JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Maria

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Maria

Een gewoon meisje met genade van God

8 minuten leestijd

Ken jij iemand die op Maria lijkt? Lijk jij op Maria. Je denkt: wat een vraag! Misschien ben jij het wel die dezelfde kenmerken heeft als Maria, het jonge meisje uit Nazareth? Dat is belangrijk. Want zij was iemand met genade van God.

Er is iets bijzonders aan deze levensgeschiedenis. Het begin ervan ligt namelijk niet ergens in Israël, maar in de hemel. God zendt een engel. Maar dan zijn we benieuwd. Tot wie zal deze engel gaan? Tot iemand in Jeruzalem? Hij zendt Zijn engel naar Nazareth. Dat is een klein stadje tegen een heuvel aan de noordzijde van de vlakte van Jizreël. Het maakt onderdeel uit van Galilea. ‘Galilea der heidenen’, zo spreekt men erover.

Ontferming
En naar wíe gaat de engel? Naar de oudsten van de stad? Naar de man die het hoofd is van de synagoge? God zendt Zijn engel naar Maria. Zij is een dochter van Anna. Over haar vader is niets bekend. Een man van aanzien is hij niet geweest. Maria zelf is nog niet getrouwd. Wel is afgesproken dat ze zal gaan trouwen: met Jozef. Vermoedelijk is Maria dus nog jong. Meisjes trouwden in die tijd rond hun vijftiende.
Kun jij dit begrijpen? Gods engel gaat alle aanzienlijke plaatsen en personen in Israël voorbij. Hij gaat naar een meisje van vijftien jaar. Hoe je dat moet uitleggen? Dat doet de Heere Zelf in Zijn Woord. Want gij ziet uw roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen. Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen; En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, te niet zou maken; Opdat geen vlees zou roemen voor Hem (1 Kor.1:26-29). God handelt zonder aanzien des persoons. Hij handelt uit welbehagen. Hij wil het zó, omdat Hij wil dat zó Zijn Naam het meest verheerlijkt wordt. Dit welbehagen is de bron van Gods genade. Vind je het niet wonderlijk?

Ontroering
Stel je eens voor dat er een engel van God bij jou komt. Wat zou je doen? Wat zou je zeggen? Lukas beschrijft dat de engel direct de leiding neemt. Voor zij iets zeggen kan, spreekt hij. Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen (Luk.1:28). Wees gegroet, dat klinkt als de gebruikelijke groet. Verheug u! Dat betekent het letterlijk.
En Maria? Zij is heel erg ontroerd. Deze engel is een boodschapper van de allerhoogste God. Komt Hij uit de hemel vanuit de troonzaal van God? Heeft hij zojuist voor God gestaan en staat hij nu voor haar? En dan zijn boodschap. Dat is een boodschap van God. Spreekt hij werkelijk van Gods genade? Maria kan het niet bevatten. Ze is geheel ontroerd. Lijk jij op Maria? Dan zul je haar ontroering wel herkennen.

Overleggingen
Je kunt ook van Maria leren. Ze blijft niet in de ontroering steken. Ze overlegt. Zij probeert door te dringen tot dit wonderlijke geheim. Hoe kan het zijn dat de Heere haar op deze wijze laat begroeten? Inderdaad, dan moet ze wel begenadigd zijn. Maar hoe kan dat dan? Een kind van God kun je herkennen, niet aan zijn of haar gevoel, maar aan geloof. Hier zie je bij Maria dat het geloof alleen maar kan leven bij wat God openbaart. Heere, hoe kunt u toch zo’n boodschap zenden tot mij? Wilt u licht geven over Uw eigen werk?
De engel verklaart het wonder. Ronduit spreekt hij van Gods genade; en dat zij die gevonden heeft bij God. De engel blijkt te weten van haar verborgen gebeden. Hoe heeft ze God gesmeekt om vergeving van de zonde. Hoe heeft ze geworsteld om genade aan Zijn troon. Nooit heeft ze de Heere iets kunnen aanbieden. Altijd was ze zondig en onwaardig. En nu spreekt God Zelf van genade. Hoor wat de engel zegt: En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam heten Jezus (Luk. 1:31). Hij zal de Zoon van God zijn, de Messias. Dit zal de verklaring zijn. Genade om Jezus’ wil. Maar dan wordt voor Maria het wonder nog groter. Want de engel zegt dat zíj, Maria, de moeder van dit Kind zal zijn!
Maria’s overleggingen stoppen nog niet. Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man beken? (Luk.1:34) Hier zie je meteen hoe Maria over het huwelijk denkt. Pas als ze getrouwd is, zal ze de vrouw van Jozef zijn. Dus kan ze voor die tijd niet zwanger worden. Zo is het Gods wil. Het is bij Maria geen ongeloof; ze ervaart hoe onmogelijk het is wat de engel zegt. Ze is daarin oprecht. Zij is niet in staat om moeder te worden. En dat overlegt ze voor Gods aangezicht. Dit Kind is nodig om Gods genade uit te werken. Maar hoe moet dit Kind er komen?

