Christus heeft alles voldaan!
Dominee F. Mulder is van huis uit jurist en dat is te merken tijdens het interview. In zorgvuldig geformuleerde zinnen zoekt hij telkens het juiste evenwicht en probeert hij zijn boodschap af te stemmen op jongeren. Het gaat hem goed af. Dat is ook niet verwonderlijk, want de Gereformeerde Gemeente van Rhenen is een van de jongste gemeenten in Nederland. Ik begeef me veel onder jongeren.
Na zijn loopbaan bij de gemeentelijke overheid wordt hij geroepen tot een ander ambt en mag hij namens zijn Zender een andere boodschap brengen. Recht en gerechtigheid krijgen vanaf die tijd een andere lading in zijn leven. Hoewel hij met zijn 66 jaren beslist niet als een oude dominee te boek wil staan, is hij naarmate de jaren zijn verstreken genuanceerder geworden. “Maar ik doe geen water bij de wijn als het gaat om de grondslagen van Gods Woord.”
U bent een tijdlang hoofd juridische dienst bij de overheid geweest. U was toen veel met wetten en regels bezig. Heeft u daarvan profijt in uw predikantschap?
God roept Zijn knechten met inachtneming van hun aard en karakter. Hij vindt ze bekwaam of maakt ze bekwaam. God kent hen beter dan zij zichzelf kennen. Dat zie je in de Bijbel ook. Amos de ossenherder was in Gods ogen bekwaam, evenals de geleerde Jesaja. Door mijn juridische achtergrond word ik veel betrokken bij conflicten. In de middellijke weg heb ik denk ik wel bagage meegekregen.”
Is het niet simpel als het gaat over conflicten: waar rook is, is vuur?
“Het klopt dat er bij een conflict sprake is van vuur en rook. Als het bijvoorbeeld gaat om een huwelijksconflict dan kun je kijken naar de rook, de gevolgen. Dat het zielig is voor de kinderen. Maar je kunt ook kijken naar het vuurtje. Waarom brandt dat vuur? Wat is de oorzaak? En hoe kun je ervoor zorgen dat het vuur gedoofd kan worden, zodat ook de rook weggaat?”
De dominee komt in het pastoraat ook seksuele misstanden tegen. Hij vindt dat verschrikkelijk. “Tegelijkertijd kan ik dit wel naast mij neerleggen, hoewel het me zeker niet koud laat.”
Hoe legt u moeilijke begrippen uit aan jongeren?
“Door de stijging van het opleidingsniveau, is de mondigheid omhoog gegaan. Ook onder de oudere gemeenteleden. Dat waardeer ik positief. Ik wil weten hoe jongeren er echt over denken. Het is niet meer voldoende als je zegt: dat leert de Schrift of dat zegt de bevinding van Gods kinderen, punt. Je moet steeds meer uitleggen waarom dit of dat zo is. Soms bestaat een catechisatieavond bij mij uit gerichte vragen. Dat wordt erg gewaardeerd door de jongeren. Dan vraag ik aan jongeren: wat vind jij ervan? Ik probeer ze dan altijd antwoorden uit Gods Woord te geven. Zo kun je hen vormen en toerusten en tegelijkertijd meegeven: Gods Woord heeft het laatste woord.”
Het thema van dit nummer is ‘Gerechtigheid’. Kunt u kort uitleggen wat dit precies betekent?
“Het woord gerechtigheid komt vaak voor in Gods Woord. In het woord gerechtigheid zit het woord recht. Er zit blijkbaar iets scheef, wat recht gemaakt moet worden. Gerechtigheid is datgene waarmee je voor God kunt bestaan. Als Christus Zijn volk bekleedt met Zijn gerechtigheid, dan kunnen ze voor God bestaan. Ds. A. Moerkerken schrijft in zijn verklaring van Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus hier mooie dingen over. Je leest in de Bijbel dat Jezus door Zijn dood gerechtigheid heeft verworven. Wat wil dat zeggen? Dit wil in de eerste plaats zeggen dat door de zonde de toorn van God op ons rust. Als dat zo blijft, gaan we voor eeuwig verloren.
In de tweede plaats wil dit zeggen dat Christus in de plaats van Zijn kinderen deze toorn van God heeft gedragen toen Hij op aarde voor hen leed en stierf. Als ik dus ga sterven is alles bepalend te mogen weten of deze door Christus verworven gerechtigheid ook voor mij is. Dus zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid. Daar gaat het om.”
Zondag 17 stelt de vraag: wat nut u de opstanding van Christus (en Zijn kinderen)? Anders gezegd, wat heb ik aan de opstanding van Christus? Wat betekent dit voor mij?
“Met Pasen heeft God de Vader de kwitantie (betalingsbewijs) voor de betaalde schuld van Zijn volk overhandigd aan Zijn Zoon. Christus heeft de schuld voor Zijn volk betaald. Niet voor iedereen dus.”
Een jongere kan dan zeggen: wat heb ik daaraan als het toch niet voor mij is en alleen voor mensen die bekeerd zijn?
