JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Mijn Heere en mijn God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mijn Heere en mijn God

6 minuten leestijd

Wie was Thomas eigenlijk? In de Nederlandse taal bestaat er een uitdrukking, die naar hem verwijst: 'een ongelovige Thomas zijn'. Thomas, een ongelovige? Een twijfelaar? Wie oppervlakkig de Bijbel leest, kan misschien zeggen dat dit inderdaad zo is. Want is het Jezus niet Die tegen hem zegt: "Wees niet ongelovig, maar gelovig?"

Johannes vertelt over discipelen die bij de andere evangelisten alleen in de namenlijst genoemd worden. Zo ook Thomas. Alleen vanuit het Johannesevangelie weten we dingen over hem. Ik denk dat veel kinderen van God op Thomas lijken. Misschien herken jij je ook wel in hem, of ben je blij dat hij in de Bijbel staat.

Karakter
Je hebt mensen die altijd positief zijn. Ze leven aan de zonnige kant van het leven Ze motiveren ook anderen. Ze zitten nooit in de put en zien alles zitten. Je hebt ook karakters die juist tegenovergesteld zijn. Ze zien altijd alles meteen heel donker in. Piekeraars! Ze zijn vaak pessimistisch, soms zelfs depressief. Het is zwaar om zo te leven, want niet alleen hun omgeving raakt er gedeprimeerd van; ook zijzelf!
Petrus is iemand uit de eerste groep mensen. Thomas is iemand uit de tweede groep, een type dat meteen altijd het ergste verwacht en weinig positieve dingen kan zien. Maar toch, misschien lijkt Thomas wel meer op Petrus dan je denkt. Want Thomas was allesbehalve een twijfelaar. In Thomas brandde dezelfde liefde voor de Heere Jezus als in het hart van Petrus.

Terug naar Judea
Je ontmoet Thomas voor het eerst in Johannes 11. Jezus is met Zijn jongeren in Galilea, als Hij bericht krijgt uit Judea: Lazarus uit Bethanië is ziek. Jezus blijft nog twee dagen op de plaats waar Hij is. Dan zegt Hij: "Laten we terug naar Judea gaan”. De discpelen schrikken. "Naar Judea? Dat gaat niet goed!” Ze waren daar juist weggegaan, omdat het leven van hun Meester gevaar liep. De discipelen zijn bang, maar Jezus móet gaan! Ze begrijpen ook niet dat Jezus gaat om Lazarus op te wekken uit de dood. En dat terwijl Jezus had gezegd: Lazarus is gestorven. En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt (Joh. 11:14,15). De heerlijkheid van de Zoon van God zal hun getoond worden, opdat ze in Hem geloven mogen.

Zware weg
"Laten wij ook gaan, om met Hem te sterven”, zegt Thomas. Hij verwacht alleen nog maar het ergste. Toch zegt hij: "Als U dan naar Judea móet, dan gaan wij ook mee”. Dat is moedig! Het ergste verwachten en toch gaan! Voor Thomas moet de weg achter Jezus aan heel zwaar geweest zijn. Maar de liefde voor de Heere Jezus bracht ook Thomas op de weg achter Jezus. Geloven is geen simpele conclusies trekken. Geloven is de Heere volgen. Voor jou en mij een onmogelijke opgave, tenzij de Heere Zelf dat in je hart legt. Thomas kon niet anders. Een leven zonder Jezus? Het is beter om met Hem te sterven, dan zonder Hem verder te moeten. Hoe is dat trouwens in jouw leven?

Verlammende gedachte
Later kom je Thomas weer tegen. Opnieuw spreekt de Heere Jezus over zijn heengaan. En weer is het Thomas die het niet begrijpt. Luistert hij eigenlijk wel? De Heere Jezus spreekt over zijn heengaan naar het huis van Zijn Vader, om ook voor hen plaats te bereiden. Hij troost hen. Ze geloven in God, ze moeten ook in Christus geloven. Maar nu Jezus weer spreekt over Zijn heengaan, ziet Thomas opnieuw de duisternis opdoemen: "Heere, wij weten niet waar U heengaat? Hoe kunnen wij dan de weg weten?” (Joh.14:5). De gedachte dat hij straks zonder Jezus verder moet, verlamd hem.

