Wonderen van vandaag
Dominee S.W. Janse in gesprek met drie jongeren
God is een God van wonderen. Hij is dezelfde als tweeduizend jaar geleden. Merken wij daar ook nu nog iets van om ons heen? Geloof jij eigenlijk nog wel dat God wonderen doet? Samen met Jonathan, Mariëlle, Inge en dominee Janse uit s-Gravenpolder denken we na over deze vragen.
Wat is eigenlijk een wonder?
Dat is een vraag die Inge heeft meegenomen naar het gesprek. “Wat moet je als een wonder zien? Veel alledaagse dingen zijn toch ook heel bijzonder?” Jonathan is het daarmee eens: “Gezondheid bijvoorbeeld.” Dominee Janse: “Een wonder is iets wat niet te verklaren is. Daarbij kun je zeker denken aan ‘het wonder van het kleine.’ Bijvoorbeeld een veilig thuis, of Gods hand in schepping en onderhouding. Psalm 139 zegt dat God ons wonderbaarlijk heeft gemaakt. Maar ook dat je gedoopt bent, is een wonder. Zeker niet vanzelfsprekend voor jongeren van jullie leeftijd!” Jonathan vraagt zich af: “Wat is het verschil tussen een wonder en een zegening?” Dominee Janse: “Van nature ervaren we zegeningen niet als een wonder. Maar de Bijbel zegt: Het zijn de goedertierenheden des Heeren dat wij niet vernield zijn. Tel je zegeningen, doe dat maar. Bedenk dat je niets van dat alles verdiend hebt. Als Gods Geest in je werkt, worden al deze dingen echt een wonder. David zegt: Wie ben ik en wat is mijn huis dat Gij mij tot hiertoe gebracht hebt? Als een zegen een wonder wordt dan kun je dankdag houden.”
Als een zegen een wonder wordt dan kun je dankdag houden
Gebeuren er nu ook nog wonderen?
Mariëlle, Jonathan en Inge geloven alle drie dat er nog wonderen gebeuren. Inge: “Bijvoorbeeld dat een ongeneselijk zieke geneest. Mijn tante had kanker, ze was erg ziek. We hebben de Heere veel gebeden en ze is beter geworden. Dat was een wonder.” Dominee Janse: “Ik geloof zeker dat er nog wonderen gebeuren. Soms in bijzondere omstandigheden gebeuren er wonderen. Wel is het zo dat er niet die wonderen meer gebeuren als in de tijd van Jezus’ omwandeling. Je ziet het aantal wonderen al afnemen in de Handelingen. Paulus schrijft er in zijn brieven niet meer over. Ook in de tijd van de vroege kerk, bijvoorbeeld bij Augustinus, lees je er weinig over. Nu is de Bijbel compleet. Daar hebben we genoeg aan. Dit is het profetisch Woord dat zeer vast is en wij doen wel als we daarop acht geven.” De dominee denkt nog aan een ander wonder: “Het wonder van bekering. Als je van dood levend wordt gemaakt. De Dordtse Leerregels tekenen hoe ontzaglijk groot dat wonder is. ‘Het is een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige en tegelijk zeer zoete, wonderlijke, verborgen, en onuitsprekelijke werking, dewelke (...) in haar kracht niet minder noch geringer is dan de schepping of de opwekking der doden.’ Dit wonder doet God vandaag nog!”
Waarom doet God wonderen?
Dominee Janse: “Welk doel had de Heere Jezus met Zijn wonderen?” Jonathan: “Hij deed die tot eer van Zijn Vader, en om te laten zien dat Hij geen gewoon mens was. Hij was Gods Zoon.” Inge: “Om de mensen te overtuigen zodat ze in Hem zouden geloven.” Dominee Janse: “Hij deed ook wonderen om daarmee Zijn boodschap te onderstrepen en kracht bij te zetten. Daarom noemen de evangelisten de wonderen vaak ‘tekenen’. Zo’n wonder betékent dus iets. Een wonder wijst altijd naar het Woord. Het staat niet op zichzelf. Denk aan Johannes 2:11: Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galiléa, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem. Johannes wijst erop dat het bij wonderen gaat om de heerlijkheid van Gods Zoon. Hij laat niet alleen zien: wat Ik zeg, dat maak Ik waar. Maar ook glanzen Zijn deugden in Zijn wonderen. Hij is werkelijk door de Vader gezonden en als mens bekwaam gemaakt om Zijn werk te doen. Dat geeft een wonder aan.” Jonathan: “Ik denk wel eens: als ik in die tijd had geleefd en al die wonderen mee had gemaakt, zou het makkelijker zijn om te geloven.” De anderen knikken. Dat hebben ze allemaal wel eens gedacht. Zou het ook echt zo zijn? Dominee Janse: “Juist de wonderen van de Heere Jezus stuitten op veel ongeloof. Veel mensen waren slechts uit op sensatie. De Farizeeën haatten Hem juist vanwege de vele tekenen die Hij deed (Joh.11:47). Als we nú Zijn boodschap niet geloven, zouden we dán Zijn wonderen wel hebben geloofd? Jezus zegt tot de rijke man in de gelijkenis: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die geloven. Wij ook. Daarin klinkt Gods stem tot jou.”
Mag je om een wonder bidden?
