Groet elkaar
Groet elkander met een heiligen kus. De gemeenten van Christus groeten ulieden (Rom.16:16)
Wie zijn de geliefden Gods en de groepen heiligen (Rom.1:6) in Rome? Paulus heeft nog geen namen genoemd en om welke mensen het gaat weten we nog niet. Het zijn er niet heel veel geweest. Rome kende tussen de half en één miljoen inwoners en de christelijke gemeente was maar heel klein. Misschien enkele tientallen mensen.
Het laatste hoofdstuk van de Romeinenbrief zegt iets over de eerste lezers van de brief. In de verzen 1-15 lezen we allerlei namen. Van die namen met toevoegingen kunnen we veel leren. Laten we eens een paar dingen noemen.
Paulus heeft het over allerlei mensen. Mannen en vrouwen, slaven en vrijen, joden en heidenen. In de gemeente van Rome was het kennelijk gebruikelijk om een brede samenstelling van mensen te ontmoeten. De vrouw telde eigenlijk in de oude wereld niet echt mee. In de gemeente van God, hoewel de vrouw niet mag leren in de gemeente, hebben ze wel een plaats! Paulus begint met het noemen van Fébe. Deze vrouw heeft veel betekend voor praktische hulp in de gemeente en aan gemeenteleden. Ze wordt zelfs een dienares en voorstandster genoemd. Waarschijnlijk was ze een welgestelde vrouw die verjaagde christenen in haar huis heeft ontvangen.
Paulus heeft het over mensen die oprechte christenen waren. In hun woorden en daden was hun oprechte geloof gebleken. Sommigen hadden zelfs hun leven voor het Evangelie gewaagd. En sommigen kende Paulus vanuit de gevangenis. Nee, het was niet altijd makkelijk om christen te zijn. Men leed verdrukkingen in de school van Christus. Wel echter was men oprecht en met een waar geloof aan God en aan elkaar verbonden. Vooral de huisgemeenten zullen een ware oase van verbondenheid en oprechtheid zijn geweest. Priscilla en Aquila hadden een gemeente in hun huis (vers 5).
Vaak hebben de mensen een achtergrond als slaaf. Filologus (vers 15) was een naam die gangbaar was in Rome onder slaven en vrijgelaten slaven. Soms ook hadden mensen een hogere afkomst. Aristobulus (vers 10) was mogelijk een kleinkind van Herodes de Grote. De eerste christelijke gemeente moet een wonderlijke samenstelling hebben gehad. In een wereld die beheerst werd door verschil tussen vrij en slaaf, hoog en laag, arm en rijk, ontstaat er een geestelijke gemeenschap van broeders en zusters die elkaar bijstaan, onderwijzen en helpen. Het is het wonder van het krachtige werk van de Heilige Geest. Hij verbindt mensen aan God en aan elkaar.
Ten slotte wijst Paulus op de versterking van de onderlinge band in de gemeente. Groet elkander met een heilige kus, zo lezen we in vers 16. Een kus was in die tijd een gebruikelijke groet en een uiting van hartelijkheid naar elkaar toe. Vriendschap, verbondenheid en eenheid kenmerkten de gemeente in Rome. Vandaag de dag is het soms zo anders in de gemeente van God. Soms is er ruzie, elkaar negeren, neerzien op anderen, hoogmoed, beter weten en wat niet al. In de vroege kerk, een minderheid in Rome, was het heel anders. We kunnen er nog veel van leren, ook voor vandaag de dag. Elkaars voeten wassen is de opdracht van Christus. Laten we Zijn onderwijs getrouw volgen, dan zal de vrucht zeker zijn. Tot Gods eer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2016
Daniel | 32 Pagina's