Duisternis
Thomas' ergste vermoedens zijn werkelijk geworden. Zijn Meester, van Wie hij zoveel hield, is gedood. Zijn het zijn onheilspellende, sombere gedachten die ervoor zorgen dat hij niet bij de discipelen is als de opgestane Heere Jezus verschijnt? Het kan bijna niet anders. Thomas is Jezus kwijt. Dat kan nog zo zijn in het leven van Gods kinderen. Dan is het aardedonker in hun leven. Heel vaak weten ze wel waar ze Hem zijn kwijtgeraakt, maar hoe moet het ooit weer licht worden in hun hart, als Jezus Zelf niet opnieuw verschijnt?

Ontmoeting
Thomas wil alleen zijn, met zijn verdriet. Hij is innerlijk verscheurd van verdriet. Ook al vertellen de andere vol blijdschap dat Jezus leeft en ze Hem gezien hebben, hij gelooft het niet. Het is te mooi om waar te zijn. Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steek in het teken der nagelen, en steek mijn hand in Zijn zijde, ik zal geenzins geloven (Joh.20:25). Hieraan dankt hij zijn bijnaam 'ongelovige Thomas', maar dat is onterecht. Ook anderen geloofden niet in Jezus' opstanding tot ze Hem Zelf zagen. Denk maar aan Maria Magdalena en de Emmaüsgangers. Als Thomas na acht dagen toch bij de discipelen is, komt Jezus opnieuw in hun midden. De Zaligmaker is Thomas niet vergeten. Vol liefde richt Hij Zich tot Thomas: "Kom, wees niet ongelovig, maar gelovig”. Hij alleen wist waarom Thomas niet in de kring van de discipelen was. Hij kent al onze zwakheden, omdat Hij in alle dingen gelijk als wij is verzocht geweest (Hebr.4:15). Hij is vol zachtmoedige liefde bewogen met deze ongelukkige discipel.

Geloof
Als Thomas Jezus ziet, is er van zijn besliste "geenzins” niets over. Jezus openbaart Zich óók aan hem als de Opgestane, de Levende. Hoe je karakter ook is, zo werkt de Heere het geloof in Hem, door de kracht van Zijn Woord en Geest. Thomas komt vanuit zijn somberheid tot deze belijdenis: Mijn Heere en mijn God. Deze belijdenis is de heerlijkste op aarde. Dit is het echte geloof. Laat heel de wereld de godheid van Jezus ontkennen; het geloof ziet Hem als de Christus, de Zoon van de levende God. Ja, meer dan dat. Het geloof eigent zich Christus en Zijn werk toe. Daarin is wel onderscheid in mate en groei. Zo werkt de Heere door Zijn Geest het geloof in Christus. Ook nu nog. Zo vluchten de schaduwen van de nacht en breekt het heerlijk licht van Christus door in een treurend zondaarshart.

Nu reis ik getroost onder 't heiligend kruis,
naar 't erfgoed daarboven in 't Vaderlijk huis.
Mijn Jezus geleidt mij door d' aardse woestijn.
"Gestorven voor mij”, zal mijn zwanenzang zijn.


Opdat ook jij gelooft
Wat is geloven? Johannes besluit de ontmoeting tussen Jezus en Thomas met indrukwekkende woorden: Deze zijn geschreven, opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zone Gods en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam (Joh.20:31). Dat is het doel van het Evangelie. Veel uitleggers verbinden deze woorden aan de belijdenis van Thomas. Hij is een voorbeeld van wat het is om te geloven in Christus en in Zijn Naam het leven te hebben. Alléén genade schittert hier. Het is Jezus alleen die arme zondaren redt. Vlucht tot Hem, opdat jij gelovend het leven hebt in Zijn Naam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 2016

Daniel | 32 Pagina's

Mijn Heere en mijn God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 2016

Daniel | 32 Pagina's