Boaz’ bereidheid om losser te zijn
Ruth 3:10-18
Ruth heeft haar hart voor Boaz uitgestort. Ze heeft een losser nodig, anders kan ze niet verder leven. Hoe belangrijk haar vraag ook is, alles hangt af van Boaz’ reactie.
Heb jij wel eens zo tot de Heere mogen bidden? Dan heb je geen rechten meer, maar enkel schuld. Hoe belangrijk je gebed ook is, alleen als de Heere in genade verhoort, is er redding. Wat zal dat een wonder zijn!
Hoor wat Boaz zegt. Gezegend zijt gij den HEERE, mijn dochter! (vers 10) De genade van de drie-enige God klinkt Ruth in de oren. Hoor hoe Jezus aan schuldige zondaren zijn hartelijk welkom laat horen. Want al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen (Joh. 6:37).
In vers 11 spreekt Boaz van jonge gezellen, waaruit blijkt dat hij zelf al wat ouder was. Maar hij zinspeelt ook op een huwelijk. Ruth had Boaz aangesproken als losser (gebaseerd op Lev. 25:23-55). Boaz gaat daar dus op in en verbindt daaraan dat hij haar zal trouwen (op basis van het leviraatshuwelijk, Deut. 25:5-10). Gods genade is zoveel groter dan wij ooit kunnen denken. Hoorde Ruth het goed? Mijn dochter, vrees niet; al wat gij gezegd hebt, zal ik u doen. Boaz heeft alles overzien en hij is bereid. Hoe wonderlijk als een arme ziel door het geloof zicht krijgt op de rijkdom en gewilligheid van de Heere Jezus.
Maar dan neemt het gesprek een onverwachte wending (vers 12). Want nu stelt Boaz aan de orde dat een andere man meer recht heeft om Ruth te lossen dan hij. Deze ‘nadere losser’ is ons onbekend. Maar kennelijk eiste het recht dat hij eerst zou worden benaderd. Alleen als hij ervan zou afzien, zou Boaz zijn werk kunnen doen.
Hoe is dat bij Jezus? Hij is een gewillige Zaligmaker en alles wat daarvoor nodig is, heeft Hij volbracht. Eigenlijk zie je dat hier sprake is van dezelfde belangrijke regel in het Koninkrijk van God. Sion zal door recht verlost worden (Jes. 1:27). Het moet gaan zoals Gods recht het voorschrijft. Dat is tegelijk een les die onlosmakelijk aan het zalig worden verbonden is. Een voorbeeld daarvan lees je in Romeinen 7:1-4. Om zalig te kunnen maken, moest de Heere Jezus de schuld van de Zijnen wegdragen door te sterven aan het kruis. Alleen zo kan Hij zondaren het nieuwe leven geven. Zo erg is dus mijn zonde, zo groot mijn schuld. Als je leert van de eis van Gods Wet, dan leer je ook wat genade is.
Boaz heeft dus nog veel werk te doen. Maar als hij zo het gesprek met Ruth afrondt, spreekt hij haar eerst nog hartelijk toe. Boaz zweert er zelfs een eed op dat hij hoe dan ook zal zorgen voor haar lossing. Ook lezen we dat Boaz de zaak nog verborgen wil houden. En dat hij aan Ruth zes maten gerst meegeeft (vers 13-15). Hij wil dat zij zonder zorg is.
Zo is Ruth bij haar schoonmoeder gekomen en ze heeft haar alles verteld (vers 16 en 17). Ongetwijfeld heeft Naomi op deze uitkomst gehoopt. Maar hoorde ze ook blijdschap bij Ruth? Of merkte ze bij haar juist strijd of het wel goed zou komen?
Wat leeft er veel in zielen die Jezus zoeken. Hoe moet je daarmee omgaan? Als Naomi: vragen stellen en luisteren. Wie is er nu eigenlijk aan het werk: de zondaar of de Zaligmaker? Toen Naomi de zes maten gerst zag, vatte ze moed. Dat heeft Boaz niet zomaar gegeven. Zo is er verwachting voor zielen die wachten op Jezus, omdat ze alleen nog door Hem behouden kunnen worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2017
Daniel | 32 Pagina's