Ik doe mijn spreekbeurt over...Sammy
Het is vrijdagmiddag. Jelte racet behendig het tuinhekje door. Waar doe ik mijn spreekbeurt over, mam? Mama staat bij de droogmolen de was op te hangen. In haar mond klemt ze twee knijpers. Das een goeie vraag, Jelte, zegt ze, als ze een paar sokken heeft opgehangen. We moeten daar nodig eens aan beginnen. Wanneer heb je die spreekbeurt ook alweer? O, over drie weken ofzo. Half onderuit gezakt op een tuinstoel drinkt hij in een teug zijn glas limonade leeg. Ben jij de laatste van je klas joh? Dan is het zowat vakantie! zegt zijn broertje Walter tussen twee happen appel door.
Al tandenpoetsend loopt Jelte die avond door de woonkamer. Mama zit toch buiten, die ziet het niet. Hé, wat staat daar op de voorkant van de krant? Hij loopt naar de tafel en duwt met zijn teen de Blokkerfolder aan de kant. Ja hoor. Daar had Mark vanmorgen zijn weeknieuws over!
De hordeur kraakt. “Wat doe jij? Ik dacht dat jij al lang naar boven was! Hupsakee, morgen gaan we naar opa en oma en dan moet je wel een beetje uitgerust zijn. Het is nú nog geen vakantie.” “Kijk mam. Hier hield Mark zijn weeknieuws over.” Jelte houdt het krantenartikel voor mama’s neus. “Boot met honderden vluchtelingen gezonken,” leest mama. “Dat heeft hij heel goed uitgekozen dan,” zegt ze. “Ik heb verteld dat opa vluchtelingen helpt. Dat is toch zo?” Vragend kijkt Jelte zijn moeder aan. Mama knikt. “De meester vroeg waar opa dan precies hielp en wat hij dan deed. Maar dat wist ik eigenlijk ook niet. Weet u het?” “Opa is de laatste tijd vooral in Ter Apel, dat is een dorpje in Groningen.” Mama vouwt de krant op en legt hem onder de tafel. “Daar geeft hij Nederlands aan de vluchtelingen die daar opgevangen worden. Vraag het morgen maar eens aan opa.” Jelte knikt. Hij loopt langzaam naar de keuken. “En, Jelte? Bid vanavond maar voor die vluchtelingen. Dat hebben ze hard nodig.” Stel dat ik in zo’n bootje zou zitten, denkt Jelte als hij in bed ligt. Zou dat spannend zijn? Vast ook heel eng. Je bent je leven niet zeker, zei de meester vanmorgen. Bid vanavond maar voor die vluchtelingen, schiet het door zijn hoofd. Nu nog? Hij heeft net al gebeden. Langzaam laat hij zich uit bed glijden.
“Ga je mee, Jelt? Ik moet die heg naast de oprit nodig knippen.” Opa zet zijn lege koffiebeker op tafel. “Tuurlijk!” antwoordt Jelte en hij staat al bij de deur. Yes, denkt hij. Dan heb ik mooi de tijd om eens wat over die vluchtelingen te vragen. Even later zijn ze druk bezig met de heg. O ja, die vluchtelingen, herinnert Jelte zich ineens. “Hé opa,” begint hij. “Gister deed Mark zijn weeknieuws over die boot met vluchtelingen die gezonken is, weet u wel.” “Ik heb het ook gelezen ja,” zegt opa. Zijn schaar stopt even. “U werkt toch met vluchtelingen?” Opa knikt. “Hebben die mensen ook in zo’n bootje gezeten?” Opa leunt met zijn hand op het tuinhekje. “Ik hoor heel veel trieste verhalen, jongen. Een aantal van hen heeft in zo’n gammel bootje hun leven gewaagd om hier in Nederland te komen. En daarvoor hebben ze vaak ook al heel veel meegemaakt.” Opa knipt weer. “Heel goed dat jullie over het nieuws nadenken in de klas,” vindt opa. “Eigenlijk moet u bij ons in de klas komen vertellen!” roept Jelte. Opa grinnikt. “Dat kan jouw ouwe opa helemaal niet.” “O echt wel. De opa van Nienke is aan het begin van het schooljaar