-> Zo vader, zo zoon!
Misschien heb jij het meegemaakt; je hebt een zusje of broertje gekregen. Er is een feestelijke stemming. Wat een wonder! Zo’n kleine baby is een heel nieuw en uniek mens. Tóch zullen er ook kenmerken openbaar komen waaruit blijkt van wie deze baby een kind is. Dan hoor je zeggen: “Wat lijkt hij op zijn vader!” Of: “Het is net haar moeder!” En later, als het kind groter is, kan hij in zijn gedrag ook veel lijken op zijn ouders. “Zo vader, zo zoon”, luidt een spreekwoord... Weet je dat het geestelijk ook zo is? We hebben allemaal een vader. En daar zullen we op (gaan) lijken!
Johannes 8: 30-44
Lees het Bijbelgedeelte eens rustig door. Het is best een moeilijk gedeelte!
We volgen een gesprek tussen de Heere Jezus en de Joden.
Maar let goed op! In vers 30 tot 32 praat de Heere Jezus met Joden die in Hem geloven. Vanaf vers 33 praat Hij met de Joden die níet in Hem geloven.
Vers 30 tot en met 32
-> Wat moeten de Joden die geloven doen om echte discipelen van Jezus te zijn?
-> Welke waarschuwing ligt hierin?
Vers 33
-> De andere Joden hebben dit gesprek aangehoord. Ze zijn beledigd. Ze komen met een weerwoord. Schrijf in je eigen woorden op wat ze tegen de Heere Jezus zeggen.
Vers 34 en 35
De Heere Jezus neemt een knecht als voorbeeld; een knecht is niet vrij, maar gebonden. Gebonden aan de zonde.
-> Voel jij je ook wel eens vastgebonden aan de zonde? Wiens knecht ben je op zo’n moment?
-> Jezus toont de Joden het verschil aan tussen een knecht en een zoon. Beiden in hetzelfde huis, maar de zoon mag in het huis van zijn vader blíjven. Waarom?
Vers 36
Deze Joden vinden dat ze vrij zijn.
-> Wat hebben zij nodig? En jij?
-> Wat is vrijgemaakt zijn?
Vers 37 en 38
-> De Joden krijgen van de Heere Jezus een terecht verwijt; ze willen Jezus doden. Wat missen ze?
-> Over welke vader heeft de Heere Jezus het in vers 38 als Hij zegt: Wat gij bij uw vader gezien hebt?
Vers 39 tot en met 44
Het gaat in dit gedeelte over drie vaders.
-> Schrijf ze alle drie op.
-> In vers 39 zegt Jezus dat de Joden niet lijken op Abraham, omdat ze niet hetzelfde doen als Abraham. Noem voorbeelden van wat Abraham deed en navolging verdient.
Vers 41 en 42
De Joden zeggen dat zij één Vader hebben, namelijk God.
-> Er ontbreekt iets heel belangrijks, zegt Jezus. Zoek in de tekst eens op wat dat is.
Vers 43 en 44
Jezus is eerlijk. Hij heeft gezegd van Wie Hij een Zoon is. Hij spreekt de waarheid, want Hij is Zélf Dé Waarheid! Nu zegt Jezus ook van wie deze beledigde Joden zonen zijn.
-> Van wie?
-> Bij welke vader wil jij horen?
In een gezin zijn vaak eigen kinderen, maar ook wel geadopteerde kinderen.
God de Vader heeft een Enig geliefde Zoon, maar neemt ook nog steeds andere kinderen aan.
-> Hoe kun je een kind worden van Deze hemelse Vader?
Je hebt gelezen over de vader der leugenen én over Jezus’ Vader.
-> Schrijf de doelen op die deze twee vaders hebben met hun kinderen. Waar willen ze hen brengen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2018
Daniel | 32 Pagina's