
“Hé, we zijn vandaag al om twaalf uur uit. Zullen we vanmiddag gaan vissen?”
Hij schudde zijn hoofd. “Ik kan niet, ik heb al een afspraak.”
Sjoerd knikte begrijpend. “O, je moet zeker weer naar je…”
Sjoerd maakte met zijn vinger een draaiende beweging naast zijn slaap terwijl hij zijn ogen heel scheel liet kijken.
“Heren, ik zou graag verder gaan met mijn uitleg over de gang van zaken dit jaar.” Meneer Sterk keek hen aan. “Sorry meneer,” antwoordde Sjoerd vriendelijk. Die onweerstaanbare charme van Sjoerd, dat was ook zoiets waar hij wel wat van zou willen hebben. Wat er ook gebeurde en hoe nijdig een leraar soms op hem was, altijd redde Sjoerd zich er met zijn innemende lach en zijn vlotte babbel uit.
Tijdens het middageten bestookte zijn moeder hem met haar gebruikelijke tips en vragen. “Heb het straks ook over je nachtmerries hè. En vergeet niet te vragen of je medicatie niet moet worden aangepast. Misschien is je dosering wel veel te laag en slaap je daarom zo slecht.”
“Ja mam. Komt allemaal goed,” wimpelde hij haar raad af.
“Dat zeg jij altijd. Maar hoelang loop je daar nu al? En eerlijk gezegd zie ik nog maar weinig verbetering. Misschien moeten we maar eens rondkijken naar iets anders.”
Hij zuchtte. “Mam!”
“Oké, oké, ik houd mijn mond wel weer. Het lijkt wel dat als het hierover gaat, jij gewoon niet wil praten.”
“Ik praat dáár toch?”
Zijn moeder keek hem onderzoekend aan. Is dat zo, David-Jan? Want zelfs daar heb ik zo mijn twijfels over.”
Hij stond op. “Ik moet gaan, anders kom ik nog te laat.”
“Zorg dat je vier uur terug bent hè, want ik moet met Janna naar de ortho en anders zitten de drie kleintjes alleen thuis.”
“Wel, we hebben elkaar bijna zes weken niet gezien, David-Jan. Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe het is gegaan in de vakantie.”
Leontien keek hem van over haar kleine brilletje welwillend aan. Hoewel ze al over de vijftig was, wilde ze per se dat hij haar gewoon bij haar voornaam noemde. Hij slikte. Hij kwam hier nu al maandenlang één keer in de twee weken en hij had het gevoel dat dit de enige persoon op aarde was waarbij hij zich niet groter hoefde voor te doen dan hij zich voelde.
“Het ging redelijk.”
“Kun je mij drie leuke dingen noemen die je hebt gedaan?”
Hij zocht in zijn geheugen. Hij had deze vraag al een beetje verwacht, maar hij had tot nu toe niet echt spectaculaire dingen kunnen bedenken. “Eh… we hebben een fietstocht gemaakt over de hei. Enne… wij zijn uiteten geweest en we hebben mijn kamer opnieuw behangen.”
“Je hebt het steeds over ‘we’. Ik heb liever dat je ‘ik’ zegt, snap je dat?”
Hij knikte.
“Wat voor cijfer zou je je stemming van de afgelopen weken geven?”
In zijn gedachten liet hij de lange, saaie vakantieweken de revue passeren. “Een vier, misschien een vijf.”
“Dat is niet zo hoog.”
Hij zuchtte. “Er zijn tegenwoordig nog maar zo weinig dingen waar ik echt van kan genieten. Kan dat ook door die pilletjes komen?”
Leontien knikte. “Dat zou een mogelijke verklaring kunnen zijn. Maar ik herinner me dat je dit ook al zei voordat je met de medicatie begon.” Ze zweeg even. Toen vroeg ze: “En de opdracht die je jezelf had gegeven? Weet je nog, exposure. Hoe is dat gegaan?”
Hij haalde zijn schouders op. “Daar heb ik eigenlijk niet zoveel mee gedaan.”
Leontien bladerde even in haar notitieblok. “Je plan was om in de vakantie iets te gaan doen wat je angst inboezemt. Je wilde in haalbare stappen je blootstellen aan zo’n beangstigende situatie om op die manier te proberen je angst onder controle te krijgen.”
“Sorry Leontien,” zei hij zacht.
“Je hoeft je voor mij niet te verontschuldigen hoor! Ik vind het jammer voor je dat het niet gelukt is hiermee aan de slag te gaan. Maar misschien was het nog een stap te ver.”
Opeens bedacht hij zich iets. “Er is wel een moment geweest dat ik het geprobeerd heb, maar dat was meer per ongeluk.” “O ja? Kun je daar iets meer over vertellen?”
Hij vertelde kort hoe hij geprobeerd had in de hoogspanningsmast te klimmen en dat hij toen in paniek was geraakt. Tot zijn verbazing schoot Leontien in de lach. “Dus een jongedame in nood kreeg het voor elkaar dat je even je hoogtevrees overwon? Misschien is dat wel de manier om je zover te krijgen dat je dingen gaat proberen?”
Toen hij een half uurtje later de deur van de spreekkamer achter zich dichttrok, voelde hij zich zoals altijd een stuk beter dan daarvoor. Hij snapte niet hoe ze het voor elkaar kreeg, maar dat effect hadden de sessies met Leontien steeds op hem. Hij was alleen jammer dat het maar zo kort duurde, want meestal voelde hij zich de dag erop weer even depri als daarvoor.
Wordt vervolgd.
Schrijver
Eeuwoud Koolmees
schrijft voor Daniël een vervolgverhaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2018
Daniel | 32 Pagina's