ook geweest, en die is pas echt oud. Hij heeft over de Tweede Wereldoorlog verteld. Hij was echt al eh… iets van negentig ofzo. U bent véél jonger. En ook nog meester geweest vroeger,” somt Jelte op. “Dus.” Hij stampt de groeiende hoop takken nog wat dieper de groencontainer in. Wacht eens even… Met een ruk staat hij rechtop. “Yes! Ik heb ‘m!” “Wat heb je?” “Over drie weken heb ik m’n spreekbeurt. En ik ga hem doen over…?” Hij trommelt met zijn vingers op de rand van de container. “U!” “Over mij?” Verbaasd trekt opa zijn wenkbrauwen op. “Over uw werk, ja. Als u het nou aan mij vertelt, vertel ik het weer aan de klas. Snapt u? Dan hoeft u niet te komen en weten ze toch precies wat u doet in eh…,” hij krabt eens achter zijn oor. “Ter Apel,” lacht opa. “Vind u het een goed idee?” Vragend kijkt Jelte zijn opa aan. Die trekt hem speels aan een oor. “Jij kan het weer leuk brengen, mannetje. Maar… ik vind het wel goed bedacht van je. Kom woensdagmiddag maar eens langs. Dan kan ik eens even nadenken over wat jij aan je klas kan vertellen.” “Best,” glundert Jelte. “Het wordt vast dé spreekbeurt van het jaar, opa. Tenminste iets interessanter dan die katten- en hondenspreekbeurten.” “Vooral serieus wordt ‘ie denk ik,” zegt hij langzaam. Een serieuze spreekbeurt. En stoer, denkt Jelte. Maar hij zegt het niet. Want hij zag opa’s ernstige gezicht.
Die woensdag rijdt Jelte al vroeg in de middag langs de geknipte heg het erf op bij opa en oma. Een pen en papier onder zijn snelbinders. Binnen schuift hij gelijk aan tafel. ‘Zo, jij hebt er zin in,’ lacht opa. ‘Kijk.’ en hij legt een foto voor Jelte neer. ‘Die jongen links is Sammy. Hij komt uit Eritrea. Hij is, net als jij, 10 jaar. Jelte kijkt aandachtig naar de foto. Tjonge. Even oud als ik, denkt hij. Opa laat hem rustig kijken. ‘Dus die jongen is uit zijn land gevlucht?’ ‘Precies,’ zegt opa. ‘O.’ Hij kan het zich maar moeilijk voorstellen. ‘En nu is hij in Nederland?’ Opa knikt. ‘Weet je wat zijn naam betekent? God hoorde.’ ‘Is hij christelijk dan?’ Verbaasd kijkt Jelte op. Opa knikt weer. ‘En dit is zijn vriendje,’ wijst opa. ‘Tesfay heet hij. Ik geef Sammy en de rest van hun gezin al een tijdje Nederlands. Hij vindt het goed dat ik jou zijn verhaal vertel. Ben je er klaar voor?’
Wordt vervolgd
Boot met honderden vluchtelingen gezonken
ROME (ANP) Voor de kust van Libië is woensdag een schip met honderden bootvluchtelingen gezonken. Zeker zeven mensen zijn verdronken, meldden Italiaanse media. Het schip zou meer dan vijfhonderd mensen aan boord hebben gehad.
Het kapseisde toen een Italiaans marineschip naderde om hulp te bieden. De boot was vermoedelijk onstabiel geraakt door de mensenmenigte aan boord.
Wat kocht Rhodé Brijder van haar boekenbon?
Welk boek kocht je?
“Ik kocht het boek: Lotte en de prinses van huttendorp. Het is geschreven door Ada Schouten-Verrips en voor meisjes van ongeveer acht jaar.
Vond je het een mooi boek? “
De voorkant zag er leuk uit. Ikzelf vind het een leuk verhaal.”
Wat vond je leuk aan het boek?
“Het allerleukste stukje vond ik dat de opa en oma van Lotte, de chocolademeneer en de rollatormevrouw de hut kwamen bewonderen en toen Sanne tot prinses van huttendorp gehuldigd werd. Dit boek vind ik echt een aanradertje voor meisjes.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 2016
Daniel | 28 Pagina's