Meester
Meester! (Joh. 20:16b)
Intens verdrietig is ze. En vol met vragen. Ze had haar Liefste moeten afstaan aan de dood. Een zeer smadelijke en smartelijke dood. Naakt had Hij gehangen aan het kruis. Geslagen, bespot en veracht van alle mensen. O, zelfs Zijn Vader had Zijn aangezicht verborgen. Drie uur lang was het de zon niet toegestaan te schijnen; waren de toonbeelden van Gods goedheid ingehouden. Nu is haar Meester gestorven. O, ze had Jezus zo lief gekregen. Niet met een natuurlijke liefde. Er was wat in haar leven gebeurd. Zeven duivelen hadden Maria Magdalena in bezit genomen. Die hadden haar gekweld; haar de zonden in doen drinken. De zonden waren Maria zo zoet geweest, maar de gevolgen zo bitter. En ze kon niet loskomen. Een beeld zoals ieder mens van nature door de zonde gebonden is. Knellen die banden bij jou ook al? Heb je verdriet over de zonde? En kun je ook niet losbreken? Hoor dan wat er met Maria gebeurde.
Jezus was in haar leven gekomen. Hij had haar verlost. De duivelen uitgeworpen door Zijn onwederstandelijke machtswoord. De banden waren gebroken. En het was haar begeerte geworden om te leven zoals de Heere dat wil. Is dat jouw hartelijke begeerte ook? Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? Maar zelf zo zwak en dwaas. Daarom had Maria haar Verlosser telkens nodig. Heb jij Hem daarom ook al nodig gekregen? En nu lag haar liefste in het graf. Wat een smart. Hem te moeten missen en niet te kunnen missen. Vooral omdat Hij de weg ter zaligheid verkondigde. Ze mocht van harte met Petrus instemmen toen hij sprak: Tot Wien zullen we anders heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens”. Hoe moet het nu verder? Zonder Jezus? O, nog erger, was nu de duivel sterker gebleken dan Jezus? Dan staat haar verlossing op losse schroeven! En bovenal, zonder Jezus kan zij niet sterven. Dan heeft ze Niemand om bij te schuilen als ze voor die hemelse Rechter moet verschijnen. Dan zal ze daar staan, onrein en besmet met al haar zonden. Ontzaglijk. Ken jij ook die bange vraag: “Hoe zal ik rechtvaardig verschijnen voor God?” Want dat kan alleen als er voor onze zonden is betaald. De Heere is volkomen rechtvaardig. Ja, ook barmhartig, maar zonder Jezus zal dat niet gaan!
Het is zondagmorgen en het is nog donker. En aardedonker is het in het hart van Maria. Niets had ze bij het graf te zoeken, maar het zijn de liefdekoorden die trekken. En hoe zal ze bij het lichaam van Jezus kunnen komen? Er immers een zware steen voor gerold? Alles is nu zo onmogelijk geworden. Met verdriet en vragen is ze bezet. Maar Jezus had toch gezegd dat Hij zou opstaan? Ze had het niet begrepen. Niet geloofd. Maar de steen is weggerold! Het graf is leeg. Maria ziet het. Maria ziet de engelen. Maria, geloof dan toch! Dat kan ze niet. Maar ze weet wel waarom ze zo’n verdriet heeft. Ze is haar Meester kwijt. Dat zegt ze ook tegen de engelen. Maar ze weet niet dat Jezus alles al voor haar heeft gedaan. Ze is er blind voor. Wat zijn en blijven Gods kinderen toch vol ongeloof in zichzelf. Totdat Jezus Zichzelf gaat openbaren. En dat doet Hij op zo’n liefdevolle wijze: Maria! Eén woord van die gezegende lippen. Eén woord, dat door het werk van de Heilige Geest zo’n kracht doet in haar leven. Dan twijfelt ze niet meer. Dan vallen de schellen van haar ogen. Dan mag ze een levende Jezus zien! Alle tranen worden van haar ogen gewist. Al haar raadsels opgelost. Haar Verlosser leeft! Dan mag ze het uitroepen: Rabbouni! Meester!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2018
Daniel | 32 Pagina's