De ruiter en zijn paard
Er stuift een ruiter voorbij. Het paard snelt voort en voor je het weet zijn ruiter en paard al bijna uit het zicht verdwenen. Het paard is bezweet. De ruiter trekt aan de teugels en het paard mindert vaart. Na een tijd laat de ruiter het paard stoppen, stijgt af en bindt het paard vast aan een boom. Het paard buigt zijn hoofd en begint rustig gras te eten. Die ruiter is ervaren. Hij kan het paard laten galopperen en laten stoppen. De ruiter weet ook wat goed is voor zijn paard en laat het dier niet te lang en te hard werken.
-> Goede en slechte verlangens
Gij zult niet begeren. Dat is Gods eis. De Heere bedoelt hier slechte begeerten. Er zijn namelijk ook goede begeerten of verlangens. Goede verlangens zijn bijvoorbeeld het verlangen naar vriendschap, gezondheid, genoeg geld hebben, verkering krijgen, genieten van eten en drinken. Dit is ons allemaal gegeven door de Heere. Door deze verlangens, die ingeschapen zijn, blijven we ook in leven. Stel je voor dat je nergens meer naar verlangde! Niet best toch?
Het kan helaas fout gaan met onze goede verlangens. Dan worden ze té intens, zijn ze téveel aanwezig. Ze gaan ons overheersen. We kunnen aan niets anders meer denken. We willen hebben wat van een ander is. We zijn jaloers op de dingen die een ander heeft. Dat zijn slechte begeerten. Denk nog even mee aan de ruiter op zijn paard. Je zou het paard kunnen vergelijken met jouw leven. Jouw leven gaat een richting op, het wordt gestuurd.
Als jouw verlangens de ruiter zijn die jouw leven besturen, dan doe je waar je zin in hebt. Dan doe je wat jíj wilt. Dan zijn de begeerten en verlangens doorslaggevend, zij zijn de ruiter van je levenskoers. Als jij de teugels in handen hebt, gaat het mis. Maar als je je door de Heere laat leiden, gaat het goed!
Hij kan zorgen dat goede verlangens geen slechte verlangens worden, dat kun je nooit uit jezelf! Je hebt de Heilige Geest nodig. We moeten bidden: ‘Uw Goede Geest bestier’ (bestuurt) mijn schreden, (stappen) en leid’ mij in een effen land.’
De ruiter is uitgerust en ziet dat zijn paard ook voldoende heeft gerust en gegeten. Hij maakt zijn dier los van de boom en vervolgt zijn tocht in een rustig tempo richting een dorp. In het dorp laat hij het dier stoppen bij een fontein. Direct begint het paard te drinken.
Onze verlangens wellen als water uit een fontein omhoog. Die verlangens komen dus ergens vandaan! Zoals het water uit een fontein omhoog spuit uit de bron, zo spuiten de begeerten in ons omhoog vanuit het hart. De Heere verbiedt slechte begeerten. Niet alleen die begeerten die onze gedachten helemaal bezetten, maar óók die eerste opwellingen, die in ons hart beginnen, zijn zonde voor God. Je hart is van nature boos. De bron is niet goed. Hartvernieuwende genade is nodig! ‘O, Bron van ‘t hoogste goed, was, reinig mijn gemoed, van al mijn vuile zonden.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2018
Daniel | 32 Pagina's