Overgave
Hoor je hoe Maria spreekt? Ze heeft nodig dat de Heere Zichzelf en Zijn werk bekend maakt. Daar kun je waar geloof aan herkennen. Oppervlakkig geloof is snel tevreden. Het drijft op het gevoel. Of het redeneert met het verstand. Is dat eigenlijk wel geloof? Het ware geloof kan niet rusten buiten God. Bij Maria hoor je tonen van ootmoed en afhankelijkheid.
En de Heere antwoordt. De Engel spreekt over dit Kind dat God als Vader heeft. De Heilige Geest zal het verwekken in Maria’s schoot. Maria’s Zoon is Jezus. Hij is tegelijk de Zoon van God. Het één kan niet zonder het ander. Wonderlijk Evangelie! Zo beantwoordt de engel Maria’s vragen. En Hij wint haar hart in. Weet je hoe? Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn (vers 37). Maria kent dit woord. Want het heeft ook geklonken toen bij Sara Izak zou worden geboren. Dat wist Maria wel. Was Sara niet de moeder van haar volk? Was Abraham niet de vader van alle gelovigen? Zo wint de Heere altijd de harten in. Hij bevestigt Zijn Woord. Hij komt terug op Zijn eigen werk. Hij laat zien dat Hij het waarmaakt! Zo werkt de Heere de kennis en wekt Hij het vertrouwen.
En Maria? Ze geeft zich over aan God en Zijn leiding. Bij de jonge Maria blijkt geen grote geloofskennis, wel grote geloofsovergave. Een dienstmaagd, dat wil ze zijn. Dat de Heere het voor het zeggen heeft in haar leven. Dat ze dus niet de wereld en de zonde dient. Maar dat ze zal uitzien naar Gods werk; nu en in de toekomst. Wat heerlijk om de Heere te dienen! Wat is zoeter dan honing? Wat is beter dan te buigen onder God?

Ontmoetingen
Zo ontmoeten wij Maria in Gods Woord. Ontroering - overleggingen - overgave; eigenlijk kenmerkt dit heel haar leven. Ruim negen maanden later is Maria in Bethlehem. Daar wordt haar Kind geboren, in doeken gewonden en in de kribbe gelegd. Omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg. Dan komen niet alleen de herders op bezoek. Ze vinden het Kindje en Zijn moeder. Een eeuwig wonder! Maar dan vertellen ze ook: van de engelenzang, van de eer en het welbehagen van God. En dat dit Kind gekomen is als de Zaligmaker… voor hèn. En wat doet Maria? Ze bewaart deze woorden alle te zamen, overleggende die in haar hart (Luk. 2:19).
En zo ontmoeten we haar twaalf jaar later weer. Dan zijn Jozef en zij erg ongerust geweest. Want Jezus is achtergebleven in de tempel. En toen ze Hem vonden, klonk zijn antwoord zo ernstig en eerbiedig: Wat is het, dat gij Mij gezocht hebt? Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders? (vers 49) Maria begrijpt het niet. Maar ze merkt Jezus’ onderdanigheid. Zie je Maria? En Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart (vers 51).
We ontmoeten Maria ook in Kana, op een bruiloft. Dan is ze voortvarend en wil ze regelen dat het goed komt. Jezus wijst haar terecht. Maria heeft, samen met de andere kinderen die ze later nog gekregen heeft, Jezus ook opgezocht als Hij bezig was met Zijn werk (Matth.12:46 e.v.). Zo zien we Maria op Golgotha staan. Wat Simeon heeft gezegd, wordt waar: “En ook een zwaard zal door uw ziel gaan”. Maria heeft het overlegd in haar hart, reken maar. En dan nog is daar de zorg van Jezus: “Vrouw, zie, uw zoon” (Joh.19:26). Maria heeft Pasen meegemaakt. Ze heeft haar Jezus leren kennen als haar Borg. En na Hemelvaart zien we de discipelen bijeen, eendrachtig volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus. Het is de laatste keer dat we haar naam in de Bijbel tegenkomen. Maar haar naam is geschreven in het boek des levens.
Stel dat ik jou tegenkom, ontmoet ik dan iemand zoals Maria? Er is op de wereld maar één vrouw geweest die de Heere Jezus heeft voortgebracht. Maar ontelbaar veel mensen zijn er die net als Maria zullen delen in Jezus’ genade. En Maria is er een voorbeeld van hoe de Heere dat werkt. Zoekt den HEERE, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is (Jes.55:6). Want: Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden (Spr. 8:17).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2016

Daniel | 32 Pagina's

Maria

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2016

Daniel | 32 Pagina's