Zacheüs
En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheüs! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven (Luk.19:5).
Zacheüs is hoofd van het belastingkantoor in Jericho. Hij int belastinggeld voor de Romeinen, en als het kan ook nog wat extra voor hemzelf (vers 8). De laatste tijd heeft hij veel gehoord over Jezus van Nazareth. Zijn medewerkers hebben hem ongetwijfeld verteld over Jezus. Over Zijn scherpe oordeel over de tollenaars, maar ook over Zijn vriendelijke en welgemeende woorden. Hij is zelfs bereid om met de tollenaars aan een tafel te zitten. Sterker nog: één van zijn collega’s, Levi, heeft zijn zaak gesloten en is Jezus gevolgd. Wie zou Hij toch zijn…?
Zacheüs is nieuwsgierig gemaakt. Hij zou Jezus weleens willen zien, maar hoe? Vooraan in de menigte gunt men hem geen plaats, voor achteraan (al staat hij op zijn tenen) is hij te klein. Zijn laatste redmiddel: een wilde vijgenboom. Hij klimt erin en wacht…
Zoekt hij Jezus? Nee. Heeft hij de Heere Jezus uitgenodigd? Nee. Roept hij zoals de blinde van Jericho: Zone Davids, ontferm U over mij? Nee. Allemaal nee! Van Zacheüs komt niets. Alles komt bij God vandaan. Genade is een eenzijdig werk van God. Het komt van één zijde, van één kant, van Gods kant. Kijk maar: Jezus staat stil.
Jezus staat stil en kijkt. Hij kijkt dwars door Zacheüs heen. En Hij roept: Zacheüs, kom naar beneden! De Heere roept hem persoonlijk en met kracht. Kom van je laatste veilige plekje vandaan. Kom voor Mij staan. Voor Mij: Ik weet alles, Ik zie alles, Ik ken je leven en je hart… Het eerste werk van de Heere in het leven van Zacheüs is: hem overtuigen, hem ontmaskeren, als een zondaar. Zacheüs betekent ‘rein, puur, onschuldig’. Maar één doordringende blik van de Heere is genoeg om hem te laten zien: ik ben schuldig.
Het gaat verder: Zacheüs, ga met Mij mee, Ik moet naar je huis. Wat een wonder is dat. Ik moest je eigenlijk voorbijgaan, je hebt dit allemaal niet verdiend. Maar volgens het plan van God, volgens de raad, het welbehagen van de Heere, moet je met Mij mee. Naar je huis. Wat zal dat schrikken geweest zijn voor Zacheüs. U naar mijn huis? Daar blijkt straks meer dan ooit mijn zondige leven. Daar is te zien, dat alles in mijn leven draait om… geld! Heeft de Heere tegen jou weleens gezegd: Kom, met Mij mee, laat Mij je leven zien, je kamer, je computer, je telefoon, alles…?
Als Profeet ontdekt de Heere aan zonde. Als Priester draagt Hij in plaats van Zacheüs de spot en de hoon (vers 7). Als Koning stapt Hij het huis van Zacheüs binnen. Wat er gezegd is in huis, dat weten we niet. Als de Heere ons onder vier ogen laat zien, wie wij zijn en Wie Hij wil zijn voor zo’n slecht en verloren mens, dan is daar niemand bij.
Wat duidelijk wordt, is dat de komst van de Heere, blijvend in het huis en hart van Zacheüs, zijn hele leven verandert. Hij ontvangt de Heere met blijdschap (vers 6). Hij wordt eerlijk gemaakt. Hij erkent en belijdt: ik was een dief en bedrieger. En hij noemt de Heere nu ook zelf ‘Heere’ (vers 8). Mijn Koning en mijn God. Maar wat wel het allerbelangrijkste is, de Heere Zelf zegt: Heden is dezen huize zaligheid geschied. (…) Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was (vers 10). Daarom kan ook jij nog zalig worden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 2016
Daniel | 28 Pagina's