Mariëlle: “Dat mag zeker wel.” Jonathan: “Je mag alles vragen, maar hóé vraag je het? Met welke achtergrond?” Dominee Janse: “Ik denk aan de psalmdichters. Ze wijzen God op Zijn almacht en Zijn trouw. Ze verwachtten het van Hem. Wij mogen dat ook doen. We mogen onze vinger leggen bij Gods eigen Woord.” Jonathan voegt toe: “Maar de Heere is het niet verplicht.” Dominee Janse beaamt: “De Heere is vrijmachtig. Hij doet alles wat Hij wil. Als wij bidden, vragen we vaak wat we zelf belangrijk vinden. Uw wil geschiedde is het moeilijkste gebed om te bidden, toch is dit heel belangrijk.” Inge: “Het is soms ook goed dat God wacht om ons te verhoren. Dan ga je meer nadenken en het ook alleen van Hem verwachten. Als God dán verhoort, wordt het echt een wonder.” En wat doe je als God je gebed verhoort? Krijgt God de eer? Vertel je anderen hoe goed de Heere is? Mariëlle geeft aan dat ze dit moeilijk vindt. “Je gaat je dan toch afvragen: was het wel een wonder van God? Of was het ook gebeurd als je er niet om gebeden had?” Inge vult aan: “Je deelt het niet zo snel.” Jonathan: “Je stelt jezelf dan kwetsbaar op, dat is moeilijk. Wat zal een ander ervan denken?”. Dominee Janse: “Je hebt vrienden niet alleen voor de gewone dingen. Ook deze zaken mag je samen delen. In één jaar tijd lagen er drie jongeren uit de gemeente op de Intensive Care. Ik dacht dat ik ze alle drie moest begraven, maar ze leven allemaal nog. Dat is ook een wonder! Laten we het elkaar maar vertellen.”
Hoe leg je het aan anderen uit?
Mariëlle heeft nog een vraag: “Hoe leg je aan anderen uit dat je in wonderen gelooft? ’s Zomers werk ik in de kas. Ze vroegen een keer naar Jona in de walvis. ‘Jij gelooft dat toch? Hoe kan dat dan?’ Ik vind het moeilijk wat ik dan moet zeggen.” Inge vult aan: “Als ik het zelf niet eens goed uit kan leggen, snappen ze helemaal niet dat ik het wel geloof.” Dominee Janse: “Datgene wat je gelooft, kun je ook niet altijd uitleggen. Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet (Hebr.11:1). Je gelóóft het, omdat het in Gods Woord staat. Een kind van de Heere zei eens: ‘Al stond er dat Jona de walvis opslokte dan geloofde ik het nog, omdat het in Gods Woord staat.’ Zeker vandaag is het niet gemakkelijk om te belijden dat je in wonderen gelooft. Overal moet een verklaring voor zijn. De Heere kan ook de woorden geven om te getuigen over Zijn Naam en zaak, daar mogen we om vragen!”
Doet de duivel ook wonderen?
De tovernaars van Fararo deden ook wonderen. Inge en Mariëlle: “Hoe kun je zien of een wonder van de duivel is?” Dominee Janse: “De tovenaars van Farao deden de wonderen niet in Gods naam. Dat was duidelijk van de duivel. Maar Judas deed wel wonderen in Gods naam. Hij had Jezus echter niet lief. Niet alles wat in Gods naam gebeurt, komt van God. Je ziet ook nu nog gebedsgenezers die Gods naam gebruiken als ze mensen genezen.” Mariëlle reageert: “Om mij heen hoor ik daar niet zo veel over. We hebben het er wel over gehad bij godsdienst”. “Als je ernstig ziek bent en het is je laatste strohalm zou ik ’t misschien ook wel proberen”, zegt Jonathan. “Om wiens eer gaat het, dat moeten we ons altijd maar afvragen”, zegt de dominee. “Jezus verscheen onaangekondigd en deed dan, juist door de onmogelijkheid heen, een wonder. Terwijl dit soort geneesdiensten lang van te voren worden aangekondigd, er wordt reclame voor gemaakt. De gebedsgenezer staat vaak centraal. Het Woord heeft zo weinig gezag. Ook denkt men anders over ziekte en zonde. Men ziet ziekte als teken van ongeloof en als iets van de onreine geest. Terwijl het ook een kastijding van God kan zijn. Het is trouwens ook maar de vraag of je echt genezen bent. Vaak zijn het psychische klachten die tijdelijk verdwijnen. Ook worden ‘tegenvallers’ verzwegen.” Inge: “Als je genezen bent op zo’n bijeenkomst blijf je misschien altijd twijfelen of het wel goed was.”
Ook vandaag doet God nog wonderen, tot Zijn eer!
Wat dan als je ongeneeslijk ziek bent?
Jonathan: “Bidden met meerdere mensen, voorbede in de kerk, zodat de gemeente het weet en er ook thuis voor kan bidden.” “Ook thuis mag er een gedurig gebed zijn, als er voorbede wordt gevraagd” vult de dominee aan. “Soms bindt de Heere ook de nood op je hart. Dan voel je dat je voor de ander moet blijven bidden tot God verhoort.”
Hoe kun je weten of een gebedsverhoring waar is?
Mariëlle: “Als het niet om de mens zelf gaat, maar God de eer krijgt.” “Niet ons, o Heere, niet ons, maar Uw Naam geef ere (Ps.110:1)”, haalt de dominee aan. “Het gaat er niet om dat ik bijzondere verhalen heb te vertellen. Wees afhankelijk van de Heere, Hij werkt nog.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 2016
Daniel | 28 Pagina's