“Ik vraag dan: waarom is het niet voor jou? Hoe weet je dat? Ik probeer ze uit de negatieve cirkel te halen. Hoeveel mensen gaan het Koninkrijk der hemelen in? Jezus geeft geen getal, maar zegt: Strijdt gij om in te gaan.”
Veel jongeren zullen denken: ik kan mijzelf toch niet bekeren...?
“Het gaat in eerste instantie om onze onwil. Jezus zegt: Gij hebt niet gewild. Onmacht moet geen camouflage worden voor onze onwil. Gods kinderen hebben ook een tijd gehad dat ze er niet bij hoorden en dachten: het kan niet meer voor mij. Maar vanuit Gods kant kan het wel. Dat is een troost.
God begint niet alleen, Hij maakt het ook af. Er zijn ogenblikken in mijn leven dat ik vast mag geloven, dat de Heere Jezus dit ook voor mij heeft gedaan.”
In 1 Korinthe 15 legt Paulus de opstanding van Christus uit en de betekenis ervan voor Gods kinderen en de wereld. In vers 19 zegt Paulus dat wij de meest ellendige mensen zijn als we alleen maar in dit leven op Christus hopen. Wat bedoelt hij?
“Je moet dit zien in het hele verband met het hoofdstuk: de opstanding van Christus. Hij heeft alles voldaan. Als je alleen maar gelooft voor dit tijdelijke leven, wat ben je dan aan het doen? Dit gedeelte heeft ook betrekking op Christus’ wederkomst, waar Paulus aan het einde van dit hoofdstuk op ingaat.”
In het hetzelfde hoofdstuk wordt ook gesproken over een natuurlijk en een geestelijk lichaam. Wat is het verschil?
“Daar moet je ook zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus bij betrekken. Daar staat bij het laatste stukje: Ten derde, is ons de opstanding van Christus een zeker pand onzer zalige opstanding. De Heere zal Zijn Kerk herscheppen naar Zijn Beeld, zonder zonde. Het draait om het geloof in het hiernamaals. Zie Job 19 waar hij zegt: Ik zal uit mijn vlees God aanschouwen, en niet een vreemde.
Hij geloofde dus in de opstanding. Hoe zal de opstanding uit de doden zijn? Laten we in zijn algemeenheid hierover terughoudend en sober zijn. Want we weten niet precies hoe het zal zijn, dan alleen vanuit de Schrift. Bazuinen zullen klinken en de Heere Jezus zal op de witte troon zitten om te oordelen de levenden en de doden. Zullen wij daar ook staan? Christus geeft dan Zijn Kerk aan de Vader terug. Het scheve is recht gemaakt door Zijn gerechtigheid. Het verderfelijke zal onverderfelijk zijn. Ik durf niet te ontkennen dat er momomenten zijn dat ik verlang om van mijn lichaam der zonde en des doods verlost te mogen worden. Om niet meer behoeven te zondigen. Als de ogenblikken op aarde al zo zoet zijn als Hij persoonlijk in mijn zielenleven overkomt, wat zal dat zijn als er nooit meer een scheiding zal zijn. Als zulke ogenblikken levend zijn in mijn ziel, spoor ik iedereen aan om de Heere te zoeken en te vrezen. Dan gun je het iedereen.”
Wat is hierin de aansporing of waarschuwing voor ons?
“Dat we niet negatief spreken over: ben ik wel of niet uitverkoren? Het is net als bij spoorrails: het ene spoor is de eigen verantwoordelijkheid en het andere spoor Gods welbehagen. Die spanning moet je laten staan. Als je aan de ene rail gaat buigen of trekken dan ontspoort de trein. Hij wijst naar een foto van een lief baby’tje van negen maanden, terwijl zijn ogen vochtig worden. “Ik kreeg bij haar begrafenis zo’n ruim getuigenis van de Heere. Dat kindje heeft zelf nooit kunnen zoeken, maar is toch zalig. In mijn eerste gemeente overleed een dertienjarig ernstig gehandicapt meisje. De familie zei tegen me dat zij nu beter af zou zijn. Ik voelde toen verzet in me opkomen en wilde er niet aan: ik had toch nooit zelf iets gehoord over haar persoonlijk kennen van de Zaligmaker? Totdat de Heere Zelf op een nacht tot driemaal toe tot me gesproken heeft. Het meisje was een van God gekende. En dan ben ik blij dat er een welbehagen is. Dat we het niet zelf hoeven te doen, want dan kan het nooit!”
• Ds. F. Mulder is geboren in Elspeet, heeft vijf kinderen en zestien kleinkinderen
• Op zijn nachtkastje ligt naast de Bijbel het boek De geestelijke strijd en de geestelijke vergenoeging van Andrew Gray
• Naast predikant is hij ondermeer:
- voorzitter van de Commissie van Advies inzake seksueel misbruik in kerkelijke- en pastorale relaties
- voorzitter Deputaatschap Kerk en Overheid
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2017
Daniel | 32 Pagina's